Proletenkind en bourgeoise

De schrijver moet ermee geworsteld hebben als met geen van de andere bij zijn leven verschenen boeken. Onder de laatste regel van zijn roman staat een ondertekening als in een officiële akte, wat het gewichtige karakter van het boek en zijn thematiek benadrukt: plaats en jaartal worden genoteerd, ‘Posillipo, 1949 – Salerno,...

Dat is twee keer Italië, twee keer nabij Napels, twee keer niet ver van de Vesuvius, de vulkaan die bijna twee millennia terug een beschaving verwoestte. De eerste keer was hij daar juist neergestreken, gevlucht uit het land waar hij geboren en opgegroeid was en waar zijn ster tot grote hoogte was gestegen, de tweede keer was hij er opnieuw teruggekeerd, na een intermezzo van zestien jaar, terug uit de nieuwe wereld, waar hij vlak daarop weer naar zou terugkeren om er tien jaar later te sterven, eenzaam, onbekend, vergeten.

Hij zal er geen dertig jaar onafgebroken aan hebben gewerkt, van 1949 tot 1978, al was het maar omdat hij in die drie decennia nog menig ander boek deed verschijnen – en tot tweemaal toe van land, van continent wisselde. Maar hij zal er wel geregeld naar zijn teruggekeerd, om eraan te schaven en te vijlen, want de thematiek van Kentering van een huwelijk is bij uitstek de thematiek die Sándor Márai zich, misschien tegen wil en dank, eigen had gemaakt. Kentering van een huwelijk is een ondergangsroman, een elegie op de ondergang van een beschaving, de verfijnde, burgerlijke cultuur van Centraal Europa ten tijde van de Donau-monarchie, de cultuur van orde, zekerheid en vertrouwen.

Hij is er halverwege zijn leven, toen zijn ballingschap juist begonnen was, aan begonnen; het jaar daarvoor waren Márai en zijn vrouw uit Hongarije vertrokken en via Genève in Italië beland, de wijk nemend voor het regime dat aan alle verfijnde cultuur, orde, zekerheid en onderling vertrouwen in Hongarije een eind zou maken. Toen hij het boek voltooide, was hij een oude man geworden – hij was van 1900 – en wist hij dat zijn ballingschap niet meer zou eindigen, dat de ondergang definitief was gebleken. In 1952 was hij van Italië naar de Verenigde Staten geëmigreerd, in 1968 was hij teruggekeerd naar Italië en in 1978 zou hij die reis in omgekeerde richting maken. Pas in 1989, curieus genoeg juist het jaar van de ommekeer in Hongarije, die hij niet meer heeft meegemaakt, zou hij er sterven, in San Diego, door weloverwogen de trekker van zijn pistool over te halen.

In Kentering van een huwelijk wordt de teloorgang van het tamelijk deftige Centraal-Europese Bildungsbürgertum beschreven en geduid, met behulp van het relaas over een mislukt huwelijk. Aanpak en problematiek zijn geen van beide nieuw in Márais oeuvre: in een roman die nog niet in het Nederlands, maar al wel in het Duits beschikbaar is, Die Nacht vor der Scheidung, oorspronkelijk in 1935 verschenen, behandelt hij al de vérstrekkende culturele betekenis van een echtscheiding, en in zijn herinneringen, Land, land!, heeft hij getracht te analyseren wat er precies is gebeurd in Hongarije toen de communisten er de dienst gingen uitmaken en de sociale klasse van de gegoede burgerij verwoestten. Stilistisch, ten slotte, is er een onmiskenbare overeenkomst met Gloed, de kleine roman waarmee zes jaar geleden zijn herontdekking is begonnen in de landen waar men geen Frans meer kan lezen: Duitsland en Nederland.

In Gloed zitten twee mannen, oude vrienden, een avond en een nacht lang bij elkaar en lucht de een zijn hart tegenover de zwijgende tweede om te achterhalen wat er is misgegaan, in Kentering van een huwelijk volgt Márai die procedure zelfs drie keer. Een vrouw doet haar verhaal ten overstaan van een zwijgende vriendin, een man vertelt zijn versie van de gebeurtenissen vervolgens aan een al even stille vriend die hij in geen jaren gezien heeft, en ten slotte biecht een laatste vrouw haar belevenissen, jaren later, aan haar minnaar op, in Rome.

Getrouwd geweest, de man en de eerste vrouw. Een jaar of zeven. Degelijk bourgeois huwelijk, hoffelijke omgangsvormen, geciseleerde karakters, welomschreven verwachtingen. Het milieu is dat van de welvarende burgerij: de man is erfgenaam van een goed renderende fabriek, heeft buitenslands om zich heen kunnen kijken en geeft leiding aan een bedrijf dat hem geen fluit interesseert. Dat doet hij nochtans toegewijd en goed. Zijn vrouw is de model-echtgenote, zonder de bij de discipline die dat vereist, dikwijls optredende migraine-aanvallen. Solide bestaan, comfortabel ongeluk, al zullen zij wel uitkijken dat zo te noemen.

De klad komt erin wanneer het verlangen naar passie de kop opsteekt. De man is, als jongeling, ooit verliefd geweest op de dienstbode van zijn ouders, maar hij heeft dat niet tot uitdrukking gebracht zoals dat indertijd usance was, namelijk door haar tot zijn minnares te maken. Nee, hij heeft serieus met haar willen trouwen, en de drijfveer van dat beoogde huwelijk beneden zijn stand droeg een emancipatoir karakter: de man nam geen genoegen meer met de bestaande sociale verhoudingen, hij wilde het meisje redden uit haar bedompte omstandigheden.

Dat laat de dienstbode zich welgevallen. Het kost jaren, het kost een vermogen en het kost een huwelijk, maar dan laat zij zich veroveren – en beent haar nieuwe echtgenoot tot op het bot uit. Zij laat zich in de watten leggen én zij laat zich het hof maken, zij slaagt er zelfs geruime tijd in de ideale echtgenote te spelen, want zij is ambitieus en leergierig. Maar waar het werkelijk om gaat in het hart, hoofd en leven van haar man, begrijpt zij niet en kan zij zich derhalve ook niet toe-eigenen. Tweede scheiding, man in de miserie, vrouw twee vertrokken naar het buitenland en aan de zwier met een jongere minnaar, een drummer in een Romeinse nachtclub.

Vooral als zij, het proletenkind dat bourgeoise wilde worden, haar verhaal vertelt, is Márai op zijn scherpst. Hij fileert de ambities van de emanciperende klasse even meedogenloos als de illusies van de burgerij. Die laatste heeft het, ondanks haar ideaal van bewaren en beschermen, haar in wezen diep conservatieve natuur, volledig laten afweten. In Márais schildering van haar ondergang weerklinkt een onverzoenlijke bitterheid. Het huwelijk is stukgelopen, het huwelijk tussen burgerij en arbeidersklasse, maar het was van meet af aan tot mislukken gedoemd: nu hebben zij alletwee niks meer.

Kentering van een huwelijk heeft de traagheid én de onweerstaanbaarheid van al Márais werk: de schrijver draait in kleine cirkels om zijn onderwerp heen, die cirkels vormen na verloop van tijd een spiraal, en die spiraalbeweging wordt een boor. Die boort tot in het merg – en daarin is deze omvangrijke roman pijnlijker dan zijn vorige werk, confronterender ook. Het is het boek van een ontgoochelde die geen hoop meer zag en ook wist waarom hij hopeloos was.

Sándor Márai: Kentering van een huwelijk. Vertaald uit het Hongaars door Henry Kammer. Wereldbibliotheek; 416 pagina’s; ¿ 19,90. ISBN 90 284 2110 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden