Pure rock 'n' roll van honkende sax-orgieën

Los Angeles heeft nooit te boek gestaan als een jazzmetropool, en toch ontwikkelde jazz er een eigen, bluesy geluid. Een ruime bloemlezing uit 35 jaar zwarte muziek laat het belang van de West Coast horen....

IN 1908 was in Los Angeles voor het eerst jazzmuziek te horen. De muziek had een lange reis afgelegd vanuit New Orleans, en pas zo'n twaalf jaar later zouden ook twee van de pioniers uit die stad, Jelly Roll Morton en Kid Ory, in LA opduiken. Na de kennismaking met de jazz volgde de blues: een grote stroom immigranten uit Texas maakte van Los Angeles spoedig het laatste en verste station van de blues belt. In alles bleef de nabijheid van Hollywood voelbaar - zelfs de gesegregeerde zwarte amusementsmuziek in de stad kreeg er een tik van mee.

Jazz in Los Angeles ontwikkelde een eigen geluid: bluesy, en met een aangename urgentie. Desondanks stond Los Angeles nooit te boek als jazzmetropool, en dat terwijl de stad toch grote namen heeft voortgebracht als Lionel Hampton, Nat King Cole, Dexter Gordon, Wardell Gray, Charles Mingus, Benny Carter, Lucky Thompson, Eric Dolphy en de Jazz at the Philharmonic-concerten - de blanke muzikanten van de zongebleekte cool jazz uit de jaren vijftig even niet meegerekend.

De vier cd's in de West Coast Jazz Box (Contemporary) die afgelopen winter verscheen, stelden het beeld al enigszins bij en belichtten de blanke, zwarte, Mexicaanse en Braziliaanse tradities in de stad. En nu verschijnt Central Avenue Sounds (zij aan zij met een omvangrijk oral history-boek van de University of California Press), een aan de zwarte muziek gewijde en stilistisch gevarieerde collectie.

De eenennegentig opnamen bieden nogal wat rariteiten, waaronder een radio-opname van de band die saxofonist Lester Young in 1941 samen met zijn broer, drummer Lee Young, leidde, en Duke Ellington als koordirigent in een medley uit zijn LA-musical Jump for Joy.

Vermeldenswaard zijn ook twee stevige sessies uit 1930 van Paul Howard's Quality Serenaders, een 'progressieve' band met trombonist Lawrence Brown - voor die furore zou maken bij Ellington, en hip slagwerk van drummer Lionel Hampton - voor die geschiedenis ging schrijven als vibrafonist. Voorts is er vroege bebop van Charlie Parker en Howard McGhee, wat zeldzame (niet bijzondere) Charles Mingus, stukken van Grey, Gordon, Cole en Art Tatum, benevens zang van Nellie Lutcher, Roy Milton, T-Bone Walker en Jimmy Witherspoon.

In drie stukken van Roy Porters big band uit 1949 horen we een piepjonge Eric Dolphy op altsax, al duidelijk op weg naar de nerveuze, aanvallende stijl van zijn latere jaren. Het vroegste stukje is uit 1921/1922, van trombonist Kid Ory.

Een bloemlezer die de keuze heeft uit 35 jaar materiaal, kan de selectie aangrijpen om te bewijzen wat hij maar wil. Maar Central Avenue Sounds zit te grillig in elkaar (met ook allesbehalve 'klassieke' stukken) om welke stelling dan ook te ondersteunen. Zij het dat de samenstellers jazz zonder problemen verbinden met alle andere zwarte genres die destijds uit jukeboxes en nachtclubs op Central Avenue schalden. Een gerechtvaardigde keuze, want of het nu jazz, blues, rhythm 'n' blues of jive vocals heet - het maakt allemaal deel uit van hetzelfde spectrum.

Hoewel niet een van de hoesteksten erop ingaat, maken deze vier cd's zonneklaar hoe uit swingorkesten als die van Lionel Hampton de r & b geboren wordt (dezelfde jagende riffs, gespeeld door kleinere bezettingen), en hoe de r & b op haar beurt de rock 'n' roll voortbrengt - eenvoudigweg door de knop net even verder open te draaien. Zo hoor je in Joe Liggins' hit The Honeydripper (hier in de kale oerversie, mid-jaren veertig) de boogie woogie-bassen van het verleden én de dansende tieners van de nabije toekomst.

De honkende sax-orgieën van Big Jay McNeely zijn pure rock 'n' roll, ook al varen ze onder de r & b-vlag. Zijn 3D Blues, met twee net uit fase spelende saxofoons, is een slimme evocatie van het dubbelperspectief van de vroege driedimensionale film.

En ten slotte laat Johnny Otis nog eens horen hoe zwart Los Angeles Hollywood beïnvloedde. Zijn nauwsluitende, Ellingtoneske Harlem Nocturne uit 1945 stond model voor alle soundtracks van het type jazz = drank + misdaad + meiden.

Wordt het jazzgehalte van Central Avenue Sounds minder door de ruim vertegenwoordigde grensgevallen? Nauwelijks. Het herinnert er alleen aan hoe grondig jazz en populaire muziek in het midden van de twintigste eeuw met elkaar verknoopt waren - een stelling die voor de jazzmuziek van nu moeilijk valt op te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden