Prins Igor brengt overmoed als universeel fenomeen ten tonele

Regisseur Dmitri Tsjerniakov brengt de grote Russische opera's graag een tikje anders. Prins Igor draagt dus géén berenvel.

Regisseur Dmitri Tsjerniakov in de Amsterdamse Stopera tijdens een repetitie voor de opera Prins Igor. Beeld Ivo van der Bent

Drie Russen uit evenzoveel tijdperken zijn bepalend voor de productie van De Nationale Opera die vanavond in première gaat.

Prins Igor Svyatoslavitsj was een middeleeuwse Russische vorst die zijn troepen naar het slagveld stuurde om de oprukkende steppevolkeren, de Polowetsers, in de pan te hakken. Het omgekeerde gebeurde: de Russische legers werden dramatisch verpletterd. De prins en zijn zoon werden gevangen genomen.

Alexander Borodin (1833-1887) was een Russische scheikundige en componist die een opera schreef over de onfortuinlijke lotgevallen van de vorst, Prins Igor.

Dmitri Tsjerniakov (46) is een Russische regisseur die internationaal doorbrak met zijn onorthodoxe ensceneringen: een radikalinksi in operaland. Hij deinst er niet voor terug klassieke opera's grondig te verbouwen en er psychologische verhaallijnen in aan te brengen. Zijn aanpak van Tsjaikovski's Eugen Onedin in 2006 was zo rigoureus dat een eerbiedwaardige Russische operadiva besloot nooit meer een voet te zetten in het Moskouse Bolsjojtheater.

Prins Igor

Regie: Dmitri Tsjerniakov
Data: 7, 10, 13, 17, 20 en 23/2
De Nationale Opera, Muziektheater Amsterdam

Wagners Tristan en Isolde werden door Tsjerniakov in een luxe hotel en een onderzeeboot geplaatst. Aida, door Verdi in het oude Egypte gesitueerd, kreeg een transfer naar een oorlogszone in de Balkan. Aanknopingspunten genoeg zou je zeggen om Prins Igor - een vorst die leed aan zelfoverschatting - de 21ste eeuw in te loodsen. Maar dat zou een schot voor open doel zijn, meent de regisseur. 'Te makkelijk. De Poetins, Trumps en Merkels verdwijnen ooit wel weer. Ik wilde van dit verhaal iets existentiëlers maken. Overmoedig ten strijde trekken is van alle tijden, of het nu de 12de eeuw is, de 19de of het heden. Er is abstractie nodig om een verhaal een universele lading te geven.'

Verwacht dus geen war rooms met hightechapparatuur of middeleeuwse Russen in berenvellen. 'Dat laatste zou een fantasiewereld creëren. Ik heb gekozen voor uniformen die je kunt plaatsen aan het eind van de 19de eeuw, of wellicht in de Eerste Wereldoorlog. Ze zijn neutraal en toch herkenbaar als echte mensen in uniformen.'

Hoe die echte mensen zich op het podium moeten bewegen, heeft hij gedetailleerd in zijn hoofd. Tijdens een repetitie beent hij even energiek als onrustig door de zaal. Een assistent rent heen en weer tussen de springerige Rus en het podium om de regie-aanwijzingen over te brengen. Een rustig gesprek is er dan ook niet bij. Zijn Engels is redelijk, maar zijn woordenwaterval slaat na een paar zinnen steevast om in Russisch in een tempo dat de vertaalster nauwelijks kan bijbenen.

Tsjerniakov heeft een missie: 'In Moskou zag ik als kind alle Russische opera's. Tsjaikovski, Rimski-Korsakov, Prokofjev, Moessorgski, Sjostakovitsj: het is mijn droom de grote Russische opera's die ik vroeger al zo mooi vond, uit te voeren in Europa en Amerika, vooral de onbekendere werken.'

Het Russischevolksepos Prins Igor en het libretto van Alexander Borodin bieden weinig houvast voor gepsychologiseer. Tsjerniakov stapte gretig in dit vacuüm. 'Ik heb gezocht naar Igors motivatie, zijn persoonlijke strijd, het menselijke drama. Hij wil vluchten uit zijn positie, van de moeizame relatie met zijn vrouw, van alles wat geen smaak meer geeft aan het leven. In traditionele ensceneringen wordt vaak de verhouding tussen de twee strijdende volkeren centraal gesteld, de Slavische en de Aziatische. Maar Russen of Polowetsers, voor toeschouwers in New York of Amsterdam is dat allemaal het Verre Oosten.

'Ik heb het persoonlijke trauma van de verslagen vorst naar voren gehaald. Het is zijn schuld dat er veel doden vallen. Ik maak het zelfs nog scherper en laat zijn zoon overlijden. Igor zelf raakt gewond en krijgt een oorlogsneurose. In flarden van bewustzijn ziet hij soms de harde werkelijkheid en soms de bevrijding uit zijn oude leven.'

Hij laat de vorst neerzijgen in een veld vol klaprozen, sinds de Eerste Wereldoorlog symbool voor oorlogsslachtoffers. 'Tegelijkertijd geef ik er de dimensie aan van een hemelse idylle door dansers door het klaprozenveld te laten dartelen.'

Wat de regisseur nog meer speelruimte gaf, was de structuur van de opera: meer een bouwpakket dan een kant-en-klaarproduct. Borodin overleed in 1887 voordat hij Prins Igor kon voltooien. Hij liet een verzameling prachtige scènes achter met gevoelige liederen en machtige koorpartijen. 'Ik betwijfel zelfs of Borodin in staat was geweest de opera ooit af te maken. Van huis uit was hij namelijk scheikundige en geen componist. Hij heeft drie opera's geschreven en geen van drieën afgemaakt.'

Rimski-Korsakov en Glazoenov, tijdgenoten van Borodin, vulden ontbrekende delen in en orkestreerden stukken waarvoor alleen de muzikale lijnen waren uitgezet. Bovendien had de componist delen uit Prins Igor overgeheveld naar een andere opera waaraan ook Rimski-Korsakov meewerkte. Stukken uit diezelfde opera werden weer in Prins Igor gemetseld. Het Nederlandse onlinemagazine Place de l' Opera noemt de opera daarom 'meer een product van een componistencollectief dan van Borodin zelf'.

Tsjerniakov ging ook hiermee als een artistiek architect aan de slag. 'De twee andere componisten maakten er een coherent verhaal van door eigen stukken toe te voegen. Niemand weet hoe Borodin het zelf zou hebben opgebouwd. Ik heb alleen stukken genomen die van hem zelf zijn.'

De gaten die hierdoor vielen in de verhaallijn vulde hij op met filmbeelden. Van eigen makelij. Tsjerniakov houdt alles graag in eigen hand, tot en met decor en kostuums. 'Igor organiseert een parade, dat is de buitenkant van het soldatenbestaan. In film probeer ik weer te geven wat het van binnen met hen doet. Zo'n parade is tenslotte een militaire leugen als je vervolgens naar het slagveld moet.'

Internationale lof

De Moskouse Dmitri Tsjerniakov (1970) trok in 2001 de aandacht met Rimski-Korsakovs The legend of the invisible city of Kitezh. Pierre Audi haalde hem in 2012 naar Amsterdam voor dezelfde opera. Zeven jaar eerder brak hij internationaal door met Moessorgski's Boris Godoenov in Berlijn. Prins Igor is een coproductie van De Nationale Opera en The Metropolitan Opera in New York waar hij in 2014 lof oogstte. Prins Igor, met het koor van De Nederlandse Opera, gaat vandaag in première.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden