Puntdaken als een broche met diamanten

Expositie Jos. Klijnen. Vitruvianum Heerlen. Tot en met 13 september...

ARCHITECTUUR

De Nederlandse architectuur van deze eeuw bestaat niet alleen uit Berlage, Rietveld, Oud of Dudok. Bijna oncontroleerbaar groot is het schemergebied van architecten die zich bezig hebben gehouden met individuele projecten, met adviezen, met bestuurlijke functies en vooral met competities die tot niets leidden. Jos. Klijnen was zo'n architect. Zijn rol in de Nederlandse architectuur was bescheiden en zijn stijl niet goed in een vakje onder te brengen. Op en top een Einzelgänger.

Waarom dan toch een expositie aan zo'n randfiguur gewijd? Omdat het weinige dat Klijnen heeft achtergelaten toch belangwekkend en misschien wel exemplarisch zou kunnen worden genoemd.

Onder zijn niet uitgevoerde werken zijn er zeker twee die je nu modern of revolutionair zou kunnen noemen, en waarvan je het kunt betreuren dat ze niet zijn uitgevoerd. Het betreft het ontwerp voor een concertzaal in 's-Hertogenbosch en dat voor het provinciehuis van Zuid-Holland in Den Haag.

Klijnen schetste in 1954 een ronde concertzaal in het natuurgebied het Bossche Broek, net buiten de stadswallen. Dat was in twee opzichten een provocerende zet. Dat natuurgebied was ook toen al een heiligdom waar de Brabantse hoofdstad niet aan mocht komen. En het ontwerp prikkelde ook nog eens de verbeelding: hij bekroonde het gebouw met een koepel met glazen puntdaken, als een broche ingelegd met diamanten.

Hij verlevendigde de ronde gevel met schuin geplaatste ramen, erkers en panoramavensters. Deze concertzaal moest de zuidelijke pool van de stad vormen, een contrapunt tegenover de Sint Jan. Maar in 1963 zag de gemeente van de gedurfde operatie af en koos ervoor het oude Casino te verbouwen. Schraalhans was weer eens keukenmeester.

Voor het provinciehuis van Zuid-Holland werd in 1951 een wedstrijd uitgeschreven. Klijnen moest onder meer concurreren met grootheden als Oud en Peutz. De laatste kreeg uiteindelijk de opdracht, maar Klijnen was de morele winnaar. Zijn ontwerp werd geprezen in de vakpers, en opnieuw was er sprake van een gedurfd gebouw: een centraal blok met een gebogen dak en een langwerpige uitsparing over vijf verdiepingen.

Vanuit dat hart liet Klijnen gebogen vleugels ontspringen, alsmede een ronde Statenzaal. Wie de maquette ziet, zou zweren dat het een eigentijds kantoor was, van het modieuze bureau Arquitectonica uit Miami of van Sjoerd Soeters.

Het oeuvre van Klijnen is uniek, schrijft het Vitruvianum, centrum voor architectuur en stedenbouw te Heerlen, als verklaring voor de expositie die aan hem is gewijd in een aparte zaal in het Thermenmuseum. Hij wist in zijn loopbaan tegenstellingen te overbruggen, hij combineerde authentieke en streekeigen elementen met impulsen uit de nationale en internationale avantgarde. Daarbij beschouwde hij stedenbouw en architectuur als een eenheid.

Het feit dat hij zo duidelijk tussen die twee disciplines in zat, maakte Klijnen inderdaad tot een unieke figuur. Voor de Tweede Wereldoorlog iets meer architect, daarna iets meer stedenbouwer.

Het moeilijke van een architect als Klijnen is, dat hij vooral op de achtergrond werkte, voorwaarden schiep - aspecten die een groter publiek nauwelijks aanspreken.

Het bewijs daarvoor levert het publiek zelf: het wandelt binnen, werpt een blik op de vervaagde stadsplattegronden en keert om. De expositie lijkt daardoor haar doel voorbij te schieten, namelijk relatief onbekende architecten uit de vergetelheid te halen.

Klijnens naam is verbonden met Limburg; in Geleen is er zelfs een straat naar hem vernoemd - hij heeft de gemeente dan ook voorzien van een nieuwe planologie. Zowel Sittard als Geleen schakelden de van oorsprong Limburgse architect in voor de vormgeving van de naoorlogse stadsuitbreidingen.

Klijnen liet zich daarbij leiden door het landschap. Zijn stadswijken, voorzover traceerbaar uit de vage potloodlijnen en kleurvlakken, gehoorzamen aan de hoogteverschillen; tussen de woonblokken zijn groene wiggen 'geslagen'. Dit levert hem het etiket organische stedenbouwer op.

Maar zowel de oorspronkelijke als de gereconstrueerde wijken van Sittard en Geleen blijven voor de niet-ingewijde een mysterie. Klijnen was geen publicist en zijn tekeningen muntten niet uit in helderheid, waardoor achtergronden en toelichtingen ontbreken.

Van de stedenbouwkundige operaties is de integratie van Venlo-Blerick en de verkeersafwikkeling over de Maas vermoedelijk Klijnens grootste verdienste. Het had nog mooier kunnen zijn als hij zijn opdrachtgevers had kunnen overtuigen van de noodzaak van een diagonaal geplaatste verkeersbrug over de Maas, die het centrum van Venlo rechtstreeks verbond met dat van het geannexeerde Blerick aan de westoever. Men vond het, zoals zo vaak, te duur.

Na herziening was het Klijnen die een oplossing wist te bedenken voor een spoorweg- en verkeerstalud dat dreigde een barrière tussen de stadsdelen te vormen. Hij brak dat talud op een cruciale plaats open voor een verkeersplein met colonnades, zodat het zicht vrij bleef.

Aan het begin van zijn carrière werkte Klijnen onder meer op bureau Cuypers in Amsterdam, had hij connecties met Granpré Molière - die tussen de twee oorlogen als de smaakmaker in de volkswoningbouw gold en hoofddocent in Delft was -, bouwde hij een apotheek in Heerlen in de stijl van Frank Lloyd Wright, en maakte hij links en rechts stedenbouwkundige plannen.

Zijn eerste prijsvraagontwerp uit 1917, dat voor een kunstacademie in het plan-Zuid van Berlage, duidt op een onmiskenbaar talent. Zijn horizontaal gelede gebouw met sierbanden en schuine kappen was goed voor een derde prijs en loftuitingen, maar niet rijp voor uitvoering. Evenzo verging het zijn ontwerpen voor een internationaal bestuursgebouw in Genève, een blok woningen voor de tuinstad Vreewijk en, vlak voor zijn dood in 1973, ook zijn stadhuis voor Amsterdam.

Klijnen tekende, tekende, leek zich niets aan te trekken van modes en opdrachtgevers en raakte na zijn overlijden in de vergetelheid. De expositie in Heerlen, die later dit jaar wordt herhaald in Rotterdam, en een boekje uit de monografieënreeks Bonas, halen hem uit de mottenballen.

Terecht? Ja, als je afgaat op de spaarzame gebouwen die wel zijn verwezenlijkt. De Liduina Basisschool en de St. Paulusschool in Den Haag zijn voorbeelden van montere architectuur, met hun sterk overhuivende kappen: alsof ze een pet met een klep dragen. De twee blokken, die iets ten opzichte van elkaar verspringen, scheidde hij met een trappenhuis waar de zorgvuldige detaillering van de balustrade in het oog valt.

Uit de jaren twintig dateren deze scholen, in dezelfde tijd dat Dudok half Hilversum bezaaide met zíjnscholen, maar het verschil tussen die twee is enorm. Dudok hanteerde een sterk horizontale lijn met een toren of schoorsteen als verticaal contrast.

Klijnen ging juist de hoogte in en hakte de kap als het ware doormidden: zijn scholen boezemen ontzag in en geven tegelijk beschutting, door het gebruik van die oversized dakoverstekken en luifel boven de entree.

Volgens de samenstellers van de expositie is Klijnen ook de grondlegger van het moderne park, getuige de manier waarop hij al begin jaren twintig autowegen verwerkte (parkways) in het ontwerp voor de Kralingse Plas in Rotterdam. Maar aan dat park is zoveel gesleuteld tussen eerste tekening en definitieve uitvoering in 1929 dat er van het oorspronkelijk idee weinig is overgebleven.

Ook een stadhuisontwerp voor Waalwijk zou niet gerealiseerd worden. Het eerste plan was nog te rommelig te noemen, zijn tweede, verbeterde stadhuis daarentegen is een voorbeeld van sprekende architectuur door het gebogen dak en een gevel die het raadhuisplein afsluit, maar tegelijk de zichtlijnen naar het weideland erachter openhoudt. Meester van de situatie, luidt niet voor niets de ondertitel van de expositie.

Maar of met deze hommage de architect voor de toeschouwer een beetje gaat leven? Eigenlijk niet, daarvoor biedt de expositie te weinig houvast, blijft de figuur Klijnen te schimmig. Hij scheen van zijn stedenbouwkundige adviezen te kunnen leven, was niet afhankelijk van de grillen van particuliere opdrachtgevers, lees je als achtergrond bij zijn loopbaan. Genoeg is dat niet. Bovendien blijkt maar weer eens hoe lastig het is ideëen van een stedenbouwkundige te etaleren op een expositie. Tekeningen, een filmpje van Kralingen, wat zegt het allemaal?

De architect Klijnen koos tijdens zijn leven voor een tussenpositie, de expositie doet dat opnieuw.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden