Punt gemaakt

Niet eerder was het werk van oerpointillist Georges Seurat in een overzichtsexpositie te bewonderen. Het Kröller-Müller haalt nu de schade in - en hoe.

Georges Seurat, Port-en-Bessin, les grues et la percée, 1888. Beeld Collectie Kröller-Müller
Georges Seurat, Port-en-Bessin, les grues et la percée, 1888.Beeld Collectie Kröller-Müller

Leuke vondst van Will Gompertz in zijn boek What are you looking at - 150 years of modern art in the blink of an eye: de koppeling van Georges Seurat, aartsvader van het pointillisme - stippel-kunst in de volksmond - aan Jonathan Ive, hoofdontwerper van Apple, en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor iMac, iPad, iPhone etcetera. Een vrij vanzelfsprekende koppeling ook. Beiden, schrijft Gompertz, creëerden immers objecten van ogenschijnlijke eenvoud, maar in beide gevallen lag aan die eenvoud een barrage aan kennis, techniek, handigheid en ervaring ten grondslag.

Je kunt er een derde overeenkomst aan toevoegen: karakter. Hun werk heeft karakter. Het ingewikkelde mechaniek ten spijt zijn het objecten waaraan je makkelijk verknocht kunt raken. U en ik konden dat in het geval van Seurat hier te lande slechts zeer beperkt met eigen ogen ervaren.

Over hem werd in Nederland niet eerder een tentoonstelling gemaakt. Het Kröller-Müller Museum in Otterlo brengt nu de Fransman in een expositie van 23 schilderijen en 24 tekeningen en doet dat uitstekend. De bruiklenen (onder andere uit Musée d'Orsay) zijn prima, de installatie rustig en dus goed. De catalogusteksten zijn wat aan de dorre kant, gevolg van de bij musea alom heersende specialisatiedrang; niet van onkunde.

Wat vooral klopt: de plek. De combinatie Seurat/Kröller-Müller snijdt hout. Helene zelf kocht, zoals bekend, indertijd vier Seurats, waaronder wél het prachtige Le Chahut, maar, door de schraperigheid van haar adviseur, de schilder en kunstpedagoog H.P. Bremmer, níet het beroemdste meesterwerk Un Dimanche a la Grande-Jatte (nu in Chicago). En sindsdien is de collectie uitgebouwd met een reeks navolgers: landgenoot en kunstbroeder Paul Signac, mede-exposant in Brussel Théo van Rysselberghe, alsmede de Hollanders Toorop, Gestel en Thorn Prikker - in Otterlo zie je Seurat én zijn nawerking. Een handige tijdlijn, ten slotte, geeft inzicht in des schilders kleurentheorie en persoonlijke leven.

Nu is dat laatste een beetje een moetje. Een handvol uitgekauwde anekdoten die steevast hetzelfde beeld oproepen: goeie schilder, gedreven theoreticus, ontegenzeggelijk een sleutelfiguur van de post-impressionisten, maar oh my freaking god: wat een sneue gast! Er was een meisje, Madeleine Knoblock - Seurat zou haar verborgen hebben gehouden. Er was een stamcafé, Gambrinus, waar hij het knorrig in zijn absint turen enkel zou hebben onderbroken wanneer iemand weer eens iets onwelgevalligs over zijn kleurgebruik beweerde. Het klinkt apocrief (wat is dat voor een café waar ze over kleurentheorie ouwehoeren?), en je krijgt zin om met tegenwerpingen te komen.

Jawel, de schilder stond bekend als hooghartig, maar was-ie niet gewoon erg verlegen? Inderdaad, hij was eenzelvig, maar zijn de mensen dan zo leuk? Waarschijnlijk werd Seurat gewoon bovengemiddeld in beslag genomen door zijn schilderijen. Toen hij in 1891 op 32-jarige leeftijd overleed aan difterie, had hij er een stuk of vijftig gemaakt. Zij behoren tot het krachtigste en meest invloedrijke wat de moderne kunst te bieden heeft.

Terug tot de kern

Wat voor soort kunst was het, die landschappen en figuurstukken van Seurat? Dat is makkelijk: symbolisme zonder symbolen. De krijttekeningen met hun versimpelde figuren en treinpalen in de schemering en ook de latere strandgezichten en caféscènes: ze willen een chaotische en willekeurige wereld beheersen, zo u wilt terugbrengen tot de kern. Ze hebben niet het dramatisch narratieve van de salonschilders en ook niet het vliedende van de impressionisten, maar neigen juist naar het tijdloze, het archetypische haast. Twee stijlmiddelen gebruikte Seurat daarbij meer dan andere: vereenvoudiging en kleur.

Nu was Seurat in dat laatste een kind van zijn tijd. Kleurentheorie nam een hoge vlucht in de 19de eeuw. Denk aan Goethe en zijn kleurenleer en aan mannen als Michel Eugène Chevreul en Ogden Rood, wetenschappers beroemd door hun onderzoek naar optica. Schilders vraten hun boeken.

Wat Seurat exact bij hen opstak blijft vaag. Twee inzichten staan echter buiten kijf. Een: de optische menging van kleur, dat twee dicht bij elkaar geplaatste kleuren worden waargenomen als een derde nieuwe. En twee: de stuwende kracht van complementaire kleuren. Dat een kleur puurder oogt naarmate zij afsteekt tegen een variant van de andere zijde van het kleurenwiel: rood naast groen, oranje naast paars. Het effect wordt verstrekt wanneer de kleuren in kwestie los van elkaar worden geschilderd (zonder overlap) op een lichte ondergrond. Seurat paste het toe met klinische precisie.

Tenminste, zo wil de theorie. De praktijk, zo blijkt in Kröller-Müller, is weerbarstiger. Seurat was minder streng in de leer dan gedacht. Hij schilderde vlekken, strepen en kikkervisjes-vormige druppels en stippelde de kleuren doodgemoedereerd over elkaar. Wanneer het hem uitkwam, smokkelde hij met de contouren. Het pointillisme ontstond proefondervindelijk. Pas in Seurats laatste jaren raakte het uitgekristalliseerd. In die tijd ontstonden ook zijn beste doeken.

Dan denk ik bijvoorbeeld aan een van de klapstukken van de expositie, Le Chahut (1889-1890, het andere is Le Cirque, 1890-1891). Het toont een nachtclub in Parijs, lawaaiig en druk, op het moment dat de cancan wordt opgevoerd, de bekende rokkendans uit de Moulin Rouge. Club, orkest en danseressen zijn overdekt met een verftapijt, in kleur verschietend van nachtegaal-blauw tot zalmroze. Een zaal binnenlopen en dit schilderij zien, is als een tv aanzetten waarvan het geluid al op maximaal stond: een klap in je gezicht. Dat komt door het formaat, het ritme (die vier benen die tegelijk de lucht in zwiepen) en ook door de de kleuren die Seurat liet botsen: wit op karmijn, oker op nachtblauw, blauw dat op zijn beurt weer uit talloze andere kleuren bestaat. Een doek waarvoor je je hoed afneemt, zeker. En toch niet het beste op de tentoonstelling.

Die eer komt toe aan de late strandgezichten. Zij vormden de vrucht van Seurats zomerse vakanties in de kustplaatsjes van Normandië en Bretagne, Grandchamp, Le Crotoy en in het bijzonder Honfleur, toen nog met een vuurtoren aan zee; de schetsen en voorstudies die hij ter plekke maakte, werkte hij 's winters uit in zijn Parijse atelier. Met deze schilderijen is iets vreemds aan de hand. Ze zijn verlaten op een manier die ook toen, in het pre-massatoerismetijdperk, enkel in dromen voorkwam. Ze bevatten kades, stranden, een eenzame rotspunt of een paar bootjes; slechts bij hoge uitzondering mensen. En dat is goed. Het stelt Seurat in staat zich te concentreren op setting en licht. Dat werpt vruchten af.

null Beeld -
Beeld -

Navolgers

Seurat (foto hierboven) had vele navolgers; Van Rysselberghe, Van de Velde, Toorop, Hillenius, Struycken. Ook de conceptuele kunstenaar Ger van Elk (1941) liet zich inspireren door de Fransman. Van hem toont het Kröller-Müller een reeks flatscreens met animaties geënt op Seurat en Signac: landschappen vervormen tot een constellatie van vogels of een sneeuwstorm, om na een tijdje weer landschap te worden. Prachtwerk.

Klinisch sensueel

Een van de mooiste is Le chenal de Gravelines. Het toont een baai met kade en grasveld, aan de einder een vuurtoren omringd door huizen waarvan het verschiet wordt doorkruist door masten van aanmerende bootjes. Aan dit doek, aan veel Seurats, kleeft iets paradoxaals: het is klinisch sensueel. Het is doordacht en theoretisch, er is op gezwoegd, duizenden stipjes één voor één op dat doek - wat een klerewerk, maar zie: neem plaats voor het schilderij en je vergeet het. Dan word je in beslag genomen door andere zaken. Door de presentie allereerst: het tintelende verfoppervlak, de aaibaarheid van het gras, de glasachtige spiegeling van de boten. En door het licht. Natuurlijk: het licht! Dat is hier aanwezig als God in zijn schepping: onzichtbaar en toch altijd voelbaar. Gedempt zinderend. Als een substantie. Dat was in 1890. Een jaar later was Seurat dood.

Wat daarna gebeurde, zie je verderop in het museum, deels. Seurats goede voorbeeld deed goed volgen; eerst door voornoemde Hollandse en Vlaamse tijdgenoten. Later, in het digitale tijdperk, door kunstenaars die Seurats bevindingen gebruikten in de meest uiteenlopende technieken en media: van schilderijen en computeranimaties tot portretten gemaakt van opstaande wascokrijtjes aan toe. Sommige daarvan ogen nu al gedateerd.

Jaap Hillenius niet. Hij maakte oogverblindende, vaak wandvullende abstracte werken, zonder cancandanseressen, maar met een grote sensitiviteit voor kleur, haar emotionele kracht, de sturende functie ook, hoe ze een oog door een voorstelling leidt. In hem vond Seurat een volwaardige navolger. Daarna volgden Peter Struycken, Ger van Elk, het Nintendo Entertainment System, Pixel Art. En de iPhone 5.

L'hospice et le phare de Honfleur, 1886. Beeld Collectie Kröller-Müller
L'hospice et le phare de Honfleur, 1886.Beeld Collectie Kröller-Müller
Port-en-Bessin, le pont et les quais, 1888. Beeld Collectie Kröller-Müller
Port-en-Bessin, le pont et les quais, 1888.Beeld Collectie Kröller-Müller
Port-en-Bessin, un dimanche, 1888. Beeld Collectie Kröller-Müller
Port-en-Bessin, un dimanche, 1888.Beeld Collectie Kröller-Müller
Coin d'un bassin à Honfleur, 1886. Beeld Collectie Kröller-Müller
Coin d'un bassin à Honfleur, 1886.Beeld Collectie Kröller-Müller
Le Cirque, 1890-1891. Beeld Collectie Kröller-Müller
Le Cirque, 1890-1891.Beeld Collectie Kröller-Müller
Un dimanche après-midi à i'lle de la Grande Jatte, 1884-1886. Beeld Collectie Kröller-Müller
Un dimanche après-midi à i'lle de la Grande Jatte, 1884-1886.Beeld Collectie Kröller-Müller
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden