InterviewNicolas Mathieu

Prix Goncourt-winnaar Nicolas Mathieu: ‘De onderwerpen kiezen jou, niet omgekeerd’

Beeld Fieke Ruitinga

Waar hedendaagse schrijvers vaak de eigen binnenwereld verkennen, plaatst de bekroonde Franse schrijver Nicolas Mathieu (41) zijn personages uitdrukkelijk in de sociale omstandigheden van hun tijd. De uitzichtlozen werd zo een weergaloze roman.

Nederlanders kennen de streek hooguit van achter de autoramen. Het eerste stukje Frankrijk dat je doorkruist nadat je in Luxemburg de tank hebt volgegooid en dat eindigt bij Thionville, waar de Autoroute du soleil rakelings langs de Église Saint-Joseph de Beauregard scheert. Een streek om snel te vergeten, op weg naar zonniger oorden.

Alle afslagen vermelden stadjes die eindigen op -ange. Net als het fictieve Heillange, waar het boek van Nicolas Mathieu (41) zich afspeelt. Dat dan weer als twee druppels water lijkt op Hayange, een gemeente pal naast Thionville. Ook in Heillange stond alles decennialang in het teken van de hoogovens en de staalindustrie. Die kolossale fabrieken domineerden het hart van het stadje, de huizen schots en scheef eromheen geklonterd. Ze staan daar nog steeds, ‘als cyclopen’, zal Mathieu later zeggen, of: ‘als een olifantenkerkhof’. Als mythische verschijningen in elk geval, die tegelijk betoverend en angstaanjagend zijn, tekens van een beschaving die is verdwenen.

Met het verdwijnen van die zware industrie is ook het leven uit de vallei gesijpeld. De mensen werken nu vaak over de grens in Luxemburg, waar veel beter wordt betaald. In het echte Hayange hebben ze sinds 2014 een burgemeester van de Rassemblement National, de partij van Marine Le Pen. Dit is ook een streek waar al snel gele hesjes op de kruispunten stonden.

In die omstandigheden groeien ze op, de drie hoofdpersonen van Leurs enfants après eux – in het Nederlands ongelukkig vertaald als De uitzichtlozen, want zo groot is de wanhoop niet; iets als ‘In het spoor van hun ouders’ was passender geweest. Ze heten Anthony, Hacine en Steph, ze zijn 14 in 1992, aan het begin van het boek, en 20 aan het eind en ze dromen van één ding: hoe kom ik hier weg, hoe ontsnap ik aan deze vallei en aan het leven van mijn ouders?

Hun wegen kruisen elkaar soms, maar ze blijven onbereikbaar voor elkaar. Steph is het meisje uit de betere kringen, Anthony ontdekt haar als hij in een gestolen bootje met zijn neef gaat gluren bij het nudistenstrand aan het meer. Tot aan het eind van het boek zal hij naar haar blijven verlangen. Hacine, wiens vader een Marokkaanse gastarbeider is, heeft als het om afkomst en kansen gaat veel gemeen met Anthony, kind van uit Italië afkomstige staalarbeiders. Dat wil bepaald niet zeggen dat er iets moois tussen de jongens kan groeien.

Het boek is opgebouwd uit vier delen, allemaal met een liedje als titel. Telkens verspringt de tijd twee jaar, aan het slot is het 1998 en is er feest in bar L’Usine, omdat Frankrijk de halve finale van het WK voetbal speelt. Wat er in de tussenliggende perioden gebeurt, mag de lezer deels zelf invullen.

Nicolas Mathieu, winnaar van de Prix Goncourt 2018 met zijn tweede roman Leurs enfants après eux (De uitzichtlozen).Beeld Hollandse Hoogte / l'Agence VU

Het is altijd zomer, de zon brandt en doorgaans hangt er onweer in de lucht. Weer om je kleren uit te trekken en verkoeling te zoeken aan de oever van het meer. Of om zonder shirt op je Suzuki TS 125 zo hard mogelijk over de plattelandswegen te racen. Op weg naar een feestje van rijke mensen van wie je niet precies weet hoe ze heten, laat staan hoe je je er moet gedragen. En nergens een smartphone te bekennen: het adolescentenlibido zoekt nog andere uitwegen.

Steeds weer hangt er die verveling van lange zomerdagen zonder school. Een verveling die dingen in werking zet die anders misschien niet zouden gebeuren. Die Steph ertoe aanzet om misschien toch eens met Anthony af te spreken, gewoon om te kijken hoe dat is. Die Hacine laat geloven dat niemand hem iets kan maken.

Dat zijn de levens die Mathieu beschrijft. Vaak van heel dichtbij, invoelend en gedetailleerd als een filmscenario (de filmrechten zijn al verkocht, Gilles Lellouche wordt de regisseur). Soms ook analytisch en bijna sociologisch, als hij de teloorgang van de staalindustrie schetst, de structuur van de drugshandel, de rol van de vakbonden, de positie van vrouwen zoals de moeder van Anthony.

Met zijn boek won Nicolas Mathieu in 2018 de Prix Goncourt, de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk. Dat was totaal onverwacht; De uitzichtlozen is pas zijn tweede boek. Sindsdien zijn er alleen al in Frankrijk 400 duizend exemplaren verkocht. Waar veel hedendaagse schrijvers in Frankrijk – en niet alleen daar – de eigen binnenwereld verkennen of iets familiaals als onderwerp nemen, zet Mathieu de luiken open. Zijn boek staat eerder in de traditie van de 19de eeuw, van schrijvers als Zola, Hugo en Flaubert, die hun hoofdpersonen plaatsten tegen de achtergrond van de sociale omstandigheden van hun tijd. Net als zij schept Mathieu een wereld die bekend voorkomt, maar nog niet bestond.

Vlak voordat het coronavirus het openbare leven zou lamleggen, was hij voor een paar publieke interviews in Nederland. De Volkskrant wist hem nog te spreken, maar zijn laatste optreden, in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, werd op het laatste moment afgelast.

Mathieu groeide op in Épinal, een stadje in de Vogezen, in Oost-Frankrijk. Zijn ouders behoren tot wat hij de lagere middenklasse noemt – vader elektromonteur, moeder boekhouder. Net als Anthony wilde Mathieu weg, tegen elke prijs. ‘Ik had dat ouderwetse verlangen naar Parijs te gaan. De horizon was te laag, de kring te klein. En ik zag dat anderen cooler waren dan ik, ze hadden Nike Airs en waxjassen. Zij kregen de mooie meisjes. De minachtende houding, die altijd van boven naar beneden komt, heeft me gebrandmerkt. Over de dagelijkse vernederingen die voortkomen uit de sociale verhoudingen wilde ik schrijven. Daar ben ik nog niet mee klaar. De onderwerpen kiezen jou, niet omgekeerd.’

Hij studeerde filmwetenschappen in Metz, vertrok daarna inderdaad naar Parijs, had allerlei baantjes, maar wist al vanaf zijn 8ste dat hij eigenlijk schrijver wilde worden. ‘Ik was van jongs af een waarnemer, een voyeur zelfs. Een schrijver is iemand die woorden geeft aan wat er gebeurt, namens de anderen. Dat kon ik al vroeg. Die gemakkelijke omgang met de taal heb ik altijd gehad. Schrijven werd de ruggegraat van mijn leven; liefde, angsten, schoonheid, pijn: alles regelde ik door middel van woorden. En ik las veel, identificeerde me met schrijvers.’ Hij noemt Flaubert, Proust, Céline, maar ook Amerikaanse klassieken als Steinbeck, Faulkner, Agee, Capote.

Een paar jaar geleden verliet Mathieu Parijs. Het leven was er duur, het hing hem ook de keel uit. Hij ging terug naar de Vogezen. In 2014 was zijn eerste boek verschenen, Aux animaux la guerre (‘Oorlog aan de dieren’, nog niet in het Nederlands vertaald), dat als een literaire thriller op de markt werd gezet en hem de eerste bijval bracht. Hij kreeg er de Prix Mystère de la critique voor, er werd een tv-serie van gemaakt. Van die verdiensten kocht hij een huisje in Nancy, de hypotheek had een looptijd van 25 jaar. ‘Dat gebeurde twee weken voordat ik de Goncourt kreeg. Daarna kon ik de hypotheek in één keer afbetalen.’ Wat overigens alles te maken heeft met de verkoopexplosie die op het winnen van de prijs volgde; het prijzengeld van de Goncourt bedraagt een symbolische 10 euro. 

Waarom ging u terug naar de streek die u eerder de rug toekeerde?

‘Hoe ver je ook gaat, je blijft toebehoren aan waar je vandaan komt. In het boek wordt die aantrekkingskracht verbeeld door het meer. Dat is een plek die mensen verbindt, maar ook een zwart gat waarin ze kunnen verdwijnen, letterlijk zelfs. Ik zal nooit meer echt tot die wereld van de Vogezen behoren. Maar ook nooit bourgeois worden, of Parijzenaar.’

Heillange, waar het boek speelt, is 200 kilometer verwijderd van waar u opgroeide. Waarom die sprong gemaakt?

‘Ik zocht een veelbetekenende plek. In de Vogezen is al veel van het industriële erfgoed verdwenen. Bij de Moezel staan die skeletten nog, in het hart van de stadjes. Wie zijn de mensen die dit hebben gebouwd, wie waren die mannen van staal? Het verdwijnen van die industrie betekent ook het einde van een identiteit, een trots, een zekere solidariteit. Dat wilde ik beschrijven. Je vindt daar een hart dat gestopt is met kloppen. Tegelijk is veel wat ik beschrijf fictief. Dat begint al met de naam Heillange.’

Het is doorlopend broeierig in uw boek. Vanwaar die hitte?

‘In de zomer is er geen school en hebben jongeren tijd om te flirten, elkaar op te zoeken. De hoofdpersonen zijn gevangen in de hitte, het is een van de omstandigheden waarvan ze zich moeten bevrijden, net als hun afkomst en de streek waar ze zijn geboren. De warmte is als een deksel, alles gaat gisten. Maar naast de verveling, de teleurstellingen, de melancholie van hun leven, voelen ze daardoor ook de macht van hun lichaam: het plezier op de wereld te zijn.’

U beschrijft een samenleving waarin de omstandigheden waarin je bent geboren bepalen hoe je leven eruitziet. Is daarin iets veranderd sinds de jaren negentig?

‘Het is alleen maar slechter geworden. De solidariteit is weg, de kloof tussen rijk en arm is gegroeid, de elite staat onverschillig tegenover de nood van anderen. Je zou moeten wachten op hen die langzamer gaan; het tegenovergestelde gebeurt. Ik hoorde president Macron op de televisie, die sprak over een nieuwe saamhorigheid vanwege de coronacrisis. Misschien is dit zo’n historisch moment dat de solidariteit terugbrengt. Zoals je in het boek ook momenten hebt dat alle sociale lagen samenkomen: op Quatorze Juillet en tijdens het WK is er toch de illusie van gezamenlijkheid. Uiteindelijk is de Franse superheld niet Captain America, zoals in de VS, maar de gewone man die erin slaagt minister te worden, de beursstudent die dankzij zijn onderwijzer kansen grijpt.’

Er zijn twintig jaar verstreken sinds de periode die u in het boek beschrijft. Hoe staan Anthony, Hacine en Steph er nu voor?

‘Ik hoop dat ze niet de drama’s hebben herhaald waaruit ze zelf voortkomen. Anthony stond vorig jaar misschien in een geel hesje op een rotonde ergens in de streek. Hacine niet, kinderen van migranten doen daar doorgaans niet aan mee. Steph woont nu in de grote stad en verdient goed geld. Ze stelt zichzelf vragen: een iPad, twee auto’s, vier vakanties, is dit alles? Ze heeft een gevoel van onvoltooidheid, er is geen horizon die ze met anderen deelt. Over die frustratie zal mijn volgende boek gaan. Je ziet het bij mensen uit de creatieve sector die bakker worden, bij beurshandelaren die op hun 40ste een chambre d’hôtes beginnen.’

De prijs heeft zijn relatie met geld veranderd, vertelt Mathieu. ‘Een biljet van 50 euro betekent nu iets heel anders voor me. Mensen die je eerst niet zagen staan, zoeken je nu op. Dat is bizar. Het maakt me ook ongerust. Ik ben nu, voor zolang het duurt, voltijds schrijver, maar probeer bezigheden te houden die niets met schrijven te maken hebben en zoek mijn oude vrienden op. Ik ben bang dat ik witte handschoenen heb aangekregen waardoor ik niet meer weet wat er gebeurt. Ik wil onder mijn vingers de harteklop van het leven voelen.’

Geluidsdecor

De vier delen van De uitzichtlozen hebben elk een liedje als titel: Smells Like Teen Spirit van Nirvana, You Could Be Mine van Guns N’ Roses, La fièvre van de Franse rapgroep NTM en I Will Survive van Gloria Gaynor. Met Nirvana in zijn oren knalt Anthony op de motor van zijn vader door de heuvels, de discohit van Gaynor wordt gedraaid bij het feest ter ere van Quatorze Juillet aan de oevers van het meer. Het zijn de nummers die volgens Mathieu het geluidsdecor van die periode vormden en waarvan de woorden heel goed weergeven wat de hoofdpersonen doormaken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden