BOEKRECENSIEFreedom – An Unruly History.

Prikkelend en erudiet bespreekt Annelien de Dijn de betekenis van vrijheid in de afgelopen 25 eeuwen ★★★★☆

Wat is vrijheid? De opvattingen daarover lopen in de geschiedenis nogal uiteen. Prikkelend en erudiet bespreekt historica Annelien de Dijn 25 eeuwen vrijheidsbegrip in een paar honderd bladzijden. Freedom is een prestatie van formaat – en reuze-actueel. 

Beeld Silvia Celiberti

Vrijheid, een onstuimige of weerspannige geschiedenis. Dat is de vertaling van de titel van het boek Freedom – An Unruly History, geschreven door de Vlaamse historica Annelien de Dijn. Onstuimig of weerspannig, daarmee is vrijheid in deze tijd goed getypeerd. Boeren die zich kwaad maken omdat de minister bepaalt wat er in het veevoer zit, voelen zich in hun vrijheid beknot, net als de Willem Engel-achtigen die zuchten onder coronabeperkingen die zij als staatsterreur ervaren. De neiging is sterk om ze als weerspannigen af te schilderen, maar dat neemt de vraag niet weg: waar komt hun opvatting van vrijheid vandaan?

Het is vermoedelijk toeval, aangezien ze er twaalf jaar aan heeft gewerkt, maar Annelien de Dijn heeft een reuze-actueel boek geschreven. Ze studeerde in Leuven, schreef haar proefschrift over het Franse politieke denken van Montesquieu tot Tocqueville en is sinds 2018 hoogleraar moderne politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Ze schrok er niet van terug om in een bestek van nauwelijks 350 bladzijden 25 eeuwen vrijheidsbegrip te bespreken. Dat is al een pluim waard, in een tijd van specialisatie en bangelijke detailstudies.

Vrijheid is voor velen de belangrijkste waarde in het leven, en tegelijk is lang niet duidelijk wat er precies mee wordt bedoeld. In onze tijd is het overheersende gevoel bij het woord vrijheid ‘jezelf kunnen zijn’, zoals de verkiezingsslogan van de VVD ooit luidde. Het is de vrijheid van de eerste Grondwetsartikelen: niet gediscrimineerd worden, je religie beleven zoals jij dat wilt, je opvattingen zonder toestemming kunnen verwoorden, de vrijheid die collega-ideeënhistoricus Isaiah Berlin in een beroemde rede in de jaren vijftig als ‘negatieve vrijheid’ typeerde, om kort te gaan, de vrijheid om door de staat met rust te worden gelaten.

Verrassend

De verrassing die De Dijn in petto heeft, is dat die vrijheidsopvatting betrekkelijk recent is. Tot de Franse Revolutie kon vrijheid worden samengevat als zelfbestuur of democratie, een betekenis die teruggaat tot de oude Grieken. Voor de Grieken kon individuele vrijheid niet bestaan zonder gezamenlijke vrijheid. Weliswaar deed maar een betrekkelijk klein deel van de bevolking mee – geen vrouwen, geen slaven, geen vreemdelingen – maar het vrijheidsideaal als de beschikking over het eigen, collectieve lot was vele eeuwen een constante in de westerse samenleving.

Tegelijk was vrijheid nooit onomstreden. De oude oligarch meende al dat democratie niets anders was dan de regering van de armen en de dommen. Plato betoogde dat de Atheense democratie onherroepelijk zou leiden tot de tirannie van een enkeling. Vrijheid betekende dat iedereen deed wat hem goeddunkte, met als gevolg chaos en anarchie. Waarna dezelfde vrije burgers zouden roepen om een sterke man. In de ogen van Plato was niet vrijheid maar geluk de toetssteen van goed bestuur, dat daarom niet aan het volk maar aan de besten moest worden overgelaten.

Desondanks bleef vrijheid als zelfbestuur de overheersende opvatting. Alle grote Romeinse schrijvers, van Cicero tot Livius en Tacitus, bezongen de (verloren) vrijheid van de republiek. Brutus, die Julius Caesar neerstak, was lange tijd niet een moordenaar maar een held, omdat hij een eind maakte aan de overheersing door een tiran. Die denktrant ging door in de Renaissance tot in de 18de eeuw, toen de Amerikaanse vrijheidsstrijders weer teruggrepen op de antieken.

Beeld Silvia Celiberti

Omslag

Pas de Franse Revolutie markeerde de omslag. De Britse politicus Edmund Burke schreef al in 1791, twee jaar na de bestorming van de Bastille, zijn opgewonden pamflet Reflections on the Revolution in France, waarin hij korte metten maakte met het idee dat vrijheid hetzelfde was als de soevereiniteit van het volk. Toen een paar jaar later, met een beroep op de vrijheid, het bloed van de guillotine rijkelijk vloeide, kreeg zelfbeschikking zowel in Frankrijk als internationaal een knauw. De liberalen die na de Revolutie het vaandel van de vrijheid overnamen, verstonden daar iets heel anders onder: het ideaal van rustig en ongestoord kunnen leven, zonder staat die voor u bepaalt wat het geluk is. Laissez faire, laissez aller was geboren.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg deze opvatting nieuw elan, als gevolg van de Koude Oorlog. Door de Russen en hun dictatuur van de leninistische voorhoede was het idee van de volkssoevereiniteit er niet populairder op geworden. Friedrich Hayek schreef zijn The Road to Serfdom, dertig jaar later de bijbel voor Reagan en Thatcher, waarin de staat niet de brenger was van de vrijheid maar van problemen.

Hoe De Dijn hier zelf tegenaan kijkt, blijft tussen de regels tot de epiloog. Daarin verbaast zij zich erover dat progressieve intellectuelen in het huidige debat teruggrijpen op een conservatief idee van vrijheid. Zo betoogde de bekende Amerikaanse politicoloog Fareed Zakaria dat de enige democratie die de moeite waard is, de liberale democratie, de volkswil moet beteugelen om de vrijheid te beschermen. ‘Het kan geen kwaad om eraan te herinneren’, schrijft De Dijn dan, ‘dat er een andere kant is aan het verhaal van de vrijheid, en dat voor de grondleggers van onze democratieën vrijheid, democratie en gelijkheid niet op gespannen voet stonden maar nauw met elkaar verbonden waren.’

De Dijn schrijft het prikkelend en met het gemak van grote eruditie op – het notenapparaat beslaat vijftig dichtbedrukte pagina’s. Natuurlijk is er ook kritiek, dat kan niet anders bij zulke historische zevenmijlslaarzen. De Dijn bedrijft ideeëngeschiedenis pur sang en springt zodoende van de ene naar de volgende grote denker. Maar die hoge gedachten druppelden natuurlijk omlaag naar de praktische politiek en de dorpspomp waar de gewone man de bestuurlijke toestand besprak. Juist bij een vrijheidsbegrip dat draait om zelfbeschikking zijn de gevoelens en de beleving van boeren, burgers en buitenlui wezenlijk. Zodoende heb je als lezer af en toe het idee in dit boek met een zogenoemde Kopfgeburt van doen te hebben – heel veel hoofd, iets te weinig hart. Het neemt niet weg dat De Dijn een grote prestatie heeft geleverd en wij in Nederland blij mogen zijn met deze nieuwe ster aan het historische firmament.

Beeld Harvard University Press

Annelien de Dijn: Freedom – An Unruly History. Harvard University Press; 426 pagina’s; € 35.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden