Quiz prikkelt eerzucht en streelt ijdelheid

De voorronde was al lastig. En de finale van de Grote Geschiedenis Quiz werd nog moeilijker gevonden. Zeker in vergelijking met vorig jaar....

Van onze verslaggever Henk Strabbing

'Ik ben er een beetje beduusd van.' De Utrechtse geschiedenisleraar Dirk van der Meer (33) stond zaterdag met zijn bloemen en envelop-met-inhoud (goed voor een 'historische' reis ter waarde van 2500 gulden) wat onwennig in een hoek.

Echt moeilijk had hij de finale van de Grote Geschiedenis Quiz, georganiseerd door de Volkskrant en het Historisch Nieuwsblad, niet gevonden. Dat bleek ook uit zijn score: 46 punten, waar de drie nummers 2, die ex aequo waren geëindigd, niet verder dan 43 punten kwamen. Dat duidelijke klasseverschil verloste de jury (voorzitster Nelleke Noordervliet en de hooggeleerde historici Cees Fasseur en Piet de Rooy) meteen van eventuele protestproblemen.

'Ach, met een beetje logisch nadenken kom je een heel eind als je iets niet echt meteen weet', zei Van der Meer. 'Zo'n vraag over de Van Imhoff-kwestie. Dat moest, als je even nadacht, wel over een schip gaan.' Het klopte.

Bijna iedere deelnemer vond de finale moeilijker dan vorig jaar. Dat gold ook voor de winnaar van vorig jaar, de gepensioneerde documentalist F. Jonkman: 'Veel moeilijker. Er zaten veel meer weetjes bij dan de vorige keer, dingen die je toevallig een keer moest zijn tegengekomen. Als ik hoog eindig, doe ik volgend jaar niet meer mee.' Maar toen de uitslag bekend werd gemaakt - Jonkman scoorde ditmaal niet bij de eerste tien - leek hij daar niet zo zeker meer van.

Er bleek een harde kern van finalisten in het Haarlemse Teylers Museum, deelnemers die elkaar vorig jaar op Slot Loevestein voor het eerst hadden ontmoet. Overal, in de telpauze, zag je mannen delibereren die dat vorig jaar in gelijke omstandigheden ook met elkaar hadden gedaan.

Quizmaster Jan Tromp had de deelnemers inmiddels voorgehouden dat dit spelletje 'de eerzucht prikkelt en de ijdelheid streelt'. Beide zaken waren helder zichtbaar op de gezichten.

Hors concours - maar wel voor een knappe wisselbeker - streden een team van juristen en en een van burgemeesters tegen elkaar. De juristen wonnen, maar juryvoorzitter Noordervliet kon niet om de aantekening heen dat de jeugdige D66-burgemeester van Nieuwkoop de allerbeste van zowel zijn eigen collega's als de juristen was geweest.

Al voor het begin van deze finale hadden de quizbedenkers zich het hoofd gebroken over de vraag waarom zo weinig vrouwen tot het eindspel waren doorgedrongen. Aanvankelijk waren het er nog twee geweest, maar toen haar naam in de krant verscheen, biechtte één der vrouwelijke finalisten telefonisch op dat haar inzending door haar vriend was verzorgd, terwijl zij daar niets van af wist. Ze trok zich dus terug. De tweede vrouwelijke finalist bleef zaterdag gewoon weg.

Ook opvallend, als je de commentaren van de finalisten aanhoorde, was ditmaal het gebrek aan duidelijke strikvragen. Zelfs het tot enige hilariteit stemmende zoeken naar de identiteit van 'Tante Riek' als eventueel de vrouw van 'ome' Joop den Uyl of de huishoudster van Swiebertje, kon bezwaarlijk een instinker worden genoemd - al heette de huishoudster op de buis Saar en in het echt Riek (Schagen).

Lastig bleek de vraag welke de eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld was die op geregelde basis vluchten ging uitvoeren. De vraagbedenkers zouden toch niet zo chauvinistisch zijn . . . maar jawel, het was de KLM.

Veel commentaar was er ook op de vraag omtrent de tekst: 'In tijden van oorlog is de waarheid zo kostbaar dat zij beschermd moet worden door een lijfwacht van leugens.' De keus uit Goebbels, Churchill, Nixon en Blokzijl was volgens diverse deelnemers te makkelijk. Churchill lag in dit gezelschap zo weinig voor de hand dat hij het wel moest wezen.

'Churchill was natuurlijk ook een boef, maar een andersoortige boef', suggereerde een finalist. In ieder geval was het Churchill die de uitspraak in november 1943 tijdens de conferentie van Teheran deed. Roosevelt en Stalin protesteerden niet.

Ronduit hilarisch was het commentaar van jurylid Fasseur bij de datum waarop in Nederland het verbod op de verkoop van condooms werd opgeheven. Dat was 1969 en de jonge Fasseur was destijds ambtenaar op het ministerie van Justitie - een gelukkig toeval, waarvan de vragenbedenkers van tevoren niet op de hoogte waren.

'Ik heb dat toen allemaal moeten opschrijven', aldus de latere biograaf van koningin Wilhelmina. Condoomautomaten zouden in cafés moeten komen, maar de horecawet sprak toen alleen nog van pinda's. Voorgesteld werd daarom om de wet aan te passen met de woorden 'brancheverwante artikelen', waarmee pinda's én condooms werden bedoeld. Fasseur: 'Het werd toen het Wijntje- en Trijntjevoorstel genoemd.'

Maar die uitleg volgde pas nadat een der juristen, die de datum niet wist, had gemopperd: 'Als het is opgeheven, hoeft een advocaat het niet te weten.' Zijn collega, vermaard strafpleiter in het zuiden des lands, sprak in de wandelgangen zelfs van een 'lulvraag'. Zijn stalen gezicht liet niet merken of hijzelf de dubbele bodem van dit commentaar bevroedde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden