Queensize laat zien hoe vrouwen naar zichzelf kijken

De tentoonstelling Queensize laat zien hoe vrouwen naar zichzelf kijken. De kunstwerken zijn niet zelden confronterend.

Patricia Piccinini: Balasana, 2009. Olbricht collectie. Beeld Eva Broekema

In de video leunt een jonge blote vrouw op haar ellebogen. Ze smeert foundation op haar wangen, dan op haar neus, nog wat poeder erbij. Ze probeert zich te concentreren op haar make-upritueel, terwijl haar lijf ondertussen naar voren en naar achteren gesjord wordt. Het ziet er nogal onhandig uit.

Wie blijft kijken, in een volgend shot haar billen omhoog ziet steken, of even het titelbordje leest, begrijpt wat hier aan de hand is: Fucked, heet de video. De jonge vrouw is de kunstenares zelf, Alex McQuilkin (Boston, 1980), die zich probeert op te maken terwijl ze aan het seksen is. Uitdrukkingsloos kijkt ze in de camera, terwijl de hand van haar minnaar gepassioneerd haar wang beetpakt. De boodschap is duidelijk: deze vrouw is zo bezig met haar buitenkant, dat ze niets voelt van binnen, letterlijk en figuurlijk. Als haar make-up maar goed zit.

Het is een grappige en tegelijk ongemakkelijke video. Het is niet het enige confronterende kunstwerk op de tentoonstelling Queensize in Museum Arnhem. Een echtpaar dat een dagje museum doet, bekijkt Fucked kort, zucht en loopt door. De man merkt op: 'Ze hebben ook een mooie collectie zilver. Hier is verder niks te zien.'

De video van McQuilkin is niet alleen ongemakkelijk doordat ze zeer ongeïnspireerd aan het seksen is, maar ook door het bijzondere perspectief. De camera ís de make-upspiegel. Daardoor verplaatst de kijker zich als vanzelf in McQuilkin. En dat is duidelijk niet ieders pakkie-an.

Worden, zijn en sterven

Museum Arnhem heeft het vrouwelijke perspectief vaker laten zien. Conservator Mirjam Westen, sinds 1991 aan het museum verbonden, stelde al veel tentoonstellingen samen met kunst gemaakt door vrouwen zoals recentelijk Female Power (2013) en rebelle, kunst & feminisme (2009).

Queensize is samengesteld door gastcuratoren, uit de kunstcollectie van de Duitse arts Thomas Olbricht. Ze kozen werken die drie levensfasen vertegenwoordigen: worden, zijn en sterven. De bezoeker passeert achtereenvolgens die fasen en daarmee: een mensenleven. Of beter, een vrouwenleven, aangezien het louter vrouwelijke kunstenaars betreft. McQuilkins video bevindt zich in de zaal tussen 'zijn' en 'sterven'.

Natuurlijk doorlopen mannen diezelfde levensfasen, maar volgens Westen is hun perspectief anders: 'Vrouwen moeten zich altijd verhouden tot de bestaande vrouwbeelden. Een vrouw moet zich altijd rekenschap geven van haar uiterlijk. Kunstenaressen verzetten zich daartegen.' Volgens Westen is de relatie van een vrouw met haar uiterlijk gecompliceerder dan die van een man met het zijne. Wat dat betreft is ze het eens met de observaties van de Britse schilder en criticus John Berger, zegt ze.

Berger ontleedde in zijn BBC-serie Ways of Seeing uit 1972 de manier waarop wij naar kunst en afbeeldingen kijken. Eén aflevering was geheel gewijd aan hoe vrouwen in kunst worden verbeeld. 'Vrouwen bekijken hoe ze bekeken worden', zei Berger, 'elke blik herbergt een oordeel.' Meer dan een man vormt een vrouw haar beeld van zichzelf via de blik van anderen, volgens Berger.

Beeld Alex McQuilkin/Olbricht Collection

Zoekende meisjes

McQuilkin laat dit in haar video duidelijk zien. Ze ervaart haar eigen lichaam via de spiegel. In een interview hierover zei de kunstenares: 'Het is ongelooflijk triest dat je je eigen leven niet kunt leven omdat je voortdurend wordt belemmerd door een manier van kijken die alles onecht maakt.'

Die manier van kijken, jezelf proberen te zien zoals anderen je zien, speelt in Queensize inderdaad een grote rol. Het opvallendste is dat aan het begin van de tentoonstelling, het deel gewijd aan de kindertijd. Want daar ontbreekt de blik van buitenaf. Daar ligt prominent een sculptuur van de Australische Patricia Piccinini (1965): een jong meisje slaapt op een kleed, volkomen op haar gemak, zonder make-up, zonder zorgen. Op haar rug ligt een kleine kangoeroe die ook lijkt te slapen.

Verderop in de tentoonstelling liggen honderd bloeddruppels van glas, de installatie Bloodline van de Amerikaanse Kiki Smith (1954). Hier een duidelijke verwijzing naar menstruatie en de puberteit, naar lichamelijk ongemak en schaamte. In deze zaal zijn foto's te zien van vrouwen die zichzelf proberen 'uit te vinden', grip te krijgen op hun uiterlijk. Poses en accessoires blijken daarbij essentieel.

Prachtig zijn de bekende foto's die Rineke Dijkstra in 1994 in Liverpool maakte. Twee jonge meiden poseren in uitgaanstenue. Het babyvet is nog amper uit hun wangen gesmolten, de een heeft een pakje Marlboro vast, de ander een handtas. Als hun accessoires maar op hun plek zitten. Zeer herkenbaar voor wie ooit zelf zo'n zoekend meisje was.

Kiki Smith: Bloodline, 1994. Olbricht Collectie. Beeld Eva Broekema

Een hoop vagina's

Maar Westen gelooft niet dat deze tentoonstelling vooral voor vrouwen interessant is: 'Ik merk dat mannen zich niet meer aangevallen voelen door kunst die een vrouwelijk perpectief geeft, dat is wel echt veranderd. Zij zien deze vraagstukken over identiteit gewoon als onderdeel van de samenleving.'

Toch vond iemand het nodig om in het gastenboek van Queensize 'KUT veel KUT' te schrijven. Al is niet duidelijk of dat een man of vrouw is en of diegene dat negatief of positief bedoelde. Er zijn inderdaad ook wel een hoop, tja, vagina's te zien in Queensize. En er zullen vast mensen zijn die liever naar de zilvercollectie kijken. Toch zal een vrouw in gepoetst zilver altijd even haar eigen weerspiegeling checken: zit mijn make-up nog goed?

Queensize - Vrouwelijke kunstenaars uit de Olbricht Collectie. Museum Arnhem, t/m 16/05.


Champagne life

Hoezo 'we konden geen vrouwelijke kunstenaars vinden'?

Kunstenaar is lang een mannenberoep geweest. Vrouwen waren niet welkom op kunstopleidingen. Tekenen naar naaktmodellen, onderdeel van het curriculum, zou voor hen ongepast zijn. Parallel met de strijd voor vrouwenrechten en arbeidsparticipatie is actie gevoerd voor meer aandacht voor vrouwen in de beeldende kunst, met wisselend succes.

In 1971 schreef de Amerikaanse kunsthistoricus Linda Lochlin een invloedrijk essay getiteld: Why Have There Been no Great Women Artists? Daarmee wilde ze vooral de afwezigheid van vrouwen in kunstgeschiedenisboeken aankaarten en betwistte ze het dominante standpunt van 'witte westerse mannen'.

In 1985 groepeerden anonieme kunstenaressen in New York zich onder de naam Guerrilla Girls. Het was hun reactie op de tentoonstelling An International Survey of Recent Painting and Sculpture in het Museum of Modern Art, die beoogde de actuele stand van schilder- en beeldhouwkunst te laten zien aan de hand van werk van 156 mannen en slechts 13 vrouwen.

In de jaren tachtig en negentig raakten tentoonstellingen met feministische kunst in zwang.

Kunstenaars over kunstenaressen

'Talent zit in je ballen, en vrouwen hebben toch geen ballen?'

Salvador Dalí (ca. 1960)

'Dit is zo goed, je zou niet zeggen dat een vrouw het gemaakt heeft.'

Compliment van schilder Hans Hofmann aan zijn studente Lee Krasner (1937)

'Vrouwen schilderen niet zo goed.

Dat is een feit.'

Schilder Georg Baselitz in een interview met Der Spiegel (2013)

Inmiddels is er een nieuwe trend: tentoonstellingsmakers die exposities met alleen vrouwen samenstellen, zonder daarbij voor expliciet feministische kunstwerken te kiezen. In 2009 besloot de Franse curator Camille Moreau de thematische opstelling van de collectie van Centre Pompidou eens anders aan te pakken. Zij selecteerde alleen kunst van vrouwen voor elles@pompidou. Voor het eerst toonde een museum 'zijn vrouwelijke kant', ronkte het persbericht. De internationale pers bleek weinig geïnteresseerd.

Dit voorjaar viert Saatchi Gallery, de Londense galerie van reclameman Charles Saatchi, haar dertigste verjaardag met een groepsexpositie met kunst van alleen vrouwen: Champagne Life. Deze expositie heeft het debat doen oplaaien: is het wenselijk kunst van vrouwen in aparte tentoonstellingen te laten zien? Ontstaat zo niet een ondergewaardeerd kunstklassement voor vrouwen? De Amerikaanse curator en criticus Maura Reilly vertelde aan The Financial Times dat zij dergelijke tentoonstelling een positief verschijnsel vindt. Ze zouden volgens Reilly tentoonstellingsmakers bewijzen dat er heus genoeg kunstenaressen zijn, zodat die niet meer wegkomen met het excuus 'we konden geen vrouw vinden'.

Op de Saatchi Gallery zelf lijkt dat effect niet van toepassing. Op Champagne Life volgt een tentoonsteling met alleen mannelijke makers. Zonder dat mannelijkheid overigens het thema is: het thema is schilderkunst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden