Pyschedelica was een korte, maar prachtige tussenfase

In 1973 brak Pink Floyd door met Dark Side of the Moon. Hoe ze zover kwamen, is nu te horen en te zien.

Beeld Studio V

Een doos waarin met gemak een keukenmachine past, met daarin twee kleinere dozen en een handvol singletjes. Een van de dozen zit vol met foto's, replica's van concertaffiches en andersoortige band-memorabilia, de andere bevat zeven mooi verzorgde cd-boxjes op boekformaat. Pink Floyd heeft werk gemaakt van de 10 cd's, 9 dvd's en 8 blu-rays bevattende box The Early Years 1965-1972. Mag ook wel, want de 500 euro die ervoor moet worden neergeteld, is veel geld.

Maar de tientallen uren die je er mee kunt doorbrengen leveren vele heldere en vaak nieuwe inzichten op. De Britse psychedelische rockband Pink Floyd mag sinds het conceptuele meesterwerk Dark Side of the Moon (1973) zijn uitgegroeid tot een van de grootste, best verkopende stadionattracties ter wereld, in de door deze box bestreken vroege jaren was de band vooral zoekende naar de juiste vorm, spelend in betrekkelijk kleine zalen.

Het meeste audio- en videomateriaal verschijnt nu voor het eerst; er wordt voorbijgegaan aan de reguliere albums Ummagumma (1969), Atom Heart Mother (1970) en Meddle (1971) die in de behandelde periode verschenen. De samenstellers gaan ervan uit dat iedere potentiële boxbezitter die inmiddels wel in zijn bezit heeft.

Wat je ziet en hoort op deze box is een band die langzaam groeit naar de vorm die hem vanaf 1973 zo groot maakt. Zo is er een mooi beeld, gevangen door de makers van An Hour with Pink Floyd die op 30 april 1970 in San Francisco zonder publiek een concert van een uur filmden van de rockband. We zien zanger-gitarist David Gilmour en bassist-zanger Roger Waters gebroederlijk naast elkaar op barkrukken akoestische gitaar spelen. Ze zingen het liedje Grantchester Meadows, voor hen speelt Rick Wright op een elektrisch orgeltje. Drummer Nick Mason is even uit beeld, die mag zich tien minuten later uitleven in Careful with That Axe, Eugene.

De concentratie op de gezichten van Gilmour en Waters is prachtig: muzikanten die na jaren zoeken elkaar eindelijk gevonden hebben. We zijn dan precies halverwege de box. De beelden uit San Francisco openen de dvd van het vierde deel, gewijd aan 1970. Twee cd's en twee dvd's (of één blu-ray) behandelen dit voor Pink Floyd cruciale jaar.

Het was het jaar waarin de band met het album Atom Heart Mother voor het eerst de eerste plaats behaalde. Ze verloren definitief hun status van undergroundband. Dat duurde eigenlijk nog best lang, zo maakt deze box duidelijk. De opkomst was in 1966 spectaculair geweest.

Syd Barrett en Roger Waters, uit Cambridge, kwamen op de Londense universiteit in contact met onder meer Rick Wright en Nick Mason. Aanvankelijk speelden ze zoals de meeste Londense bands, rhythm and blues en blues zoals ze die kenden van Amerikaanse importplaten. Aardig, maar bepaald niet bijzonder zoals de zes liedjes bewijzen waarmee de box opent.

Beeld Studio V

Het is zanger-gitarist Syd Barrett die onder invloed van lsd de band een psychedelischer kant op drijft. The Pink Floyd, zoals ze aanvankelijk heten, maakt veel indruk in het hippe Londen van 1967. Met lange bezwerende instrumentale tracks als Interstellar Overdrive en Nick's Boogie, maar ook met pakkende popsongs zoals Arnold Layne en See Emily Play. De beelden uit die tijd zijn vaak adembenemend. Vooral Syd Barrett had als frontman een enorme uitstraling en je vraagt je voortdurend af hoe het met Pink Floyd was afgelopen als Barrett bij de band gebleven was, zeker wanneer je de nooit eerder uitgebrachte, avant-gardistisch getinte, instrumentale opnamen uit 1967 hoort.

Begin 1968 blijkt zijn gedrag door lsd steeds onberekenbaarder en niet langer acceptabel voor de andere bandleden. Barrett verlaat de band en wordt vervangen door zijn vriend uit Cambridge, David Gilmour.

Cadeautips

Hoe minder cd’s er verkocht worden, hoe mooier en spectaculairder de speciale uitgaven worden want die verkopen wél. En terecht.

De Volkskrant selecteerde de mooiste.

Hoe nu verder? Dat is zoeken voor het nieuwe Pink Floyd. Vanaf 1969 leggen Gilmour, Waters, Wright en Mason zich steeds meer toe op lange, breed uitgesponnen muziekstukken. Je moet wel erg van Pink Floyd houden om te blijven genieten van de soms wel vijftien (!) versies van nummers als Careful with That Axe, Eugene, Set The Controls for the Heart of the Sun en A Saucerful of Secrets die in de box verzameld zijn.

Maar sommige opnamen zijn ook wonderschoon. Zoals die uit het Amsterdamse Paradiso, in augustus 1969, toen de band alleen instrumentale stukken speelde. Of anders die van een maand later, toen de band in het Concertgebouw in diezelfde stad een compleet ander concert gaf. De Paradiso-versie van Interstellar Overdrive en de uitvoering van David Gilmours The Narrow Way in het Concertgebouw behoren tot de hoogtepunten uit de box.

Altijd zoekende vond Pink Floyd in het plaatkant vullende Echoes (1971) uiteindelijk de definitieve vorm, als Gilmour en Wright samen de vocalen voor hun rekening nemen. Hun psychedelica schuurde inmiddels minder dan zes jaar eerder en was gemoedelijker geworden, maar hun traag voortschrijdende muziek met die kale ruimtelijke sound, was uniek.

Het was muzikaal minder virtuoos dan de met techniek intimiderende vakbroeders als Yes, Genesis en Emerson Lake & Palmer, maar veel eigenzinniger. Het grote succes lag in 1972 binnen handbereik. De weg ernaartoe wordt op de peperdure box prachtig uit de doeken gedaan.

(Gijsbert Kamer)

Pink Floyd: The Early Years 1965-1972 (10 cd's, 9 dvd's, 8 blu-rays, 5 singles), Warner Music, €499,-.

Beeld Studio V

Bij bewustzijn

Wie muzikanten wil horen die later in superbands zouden spelen, beluistert deze box.

In 1967. Crisisberaad in de oefenlokalen van Britse gitaarbandjes, die constateerden dat hun beat-, mod- of garagesound was ingehaald door een nieuw geluid. Haast van het ene op het andere moment was 'psychedelisch' het nieuwe toverwoord geworden: druggy, geestverruimend, zoals in San Francisco, waar Jefferson Airplane en Grateful Dead opereerden.

In augustus 1966 was Revolver van The Beatles verschenen, begin 1967 meldde zich Pink Floyd en vlak ook het in Engeland zeer succesvolle Bee Gees 1st (1967) van de Bee Gees niet uit.

Je eigen band moest mee. Kleurrijke kleding. Vloeistofprojecties. Galm en rondzingende geluidseffecten. Misschien een sitar. Een ander soort liedjes, ook.

Van die plotselinge omslag in de Britse pop doet het prachtige boxje Let's Go Down And Blow Our Minds verslag in tachtig liedjes. Sommige bandnamen kennen we van de box Nuggets II (2001), maar van die groepen kozen de samenstellers andere songs uit.

Neem The Alan Bown Set uit Londen, een stevige rhythm and bluesgroep die zich in 1967 omdoopte tot The Alan Bown! en met de culthit Toyland op de proppen kwam: zomerse toonzetting, een folkfluit en caleidoscopische vergezichten.

De psychedelische hype hield niet lang aan, maar een vruchtbare tussenfase was het wel. Muzikanten die zich in 1967 ontworstelden aan het keurslijf van de beatsong zouden later opduiken in progressieve popgroepen of pionierende hardrockbands van betekenis: leden van The Alan Bown! in Supertramp, leden van Episode Six in Deep Purple, gitarist Jimmy Page van het Hendrix-achtige The Mickey Finn in Led Zeppelin. Het geeft de Britse psychedelica van 1967 de trekken van een hippe vrije school.

Dat niet alle songs echt goed zijn, is niet de zwakte maar juist de kracht van deze bloemlezing: zo ontstaat een levendig beeld van een bandjeslandschap in beweging. Je had de jongens die echt goed waren en werkelijk op avontuur gingen (onbekende, vroege tracks van Procol Harum, The Move, Spencer Davis Group, The Moody Blues). Maar er waren ook bands die zich angstig vastklampten aan een baken als The Beatles. Neem The Mirage, dat eerst Tomorrow Never Knows coverde en daarna met de 'eigen' compositie Lazy Man kwam, die bijna voor Beatles-cover door kan (van Rain, namelijk).

Wat de Britse psychedelische scene anders maakte dan de Amerikaanse? De soul en r&b van de mods galmde nog na. De Engelse folktraditie van fiddle en fluit vond hier en daar zijn weg in de liedjes. En dan had je nog typisch Engelse rariteiten, zoals een psychedelische single door voetbalsupporters (The QPR Supporters).

Zo zie je maar: in de Britse 'psych-scene' van 1967 kon misschien niet álles, maar wel veel.

(Menno Pot)

Let's Go Down And Blow Our Minds: The British Psychedelic Sounds of 1967 (3 cd's), Grapefruit/Cherry Red, €30,49.


Zoet en gelikt

Fijn, hiphoplabels die een overzicht maken. Moeten ze vaker doen.

Historische hiphopoverzichten als de vijf cd's tellende box Bad Boy Entertainment 20th Anniversary Edition zijn helaas een zeldzaamheid. Er zijn her en der wel boxen uitgegeven, zoals van Def Jam, het label dat in de jaren tachtig groot werd. Maar wat zou het aardig zijn als er eens een goed gedocumenteerd retrospectief van bijvoorbeeld JayZ's label Roc-A-Fella beschikbaar kwam.

Sean 'Puff Daddy' Combs of Diddy, zoals hij zich tegenwoordig noemt, voorziet met de tachtig liedjes uit de catalogus van zijn label Bad Boy dus in een behoefte. Het materiaal bestrijkt de periode 1993-2013. Wat twintig jaar de kracht van het label is geweest, wordt al snel duidelijk: een toegankelijke, zeer gelikte mix van hiphop en r&b.

Bad Boy Entertainment Beeld Studio V

Diddy was dol op zoetige vocalen, zoals de vele nummers van Faith Evans, 112 en Total hier bewijzen. Het luistert allemaal lekker weg, maar elke keer veer je pas echt op als er een wat rauwer van de tong gesneden rapper als Craig Mack voorbijkomt. Zijn door een minimale beat gedreven Flava in Ya Ear klinkt nog net zo opzwepend als in 1994.

Helemaal feest is het elke keer wanneer The Notorious B.I.G. voorbijkomt en dat is gelukkig heel vaak. B.I.G (Biggie Smalls) was in 1994 verantwoordelijk voor het eerste Bad Boy-album. Zijn Ready to Die werd meteen al als moderne klassieker onthaald en nummers als Juicy en Big Poppa hebben nog niets aan kracht ingeboet.

De in 1997 doodgeschoten rapper wordt nog altijd gemist om zijn unieke rijmkwaliteiten, dictie en fraseringen. Zijn Hypnotize (1997) blijkt de tand des tijds beter te doorstaan dan de meeste nummers van Puff Daddy zelf, zoals het kleffe I'll Be Missing You, die wel heel gemakzuchtig aan één geleende melodie of sample hingen.

(Gijsbert Kamer)

Diverse Artiesten: Bad Boy Entertainment 20th Anniversary The Box Set (5 cd's), Rhino/Warner Music, €49,.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden