Puccini's 'Schicchi' is de grappigste enscenering van DNO in tijden, maar Zemlinsky's 'Tragödie' wil maar niet beklemmend worden

Dat de twee ensceneringen uit het hoofd van dezelfde regisseur kunnen komen, is een raadsel.

Gianni Schicchi in de regie van Jan Philipp Gloger.Beeld BAUS

Als dat maar goed gaat, denk je als je de zangers aan de randen ziet staan op een gigantische plaat die boven het podium lijkt te zweven. Het is een technisch hoogstandje, de door decorontwerper Raimund Voigt bedachte vrij zwevende toneelvloer van 16 bij 18 meter die zaterdag aan het publiek van De Nationale Opera (DNO) werd getoond. En meer dan dat.

In de Stopera aan het Amsterdamse Waterlooplein is deze maand een bijzondere dubbelproductie te zien: Giacomo Puccini's komische eenakter Gianni Schicchi wordt gekoppeld aan Eine florentinische Tragödie van Alexander von Zemlinsky. Hoewel dat laatste stuk veel donkerder van aard is - door DNO wordt de opera aangeprezen als psychothriller - zijn er zeker overeenkomsten.

Beide stukken draaien om hebzucht. Standsverschillen spelen een rol, ze spelen zich beide af in Florence en zijn vlak na elkaar ontstaan: de Tragödie (naar Oscar Wilde) ging in première in 1917, Gianni Schicchi (naar een terloops genoemd personage uit Dantes De goddelijke komedie) in 1918.

De rondzwevende plaat, een soort vliegend tapijt (of een vliegend stuk laminaat?), zien we in Eine florentinische Tragödie. Het verhaal gaat over de koopman Simone die zijn vrouw Bianca betrapt met de zoon van de hertog - de kolkende seks klinkt door in de topzware ouverture. Hij poogt vervolgens de hertogszoon zijn duurste stoffen aan te smeren: geld is belangrijker dan zijn vrouw. Uiteindelijk mondt het toch uit in een duel, dat de koopman wint. Daardoor vindt zijn vrouw hem weer interessant.

Het mooie aan de zwevende vloer is dat je de personages steeds vanuit een ander perspectief ziet: doordat de vloer steeds kantelt, tonen ze zich ook instabiel in letterlijke zin. Het levert prachtige beelden op. Maar hoe goed ook in esthetisch opzicht, als het doel ervan was een thriller te maken, is regisseur Jan Philipp Gloger daarin niet geslaagd. Deze regie is te veel bezig commentaar op het verhaal te leveren om beklemmend te zijn.

Eine florentinische Tragödie

***

Gianni Schicchi

*****

Opera

De Nationale Opera, met o.a. Massimo Cavalletti (Gianni Schicchi). Regie: Jan Philipp Gloger. Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. 11/11, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Nog te zien t/m 28/11.

John Lundgren, die als koopman Simone verreweg de meeste noten heeft, maakte een vocaal weinig ontspannen indruk. Daar stond tegenover dat het Nederlands Philharmonisch Orkest onder leiding van Marc Albrecht Zemlinsky's broeierige klankbrouwsels precies op de juiste temperatuur bracht.

En toen kwam Gianni Schicchi.

Glogers Schicchi is de grappigste enscenering van DNO in tijden, dat deze twee ensceneringen uit het hoofd van dezelfde regisseur kunnen komen, is een klein raadsel. Of zorgt de Tragödie er juist voor dat je zo'n flitsende Gianni niet ziet aankomen? Na Zemlinsky, een chronisch ondergewaardeerde componist, groeit bovendien de bewondering voor de economische, maar altijd treffende manier waarop Puccini het orkest inzet.

Vrijwel voortdurend klinkt ergens een schaterlach uit een uithoek van de zaal. De productie heeft de vaart van een sitcom (het decor: de woonkamer van een Florentijnse villa) en de cast weet de grappen met zo'n voorbeeldige timing uit te voeren, dat je je verbaast dat het pas de première is.

Heerlijk, de openingsscène waarin de familie van de net overleden Buoso Donati rouw veinst en direct op zoek gaat naar het testament. En geweldig, die details, zoals de kleding van Gianni: onder zijn houthakkersblouse draagt hij een T-shirt met de cover van Metallica's Master of Puppets. Schicchi, die het door een list klaarspeeltdat híj de erfenis krijgt, heeft de hele familie Donati aan een touwtje.

De titelrol wordt uitstekend vertolkt door bariton Massimo Cavalletti, die met een hilarisch nasaal stemmetje de overledene imiteert. Ook de stralende tenorstem van Alessandro Scotto di Luzio (Rinuccio) maakt indruk. Mariangela Sicilia zet een lekker manipulatieve Lauretta neer: 'haar' hit O mio babbino caro wordt geen mooizing-aria, maar is ingebed in de actie. Zo moet het.

Puccini's eenakter moet eigenlijk worden uitgevoerd met twee andere werken, onderdelen van Il trittico.

Eigenlijk hoort Puccini's Gianni Schicchi samen te worden uitgevoerd bij twee andere werken: de eenakter is samen met Il tabarro en Suor Angelica onderdeel van Il trittico. Dit drieluik ging in 1918 in première in de Metropolitan Opera in New York. Toch worden de drie eenakters niet vaak op één avond uitgevoerd: het is duur om voor de drie opera's decors te maken en voor casting directors is het een hele klus om een cast bijeen te krijgen, die of heel groot of heel flexibel moet zijn. Gianni Schicchi is de populairste van de drie, wat mede te verklaren is door de geliefde aria O mio babbino caro. Dat Schicchi aan Zemlinsky wordt gekoppeld, is overigens niet nieuw: het gebeurde onder andere al in de Scala in Milaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden