Punk in Winterswijk

In de jaren tachtig was het Achterhoekse Winterswijk behoorlijk punk. En Hans Aalbers was daarin een fenomeen. Voor hij het wist schreef hij zijn eerste rockklassieker: Edje Edje, Jij past ook wel een legerpetje....

De niet geringe overstap van getalenteerde motorcrosser naar zanger in een punkband viel achteraf gezien behoorlijk mee.

Hans Aalbers zat al een paar maanden te mokken, vanwege het plotselinge einde van zijn motorcrossloopbaan. Tijdens het avondmaal hadden zijn vader en moeder in hun arbeidershuisje in Winterswijk hem gezegd: ‘Hans, het gaat niet meer, het is te duur, de motorcross.’

Nou, dat was behoorlijk balen, voor de toen 16-jarige Aalbers. Dat kwam zuur binnen.

En toen ging dus de telefoon. Het was de gitarist van Royal Vomit (‘Koninklijke Kots’). Ze zaten in een garage van de familie Raben en de zanger durfde niet meer. Een punkzanger met podiumvrees, had je ooit zoiets gehoord?

‘Heb je er zin in?’

Ja, Hans had er wel zin in.

In het hok kreeg hij een verfrommeld papiertje in zijn handen gedrukt. Het was de tekst van het nummer Wild Cat, en behandelde het gesnoei en gejank van een kapotte versterker. Nou, toen moest hij aan de bak, met zijn LTS-engels.

Naar een uur oefenen werd hij door Royal Vomit puik en punk genoeg bevonden voor een optreden in De Pauw in Groenlo, één uur later.

Daar stond-ie dan, op het podium, aangegaapt door wel vijftig mensen. Ook hem brak het angstzweet uit. Van schrik, en niet eens vanuit een waarachtige punkhouding, keerde hij zijn rug naar het publiek.

De redding kwam al na twintig minuten toen een meisje huilend de microfoon kwam opeisen. Ze had hem dankzij haar studiebeurs weten te betalen, en nu waren die rotpunkers die microfoon aan het slopen – einde concert Royal Vomit.

Hij had nooit eerder gezongen, en had zijn longen uit zijn lijf geschreeuwd. De bandleden vonden hem een zanger met overtuiging. En vanaf die dag was Hans Aalbers een punker in Winterswijk.

Wat dat precies betekende, dat wist hij eigenlijk niet. Hij had wel eens een gozer gesproken in de kroeg die in de motorcross had gezeten en nu een spijkerbed als kapsel droeg. Die had het over ska en over punk.

Op school waren er wel lui die zich met punk bezighielden. En hij? Nou ja, zijn 17 jaar oudere broer Bert had een gitaar en draaide platen van The Who, en dat vond-ie te gek. Later zou hij bands horen met arbeiderspunk, zoals GBH en The Exploited. Maar denk maar niet dat hij zich als punk modelleerde, met een leren jekkie en zo’n hanenkam. Punkzijn zit in je ziel, om het zo te zeggen.

Een week later kocht hij een schriftje. Het werd tijd om zelf nummers te schrijven. Dat je met punk overal tegenaan kon schoppen, dat beviel hem wel. Oprotten met die alledaagse burgerlijke zooi, luidde de kerngedachte.

In een waas pende hij zijn eerste punkklassieker neer, over de toenmalige VVD-coryfee Ed Nijpels:

Edje Edje

Jij past ook wel een legerpetje

Edje Edje

Jij past ook in een Opel Kadetje.

Na anderhalf jaar viel Royal Vomit uit elkaar, en vormde Aalders met twee andere gasten Cry of Terror. De muziek ontwikkelde zich van punk naar nog hardere en snellere punk, hardcore geheten. In het voorprogramma van andere lokale punkhelden, het Winterswijx Chaos Front, maakten ze hun debuut in Friesland.

De eerste punkgolf van de jaren zeventig was dan wel aan Winterswijk voorbijgegaan, alle stromingen daarna vielen in goede aarde. Je kunt zelfs zeggen dat in de jaren tachtig Winterswijk behoorlijk punk was, zo blijkt uit het onlangs verschenen boek Popmuziek in Winterswijk. Er was kelderpunk in club Eucalypta, er waren punkbands, punkdagen, punkfestivals en punkaffiches. En het verhaal gaat zelfs dat er op 30 april 1980 kraakrellen waren en er nadien één pand werd gekraakt.

Van belang was de overgang vanuit het Oost-Nederlandse punkbastion Babylon in Hengelo naar Winterswijk van jongerenwerker Guus Sarianamual. Hij toverde de Chi Chi Club om tot punkcentrum van de Achterhoek, met zeker elf punkoptredens per jaar, en dat vijf jaar achter elkaar. Wat begon met wat plaatselijke en Achterhoekse herrie, groeide uit tot een internationale aangelegenheid met bands uit Italië, Brazilië, Engeland en de Verenigde Staten, met vooral veel publiek uit Duitsland.

De Winterswijkse punkscene zelf, daarbij moesten we toch denken aan een punker of veertig, met aanhang. In de gemeente zelf wisten ze niet wat hen overkwam, met al dat vreemde volk. Ze kwamen punkers kijken, met dat gekke haar, die gescheurde kleren aan – en wat een lawaai, kwam er uit die jongens en meiden.

Ook Aalbers was altijd in de Chi Chi Club te vinden. Zijn ouders steunden hem in zijn punkzijn, alleen dat uiterlijk hè, moest dat nou. Je was anders, vond hij. Het voelde goed om je te onderscheiden.

Cry of Terror timmerde aan de weg, en er waren optredens in Denemarken, Polen en zelfs Oost-Duitsland, net voor de val van De Muur. Bij een Duits platenlabel mochten ze een singletje maken.

Op de dag, 24 juni 1989, dat hij met de bandleden in Huize Chaos het verschijnen van het plaatje aan het vieren was, stonden opeens zijn oom en zijn zus voor de deur. Zijn broer Bert was verongelukt op de motorcross. Hij was maar 38 jaar geworden, en dat vier maanden nadat hun vader was overleden aan kanker.

De motorcross was door de punk al jaren uit zijn kop weggedreven, en nu was zijn broer tijdens een clubcross omgekomen. Bert had gelukkig nog meegekregen dat het hem als zanger voor de wind ging. Dat was in ieder geval een troost.

Nog meer werd de muziek een uitlaatklep, en met Cry of Terror werd een debuut-lp opgenomen en er kwamen zelfs aanbiedingen uit Amerika. Totdat de drummer te kennen gaf ermee te willen ophouden. Hij had een vriendin en een baan. Hij zette veren onder een fietszadel en dat vond-ie belangrijker. Dit betekende het einde van Cry of Terror; de tour door Spanje en Frankrijk werd afgeblazen.

Nu is de 41-jarige Aalbers al jaren handelaar in voedingssupplementen, en mag hij in zijn rijtjeshuis graag nog een hardcoreplaat op zetten. Sinds korte tijd komen zijn liefde voor motorcross en punk bij elkaar in een door hem bedacht energie-drankje: MX-BOOST. De Winterswijkse punkband Disabuse heeft de naam eraan verbonden, net als getalenteerde motorcrossers. Want of je nou een punker bent of een motorcrosser, het gaat om de energie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.