Prettig kritische vraagtekens bij het verlangen naar bereikbaar zijn

Enkele films op het Toronto festival zijn kritisch over de toenemende communicatiemiddelen in de grote stad. De setting in metropool Toronto kon niet beter....

Toronto Ontzettend geestige scènes had Jason Reitman geschreven voor Up in the Air. Door de economische crisis konden die zo, hup, de prullenmand in. ‘Toen ik zes jaar geleden begon met schrijven was Up in the Air voor mij echt een vette economische satire. Maar toen we gingen filmen, bleken de meest scènes waarin mensen ontslagen werden, helemaal niet zo grappig meer’, vertelt Reitman (Juno, Thank you for Smoking) tijdens de persconferentie.

Het mag hem toen hoofdbrekens hebben gekost, tijdens het Toronto International Film Festival (TIFF) pakt het bijzonder goed voor hem uit. Het zorgt ervoor dat Up in the Air een extra scherp randje krijgt. De bewerking van het gelijknamige boek van Walter Kirn volgt zakenman Ryan Bingham, gespeeld door George Clooney. Hij verdient zijn geld met het ontslag van anderen. En dat is een reden– naast de kwaliteit en de mooie rol van George Clooney – dat er in Toronto zoveel over gepraat wordt. Maar het is geen ‘ontslagfilm’, benadrukt Reitman. De maatschappijkritiek ligt dieper. ‘We leven in een tijd waarin we meer dan ooit van elkaar verwijderd zijn. We denken wel dat we verbonden zijn met elkaar, omdat we sms’en, chatten en mailen, maar we hebben geen echte gesprekken.’

De serieuze opmerkingen van regisseur Jason Reitman krijgt onbedoeld een ironische knipoog van het decor. Daarop staan de logo’s van de sponsors van het TIFF: onder andere telecommunicatiebedrijf Bell en Blackberry, dat buiten de zaal een standje heeft. De smartphone introduceerde een speciale TIFF-app waardoor bezoekers laatste programmawijzigingen doorkrijgen op hun telefoon en trailers kunnen bekijken. Twitter vult ‘de wandelgangen’ prettig aan bij het creëren van geroezemoes over nieuwe films – niet in de laatste plaats verspreid vanuit het festival zelf.

Ja, het maakt het grote festival, verspreid over het centrum van metropool Toronto, beter behapbaar. Maar op het bioscoopscherm worden er prettig kritische vraagtekens gezet bij die adoratie van techniek en het constante verlangen van bereikbaarheid. Daar domineren dolende mannen die de greep op hun leven verliezen en vraagtekens moeten zetten bij het bestaan waar ze ongemerkt in beland zijn. Dat gebeurt in de dwaze komedie A Serious Man van de gebroeders Coen, waarin Larry Gopnik (Michael Stuhlbarg) vergeefs bij een serie rabbi’s op zoek gaat naar hulp bij zijn levenscrisis. Maar ook in duistere wrekersfilm Harry Brown, waarin een pensionado (Michael Caine) een kruistocht begint tegen de nieuwe generatie Britse probleemjongeren die hun misdaden – waaronder de dood van zijn vriend – lekker filmen met mobieltjes.

Het zijn vooral telefoons die er indirect voor zorgen dat de emmer overloopt of als metafoor worden gebruikt voor de opgelopen sociale druk. In het indrukwekkende en gedurfde The Ape van Jesper Ganslandt (Falkenberg Farewell) loopt Krister – de camera er dicht op – voortdurend rond met een blue tooth-oortje. Altijd bereikbaar. Terwijl hij door steriele winkelstraten en buitenwijken zwerft, komt de kijker er maar langzaam achter wat voor gruwelijks Krister (een intrigerende Olle Sarri) op zijn geweten heeft en de suggestie wordt gewekt dat het allemaal te maken heeft met een maatschappelijk keurslijf. Zijn blue tooth-attribuut benadrukt dat Krister een opgejaagd dier is dat door een ‘urban jungle’ doolt – een beeld dat extra beklijft in een wereldstad in festivaltijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden