InterviewSchrijfster Rachel Cusk

Rachel Cusk: ‘Het is geen lolletje om als vrouw te schrijven over wat het is om een vrouw te zijn’

 In haar trilogie Contouren, Transit en het nieuwe Kudos is de verteller Fay opmerkelijk zwijgzaam. Door de hoofdpersoon uit te sparen, vond de strijdlustige schrijfster Rachel Cusk een nieuwe vorm om het leven vorm te geven, zonder zich aan de lezer uit te leveren. ‘Niks toelichten! Nou en of, daar heb ik plezier in.’

Rachel Cusk: ‘Ik heb iets willen maken dat moeilijk bleek om te schrijven, en eenvoudig te verprutsen.’Beeld Charlotte Schmitz

Een schrijfster zit in een vliegtuig, onderweg naar een boekpresentatie in Europa. Als de lange man naast haar zich in zijn stoel heeft gewurmd en begint te knikkebollen, wordt hij telkens gewekt door de stewardess omdat zijn grote voeten het gangpad versperren. Verstoord, en alweer wakker, begint hij te praten tegen zijn buurvrouw, een geweldig verhaal over zijn gezin en de begrafenis van hun geliefde hond Pilot die hij daarnet in zijn eentje heeft uitgevoerd. De aarde zit nog onder zijn nagels.

Zo vergaat het Fay, de schrijfster in de roman Kudos van Rachel Cusk, voortdurend. Waar ze ook verschijnt, op een festival, in een hotel, wandelend of in het openbaar vervoer; zonder zelf iets te hoeven zeggen, krijgt ze verhalen toegeworpen. Mensen blijken niets liever te doen dan haar hun hele hebben en houwen toe te vertrouwen, met een voorkeur voor de thema’s liefde en ouderschap.

En, andere overeenkomst: dat doen ze zonder haar iets te vragen. Zelfs het obligate rijtje interviewers dat Fay moet afwerken, geeft haar een hand, om vervolgens los te barsten in een schier eindeloze monoloog en die te besluiten met: ‘Nou, ik geloof dat ik zo wel genoeg heb. Dank voor het gesprek. Staat morgen in de krant.’

Intrigerende spanning

Kudos – bekend van de Grieken en van internetsites, met als betekenis ‘blijk van waardering’ - is de afsluiting van de trilogie die verder bestaat uit Contouren (2014) en Transit (2016). In de drie boeken kunnen we Fay slechts uittekenen door de opmerkingen van haar omgeving. Dat wil zeggen; zíj blijft degene die alles aan de lezer doorgeeft, we vernemen alles via haar perspectief. Fay is bedrieglijk passief, merkte Hans Bouman twee jaar geleden in de Volkskrant op, en daardoor ontstaat een intrigerende spanning.

Een en ander maakt deze interviewer van Rachel Cusk, die met haar man en dochters in een appartement in Berlijn verblijft vanwege haar Duitse boekpresentatie, enigszins op zijn hoede. Sinds een paar jaar beseft iedereen die met Rachel Cusk praat dat hij materiaal kan worden, een mogelijk volgende slachtoffer is, en moet hij dubbel uitkijken voor stommiteiten zoals de personages rondom Fay die begaan. Dus u bent schrijfster, zegt die lange man in het vliegtuig nadat ze hem haar beroep heeft opgebiecht, en denkt even na wat hij daarop moet zeggen. Het wordt: ‘Mijn vrouw leest ontzettend veel. Ze is lid van zo’n boekenclub’. Met deze dodelijke vervolgzin: ‘Er viel een stilte.’

Nog een misser. Schrijfster komt hotel binnen, uitgever zit klaar met haar boek voor zich, kijkt naar het achterplat van haar boek en dan naar haar. Verwijtend: ‘Je lijkt helemaal niet op je foto!’ Tja, die is van 15 jaar geleden, luidt haar antwoord.

Oppassen geblazen. Op een zomerse middag in Berlijn staat de jeugdig ogende Rachel Cusk (51, geboren in Canada, woonachtig in Norwich en Londen) me op te wachten op de binnenplaats van haar tijdelijke verblijf. Even later nemen we plaats op het dakterras. Merkwaardig toch, steek ik maar van wal, dat u bekend staat als een ernstig en soms militant auteur, terwijl er dikwijls gelachen kan worden om de onhandigheden en stupiditeiten die u zo fijntjes opmerkt.

‘Dat is een trekje van de literaire wereld. Humor wordt bij serieuze schrijvers niet zo opgemerkt. Ik moet vaak lachen om Thomas Mann, maar essays over zijn werk zijn steevast zwaar op de hand. Mijn boeken zijn fictie, maar die uitspraken van interviewers en van alle anderen in mijn boeken komen uit de werkelijkheid.

‘Uiteraard speel ik er mee, maar er zit ook een andere kant aan. Ik heb me weleens afgevraagd of een interviewer niet vooral zichzelf in kaart brengt, met de vragen die hij op een ander afvuurt. In die zin weerspiegelt de interviewer mijn hoofdpersoon, die immers ook alleen gestalte aanneemt door te signaleren wat er rondom haar wordt gezegd.’

Bijna iedere criticus noemt deze cyclus zeer autobiografisch. Net als Fay bent u gescheiden, en schreef daar het controversiële Nasleep (2012) over. Daardoor weten we dat u twee dochters heeft. In de trilogie heeft Fay, die net als u inmiddels hertrouwd is, twee zoons. Dat verschil lijkt voor veel lezers juist een bewijs dat Rachel en Fay ‘eigenlijk’ dezelfde zijn.

‘Dat is natuurlijk geen bewijs, maar een wens. De schrijver speelt, al schrijvend, dat zijn verhaal zich buiten hem afspeelt, hij schept een wereld. De lezer denkt, onbewust of niet, maar vrijwel altijd, dat de schrijver die hele wereld heeft geleefd. Dat levert een complexe dans op, die soms irritant is; maar ik vráág er natuurlijk ook om, door de verschillen zo klein te maken. Ik neem het op de koop toe.’

Twee eerdere boeken van Cusk zijn nadrukkelijk autobiografisch: Nasleep, over haar scheiding van de fotograaf Adrian Clark (wiens naam niet valt), en In het land van de moeders (2001, vertaald in 2004) over het moederschap. Venijnig ontmantelt ze daarin mythes. Die van het moderne gezinsleven, ‘met zijn dwangmatige vrolijkheid, volstrekt ongegronde optimisme, vertrouwen niet in God of in economisch belang maar in het beginsel van de liefde, met voorbijgaan aan, en zonder zich te wapenen tegen, de menselijke behoefte aan oorlog’. 

En die van het blije moederschap, zoals die er wordt ingeramd door huiveringwekkende handleidingen over ouderschap: ‘De meeste van die boeken beginnen, net als sciencefiction, met een soort apocalyptisch scenario waarin de wereld die we kennen is verdwenen en vervangen door een andere met principes die we moeten aanleren. Hoe meer ik lees, hoe verder mijn dochter van me wegraakt en een voorwerp wordt dat ik opnieuw moet leren gebruiken.’

De reacties waren vaak even fel, in de trant van: Cusk is een narcist die de vuile was buiten hangt. Waren die aanvallen voor u aanleiding om de verteller in deze trilogie bijna onzichtbaar te maken?

‘Als je een kind krijgt, heb je het gevoel dat jij de enige bent die zoiets doormaakt. Je bent totaal in beslag genomen. Ik kon toen ook geen fictie lezen. Het idee van ontsnappen, weggaan uit de situatie waarin ik me bevond, werd me onmogelijk gemaakt door de gevangenis van het beginnende moederschap. Erover schrijven moest wel vanuit mijn perspectief, want ik kón me niet eens in een ander verplaatsen. Ik schreef in de ik-vorm, en wilde eerlijk zijn.

‘Je krijgt als vrouw meer lof als je, zoals Hilary Mantel, de geschiedenis in duikt en over Tudors schrijft. Dan zeggen ze dat je geweldig bent.’Beeld Charlotte Schmitz

‘Gevolg was dat ik, vooral door vrouwen, werd aangevallen: ‘Dat voel jíj ja, maar zo is het moederschap, of een scheiding, helemaal niet! Er is iets mis met die Cusk.’ En daarom dacht ik: dit werkt niet. Ik ga terug naar fictie, naar een verhaal construeren waardoor de aandacht niet naar mijn persoon gaat. Want daar ging het me niet om.’

Anderzijds zijn er nu lezers die u weer te onzichtbaar geworden vinden. Waar is de plot, wordt er geklaagd. Waarom moeten we van een ander personage horen dat Fay hertrouwd is en verklaart ze daar niks over? Waarom heeft Fay geen kenmerken, zoals Dwight Garner in de New York Times de klachten samenvatte; waarom geen angst voor kanker bijvoorbeeld; something?

Cusk, geamuseerd: ‘Misschien hééft ze wel kanker. En nee, ik leg niks uit over dat hertrouwen. Ik verzet me tegen de bijna pornografische behoefte van lezers om iemand helemaal te bezitten en van alle kanten te bekijken. Als ik het verhaal over mijn hertrouwen zou vertellen, in een boek, wordt het openbaar en hoort het niet meer bij mij en mijn man alleen. Daarom laat ik het bij die ene opmerking van een ander: ‘Zeg, ik hoor dat je hertrouwd ben. Had ik niet verwacht.’ En dan niks toelichten! Nou en of, daar heb ik plezier in.

‘En wat die vermeende onzichtbaarheid betreft: een jonge moeder ziet buiten op straat en in cafés allemaal andere jonge moeders. Zo werkt dat. Dus als Fay telkens mensen lijkt te spreken die het hebben over hun ouderschap en hun huwelijk of scheiding, en hun twijfels of ze het wel goed doen, dan brengt dat ook haarzelf in kaart. Dat is wat ze hoort, wat ze opvangt en onthoudt- omdat dat háár op dat moment bezighoudt. Daarom denk ik dat Fay aanzienlijk zichtbaarder is dan veel lezers menen.’

Het ontbreken van een traditionele plot, is dat voor u een methode om de plotloosheid van het echte leven dichter te naderen dan fictie gemeenzaam vermag?

‘Ik heb iets willen maken dat moeilijk bleek om te schrijven, en eenvoudig te verprutsen. I had to approach it on tip toe. Ik denk altijd heel lang na over de manier waarop ik een boek wil schrijven, soms jaren, en dan maak ik het in een paar weken.

‘Zo ging het ook bij Kudos. Ik wil niet zeggen dat het leven geen plot heeft. Maar ik wil mensen beschrijven die zich laten zien door hun taalgebruik, en niet door iets roman-achtigs als een grote gebeurtenis of een ongeluk. Dát is een verhaal, dat kun je aan anderen vertellen, dat is afgerond en als het ware uit het bestaan getild. Maar het zogenaamde gewone leven hoef je nooit aan anderen uit te leggen. Als ik ‘Parijs’ zeg, ziet iedereen meteen Parijs al voor zich. Ik hoef geen verhaal te beginnen over Frankrijk en de hoofdstad daarvan.

‘Dát doe ik in deze drie boeken, Contouren, Transit en Kudos: ze zijn kort en licht, ze leggen niets uit, ze veronderstellen, met een paar woorden. Ik ga geen kunstmatige wereld eromheen optrekken. Op het gevaar af, blijkbaar, dat lezers denken dat er geen plot meer is. Die is er wel, maar op een andere manier dan ze gewend zijn.’

Fay kan luisteren. Haar zoon is naar een expositie geweest die zij had willen zien, en geeft haar achteraf een gedetailleerde beschrijving. Zo krijgt ze toch een beeld. Wilt u van de lezer iets soortgelijks vragen; door te luisteren naar de stemmen in Kudos kun je zelf een beeld vormen?

‘Dat hoop ik wel. Maar die passage zegt ook iets over ouderschap, en over de dood, in mijn ogen: de volgende generatie gaat de kamer in waar jij misschien zou willen zijn, maar jouw tijd is geweest. Ouderschap betekent: het voor anderen mogelijk maken die kamer ook binnen te gaan. En dat ze daar later over vertellen, dat is de story of life.’

In een van de schrijvers die Fay in Kudos in een hotel treft, wereldwijd geprezen om zijn gedetailleerde autobiografische boeken, in het openbaar een weinig mededeelzame man, dit tot merkbare teleurstelling van zijn vrouwelijke fans, meende ik Karl Ove Knausgard te herkennen.

‘Knausgard zit in een mijn boeken, maar niet in Kudos, dacht ik (lachje). Het is een type. Wat mij altijd opvalt: mannen die zulke persoonlijke boeken schrijven worden opgehemeld. Vrouwen die dat doen, wordt verweten zich te beperken tot eigen huis en tuin, of verraad te plegen, of slap te zijn, omdat ze niks anders te vertellen hebben. Mijn boeken zijn een zo hard mogelijke stomp in het gezicht van dat concept.’

Wat me doet denken aan een discussie die ik in 2007 bijwoonde in Amsterdam, met Edna O’Brien, Esther Freud en u, en Kristien Hemmerechts als moderator. Zij verweet vrouwen over wissewasjes te schrijven. U was toen woedend.

O my god! Where you there too? I can remember everything. Zo’n vraag zou Philip Roth nooit krijgen. Mannen schrijven over de wereld, vrouwen over zichzelf, dat was het aloude vooroordeel dat die extremely bitter and angry woman - hoe zei u dat ze heette?-, dat die Kristien óók weer te berde bracht. Terwijl alles politiek is.

‘Hemmerechts viel ons gedrieën aan. Maar Edna O’Brien, koninklijk en soeverein als altijd, had geen enkele zin zich uit de tent te laten lokken. En Esther Freud wilde juist de vrede bewaren en de avond redden. Inderdaad liet ik mijn woede wél los.’

Dat leverde een heerlijk ongemakkelijk avondje op. Ik heb ervan genoten, en wil u daarvoor na 11 jaar alsnog danken. By the way, het vooroordeel dat u toen bestreed, is hardnekkig.

‘Zeer. Met name vrouwen houden het in stand. Je hebt er ook die zelf ineens de wereld in trekken en ostentatief over politiek gaan schrijven. Ze worden mannen. Het is geen lolletje om als vrouw te schrijven over wat het is om een vrouw te zijn. Je krijgt als vrouw meer lof als je, zoals Hilary Mantel, de geschiedenis in duikt en over Tudors schrijft. Dan zeggen ze dat je geweldig bent.’

Hoe denkt u die houding met succes te kunnen attaqueren?

Rachel Cusk geeft een klap op Kudos. ‘Well, this is my attempt.’ En dan verschijnt, als op afroep, haar man Siemon Scamell Katz op het dakterras, en schenkt ons een glas in om te kunnen toosten op de nieuwe roman.

CV Rachel Cusk

1967: geboren in Toronto, Canada

1974: verhuizing naar Engeland

1993: Saving Agnes (debuutroman)

1997: The country life (Het buitenleven, 2008, roman)

2001: A life’s work; On becoming a Mother (In het land van moeders- De vreemde werkelijkheid van het moederschap, 2004, nonfictie)

2006: Arlington Park (roman)

2009: The last supper: a summer in Italy (Het laatste avondmaal- Een zomer in Italië, nonfictie)

2012: Aftermath; on marriage and separation (Nasleep- over huwelijk en scheiding, nonfictie)

2014: Outline (Contouren, roman)

2016: Transit (Transit, roman)

2018: Kudos (Kudos, roman)

Rachel Cusk: Kudos

Uit het Engels vertaald door Marijke Versluys.
De Bezige Bij; 200 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden