Primatoloog: rol van apen in Hollywoodfilms zorgt voor foutieve aanname over hun gedrag

Apen worden voorgesteld als trouwe mensenvrienden, maar zijn ze dat wel?

Het gebruik van apen in Hollywoodfilms leidt behalve tot dierenleed ook tot verkeerde ideeën bij de kijkers over hun gedrag, blijkt uit nieuw onderzoek. En dat kan grote gevolgen hebben.

Martin Scorseses The Wolf of Wall Street (2013) is een van de zeventig Hollywoodfilms uit de periode 1993 tot en met 2013 waarin een rol voor echte apen is weggelegd.

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is deelt de chimpansee, keurig gekleed in een overhemd en pantalon, al rolschaatsend door een kantoor, de beurspapieren uit. Martin Scorseses The Wolf of Wall Street (2013) is een van de zeventig Hollywoodfilms uit de periode 1993 tot en met 2013 waarin een rol voor echte apen is weggelegd. De Amerikaanse onderzoeker en primatoloog Brooke Aldrich bracht het moderne gebruik van 'primaatacteurs' in Hollywoodfilms in kaart.

De wilde apen voeren in meer dan de helft van de films menselijke taken uit, of worden anderszins menselijk gepresenteerd. Ze worden voorgesteld als trouwe mensenvrienden, als grappige huisdieren of als druktemakers. Ze dragen geinige overalletjes of nette pakken, poetsen hun tanden, roken sigaretten en bevinden zich in 87 procent van de films in een menselijke omgeving, zoals in steden, winkelcentra of in een huis. En ze lijken er allemaal zelf plezier aan te beleven. Ze 'lachen' immers in meer dan de helft van de films.

Misvattingen

Misleidend, vindt de onderzoeker. Potentieel schadelijk bovendien. Onder het publiek kan zo immers een verkeerd beeld ontstaan over de karakters en behoeften van de wilde dieren. Zo zouden de films volgens Aldrich suggereren dat het veilig is om bij de dieren in de buurt te zijn, en dat het gezellige en tevreden huisdieren zijn. Veel mensen, zegt Aldrich, komen alleen op deze manier in aanraking met wilde dieren en baseren daar - foutieve - aannamen op over hun gedrag.

Aldrich staat niet alleen met haar zorgen. Neem de studie van de Amerikaanse primatoloog Steve Ross uit 2008. Daaruit blijkt dat ruim 35 procent van zijn respondenten denkt dat chimpansees geen bedreigde dieren zijn (dat zijn ze wel), door hun frequente verschijning in films en reclames. Een recenter onderzoek van Ross uit 2011 wijst uit dat als apen op een foto staan naast een mens, respondenten eerder denken dat de wilde-apenpopulaties stabieler en gezonder zijn dan wanneer er geen mens naast staat. Ook zorgt een mens op de foto ervoor dat de respondenten dachten dat de aap een geschikt huisdier is. Vergelijkbare uitkomsten vond de Amerikaanse gedragsecoloog Katherine Leighty in een studie uit 2015. Daaruit blijkt dat door afbeeldingen waarop kleinere aapsoorten in contact met mensen werden afgebeeld, de behoefte bij respondenten groeide om ook zo'n schattig beest als huisdier te houden.

Verkeerde ideeën over primaten kunnen grote gevolgen hebben, zegt de Britse primatoloog en gedragspsycholoog Zanna Clay. Het is in Nederland bij wet verboden om apen als huisdier te houden, maar bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en sommige staten in de VS staan het toe. Naar schatting leven er in het Verenigd Koninkrijk zo'n 4.500 apen als huisdier, en in de VS 15 duizend.

Zanna Clay

De Britse primatoloog en gedragspsycholoog Zanna Clay wordt door filmmakers weleens benaderd voor advies over het gebruik van apen in films. In dat geval probeert ze de filmmakers altijd te ontmoedigen om een echte of geanimeerde aap in te zetten. 'Als het toch gebeurt, probeer ik ervoor te zorgen dat de filmmaker ze zo natuurlijk mogelijk presenteert. In een natuurlijke omgeving, met natuurlijk gedrag, om zo een zo realistisch beeld te schetsen. Al vind ik dergelijke grijze gebieden ook zeer discutabel.'

Clay: 'Het gebruik van primaten in films voedt het idee dat ze leuke huisdieren zijn en geschikt zijn om in te zetten voor ons vermaak.' Daarnaast benadrukt Clay dat het een vertekend beeld schetst van de natuur. 'Door een artificieel, menselijk beeld neer te zetten van de dieren, krijgen mensen ook de kans niet om de echte wonderlijke wereld van de natuur te waarderen.'

De Amerikaans-Nederlandse primatoloog Frans de Waal onderschrijft de kritiek van Clay. 'Het aankleden van apen, en ze van hoedjes, zonnebrillen en sigaretten voorzien, wekt de indruk dat ze een soort komische mensen zijn, hetgeen helemaal niet klopt.' Volgens De Waal beelden dergelijke films apen af als een belachelijke karikatuur van de mens, met als enige functie dat wij, mensen, ons beter voelen.

De Waal: 'We lachen om die dieren in plaats van te zien hoe nauw we aan hen verwant zijn. Het is een nerveuze reactie gebaseerd op ons ongemak over de gelijkenis.'

Night at the Museum (2006).

Mariska Kret, primatoloog aan de Universiteit Leiden, is het grotendeels eens met Clay en De Waal, maar wil wel een nuance aanbrengen. 'Voor films waarvoor geen echte apen op de set hebben gestaan, zou ik niet te streng zijn. Films zijn een vorm van kunst en dat moet je niet te veel aan banden leggen', vindt Kret. Natuurlijk, vanuit educatief oogpunt is het mooi als mensen een accuraat beeld krijgen van hoe de dierenwereld in elkaar zit. 'Maar aan de andere kant kan het soms nuttig zijn om dieren 'menselijker' te maken dan ze eigenlijk zijn, zoals gebeurt in Disneyfilms als The Jungle Book (2016), of de natuurfilm Chimpanzee (2012). De chimpansees in Chimpanzee zijn in het wild gefilmd, maar wel wat geromantiseerd', aldus Kret.

'Door de dieren in de films wat 'menselijker' te maken, kan het publiek meer meevoelen met het personage in de film', legt Kret uit. 'Dat kan een positieve uitwerking hebben op belangrijke beslissingen, zoals over het wel of niet eten van vlees, of over beleid rondom dierenwelzijn. Als dergelijke films er ook maar een beetje voor zorgen dat mensen meer empathie voelen voor wilde dieren en bewuster met ze omgaan, heb ik er geen problemen mee.'

Kret vindt dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de kijker zelf ligt. 'Volwassenen moeten beseffen dat ze kijken naar een film, en dat dat lang niet altijd overeenkomt met de realiteit. Voor kinderen ligt dat anders, die kunnen minder goed inschatten dat een pratende aap niet strookt met de werkelijkheid. Dan is het aan de ouders om uit te leggen dat dieren zich in het wild anders gedragen.'

Los van de vraag hoe kijkers de films beleven: hoe is het eigenlijk voor de apen zélf om op te draven als acteur? In alle films die Aldrich bekeek, gebruikten de filmmakers echte apen. Chimpansees vertolken de meeste rollen, gevolgd door gorilla's, kapucijnapen en orang-oetangs. Een 'actrice' die vaak te zien is in films en series, waaronder The Big Bang Theory (2007), Night at the Museum (2006), en als drugsdealende, in spijkerjack gehulde, rokende kapucijnaap in The Hangover Part II (2011) is Crystal the Monkey. Crystal heeft een eigen profiel op IMDB ('Ze doet bijna al haar eigen stunts!') en verscheen meerdere malen in jurk of smoking op premières van films waar ze een rol in had. Onacceptabel, vindt Aldrich. Dierenmishandeling, vinden ook De Waal, Clay en Kret.

De Waal legt uit: 'Het is onmogelijk een aap, en vooral mensapen als chimpansees of orang-oetangs, tot acteren te bewegen zonder straf. Apen in films zijn dan ook bijna altijd mishandeld. Vandaar dat de meeste mensapen in films hooguit een jaar of vijf zijn, en nog lang niet volgroeid. Volwassen mensapen zijn veel sterker gebouwd dan wij, en dus moeilijk onder controle te houden.'

Voor jonge apen is het daarnaast schadelijk voor hun ontwikkeling om gescheiden te worden van familie. Clay betoogt dat apen sociale dieren zijn, wier welzijn afhangt van de interactie en relaties met soortgenoten, in een natuurlijke omgeving. Clay zegt dat het inzetten van apen op filmsets funest is voor hun welzijn. 'Om de gewenste acties bij apen te ontlokken, worden ze aan zeer dwangmatige trainingen onderworpen, waarin ze bang worden gemaakt. De lach die je in veel films op het gezicht van de apen ziet, is bij veel soorten juist een teken van angst en agressie. Die kunnen ze alleen maar op een dwangmatige en nare manier hebben aangeleerd.'

Ander dierenleed in/door films

Suïcidale lemmingen
Het tragische beeld uit Walt Disneys natuurdocumentaire The White Wilderness (1958), waarin lemmingen zich massaal van een klif storten en verdrinken, zal op menig netvlies gebrand staan. De dieren zouden zelfmoord plegen op het moment dat de groep te groot wordt. Een broodje aap, zo bleek later. Zodra het te druk wordt op hun territorium, gaan lemmingen op zoek naar nieuw leefgebied. Daarbij vallen ze weleens van een klif. Voor de documentaire bleek de regisseur de dieren een duwtje richting de afgrond te hebben gegeven.

Trouwe uilen
Een mooie, trouwe sneeuwuil die je 's ochtends je post brengt, zoals Harry Potters Hedwig, dat wilden er meer. Na het succes van de films over de tovenaarsleerling en z'n gevleugelde vriend was er in het Verenigd Koninkrijk een stormloop op de dieren. Maar het duurt jaren om een uil af te richten en dan nog zijn het verre van gezellige huisdieren. De BBC meldde dat 90 procent van de vogels werd teruggebracht.

Ook Kret vindt het gebruik van echte apen op een set niet kunnen. Kret: 'Die apen hebben daar niet om gevraagd. Dat we apen in dierentuinen houden, is al discutabel. Maar ik vind het aanvaardbaar als apen worden gebruikt voor gedragsonderzoek waar ze geen last van hebben. Dat heeft wetenschappelijke en educatieve waarde, net als dierentuinen die hebben. Maar om ze puur en alleen in te zetten als entertainmentmiddel, vind ik onacceptabel.'

Wat te doen? Nooit meer een aap op een filmset? Dat kan prima, vinden De Waal en Kret. Kijk maar naar de fantastische computeranimaties in onder meer The Planet of the Apes-films (vanaf 2011) en The Jungle Book (2016). De geanimeerde dierenequivalenten zijn niet meer van echt te onderscheiden.

Aldrich zou het liefst alle apen uit filmscripts schrappen. 'In de meeste gevallen zijn ze niet belangrijk voor de plot van de film. Als dat wel zo is, zijn animaties een goed alternatief .' Aldrich betoogt dat ook acteurs daarin verantwoordelijkheid moeten nemen. Iemand als Leonardo DiCaprio, nota bene bekend om zijn milieuactivisme, had volgens Aldrich zijn invloed moeten aanwenden om de kleine bijrol voor de chimpansee in The Wolf of Wall Street (2013) te schrappen. Dat geldt evengoed voor de Britse acteur en komiek Ricky Gervais, die zich op sociale media regelmatig uit over allerhande dierenleed, maar die voor Night at the Museum (2006) doodleuk naast Crystal the Monkey op de set stond.


Hoe zit het met natuurdocumentaires?

De bekroonde natuurdocumentairemaker en fotograaf Ruben Smit, van onder andere De Nieuwe Wildernis (2013), over echt en onecht in natuurfilms.

'In natuurdocumentaires proberen makers altijd een realistisch verhaal te vertellen. Toch gaat het vaak fout. Een bekende rel van een paar jaar terug ging over BBC's Frozen Planet (2011). De BBC kwam er veel te laat mee naar buiten dat de geboorte van de jonge ijsbeertjes in het hol van moeder ijsbeer eigenlijk gewoon in Ouwehands Dierenpark was gefilmd. De schoonheid en waardering van die beelden zit 'm erin dat je mensen voorhoudt dat het er in de natuur echt zo aan toe gaat. Dierengedrag filmen in gevangenschap is op zichzelf niet kwalijk, mits je het vermeldt. Voor mijn nieuwe film over de Waddenzee, die dit najaar in de bioscoop komt, heb ik zaad schietende mosselen gefilmd in een aquarium. Dat kon ik onmogelijk buiten in het donker doen, en daar doe ik ook helemaal niet geheimzinnig over.

'Maar neem Les Saisons (2015), een soort geschiedkundig overzicht van hoe de natuur in Europa zich ontwikkelde. Ze presenteren het als een natuurdocumentaire, maar gebruiken alleen getrainde dieren, die dus geen natuurlijk gedrag meer vertonen. Die dieren zijn een cast die een verhaaltje vertelt. Er zijn hele roedels wolven getraind om paarden achterna te zitten. Daar heb ik moeite mee, want ik werk zo natuurlijk mogelijk. Maar ik zie hoe andere makers zonder enige schroom gebruikmaken van getrainde vogels en doen alsof het een wilde slechtvalk is. Daar maken ze de meest spectaculaire beelden van, terwijl je aan de kleur van de ring kunt zien dat-ie van een valkenier is.

'Het publiek raakt bedorven, en heeft het op een gegeven moment niet meer door, waardoor de waarde van beelden van een echte wilde slechtvalk ondersneeuwt. Het gaat mij wat ver om te zeggen dat er een keurmerk moet komen, maar die kant gaat het, denk ik, uiteindelijk wel op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.