NPO-fonds

Publieke omroep zet in op series

Series zijn een nieuw speerpunt van het NPO-fonds, dat jaarlijks 16 miljoen euro toekent aan bijzondere tv-, online- en radioprogramma’s. Het NPO-fonds is de opvolger van het Mediafonds, dat onder andere de misdaadserie Penoza mogelijk maakte. 

De radiostudio van Radio 2. Beeld ANP Kippa

Tot voor kort vroegen makers het fonds vooral geld voor losse films, documentaires en korte dramaseries, nu dienen ze veelal voorstellen in voor series van minstens acht afleveringen. Het mes snijdt aan twee kanten, zegt Hanneke Bouwsema, algemeen secretaris van het NPO-fonds. ‘Voor makers is het fijn langer aan een project te werken, kijkers vinden het prettig met elkaar over series te praten.’

Het NPO-fonds is de opvolger van het Mediafonds. Dat financierde in 28 jaar zo'n vierduizend programma's, die veel prijzen wonnen. In 2016 werd het opgeheven als gevolg van bezuinigingen door het kabinet-Rutte II. De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) nam toen in allerijl de taken over en stelde 16 miljoen euro beschikbaar uit het budget van omroepen, voor 'hoogwaardige dramaproducties, documentaires en talentontwikkeling'. 

De aanvankelijke scepsis onder makers is nu grotendeels weggeëbd, zegt algemeen secretaris Bouwsema. ‘Dat is mogelijk te danken aan vijftig gesprekken met mensen in het veld, die bijvoorbeeld tot nieuwe regelingen hebben geleid.'

Om de druk op schrijvers van dramaseries te verlichten, wordt de doorstroming van talent gestimuleerd. 'Nederland telt een aantal ongelooflijk goede scenarioschrijvers, maar die worden op dit moment overvraagd. Daarom lanceren we een meester-gezelregeling: er komt budget om jonge talenten te laten aanschuiven bij ervaren scenaristen. Ze leren het vak in de praktijk, onder begeleiding. Nu is daar vaak geen tijd voor.’

Vorig jaar werden 170 aanvragen ingediend bij het NPO-fonds, waarvan er 99 zijn toegekend door commissies met onafhankelijke deskundigen. Naast de meester-gezelregeling introduceert het fonds vandaag onder andere de mogelijkheid geld te vragen voor webdocumentaires en podcasts. Bijdragen zijn niet langer exclusief voor radio- en tv-programma’s.

‘We willen nieuwe makers aantrekken, met andere vertelvormen, gericht op een ander publiek’, zegt Bouwsema. ‘In Noorwegen heb je nu bijvoorbeeld de fascinerende web-dramaserie Skam, die is gebaseerd op sociale media onder jongeren. Daarin zie je alles wat je als ouder niet hoort over alcohol, seks, noem maar op. Vanaf dit najaar kan geld worden aangevraagd voor dat soort producties.' 

Scenarist Robert Alberdingk Thijm maakte met geld van het Mediafonds succesvolle series als De DaltonsDunya & Desie en A’dam –E.V.A. Hij is enthousiast over de nieuwe regeling. ‘In Amerika is het gebruikelijk dat jong talent aanschuift, in Nederland ben ik een van de weinigen die zo is begonnen. Ik schreef mee met de tv-series In de Vlaamsche Pot , All Stars en Flodder. Daar leer je zo veel van.' 

Het belang van dit soort fondsen is niet te overschatten, vindt Alberdingk Thijm. Volgens hem is het standaardbudget van omroepen voor tv-series, zeker voor kinderen, relatief laag. Wie iets bijzonders wil maken, heeft veel meer geld nodig. ‘Zonder zulke regelingen zou er vooral goedkope troep op tv zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.