Archeologie

Prehistorische kunst in Leiden bewijst het bestaan van het ‘Atlantis van het Noorden’

Het Rijksmuseum van Oudheden toont vondsten uit het door de zee verzwolgen Doggerland.

Spitshak, 9.000-6.000 v. Chr. Beeld Rijksmuseum van Oudheden
Spitshak, 9.000-6.000 v. Chr.Beeld Rijksmuseum van Oudheden

Het wordt wel het ‘Atlantis van het Noorden’ genoemd, maar het is vrijwel onbekend: Doggerland. Zo heet het gigantische stuk land dat zich uitstrekte van Scandinavië tot aan Noord-Frankrijk, waar nu de Noordzee is. In de miljoen jaar dat Doggerland werd bewoond door de prehistorische mens, zwommen er nijlpaarden in de Maas en liepen er hyena’s en mammoeten over de steppen.

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden toont met zijn expositie Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee de eerste grote overzichtstentoonstelling over deze prehistorische vindplaats. Door de stijgende zeespiegel verdween Doggerland zo’n achtduizend jaar geleden in de golven, waarna het stuk land lange tijd – letterlijk – uit het oog van de moderne mensheid bleef. Pas in de 19de eeuw kreeg men in de gaten dat er ooit veel meer onder de Noordzee was geweest dan men dacht, toen Engelse vissersboten die hun netten over de zeebodem sleepten behalve vis ook resten van mammoeten en andere prehistorische dieren en planten meebrachten naar het vasteland.

‘Ik loop tegenwoordig anders over het strand’, zegt Luc Amkreutz, conservator van de tentoonstelling. De kust bij Den Haag is namelijk een belangrijke vindplaats van fossiele resten en artefacten uit Doggerland, van vuistbijlen (‘de Zwitserse zakmessen’ van de Neanderthalers) tot aan botten versierd met geometrische patronen, ‘een vroege vorm van kunst’. Een favoriet van Amkreutz is een bevroren jachtscène uit de prehistorie: een stuk edelhertenkaak met daarin een vuurstenen pijlpunt. Het hert is waarschijnlijk aan zijn jagers ontkomen, blijkt uit het bot dat om de vuurstenen pijlpunt heen gegroeid lijkt.

Dat er zoveel in goede staat is gevonden, komt door de bodem van de Noordzee, die de fossielen conserveert door snelle afdekking met sediment en de anaerobe (zuurstofloze) condities onder water. Daardoor hebben bacteriën en afbraak minder kans.

Het museum wil laten zien dat de prehistorische mens helemaal niet zo veel verschilt van de moderne, 21ste-eeuwse mens. ‘We proberen het verhaal van de prehistorie zo echt tot leven te brengen’, vertelt Amkreutz. Hij wijst op de tekeningen die illustrator Kelvin Wilson voor de tentoonstelling heeft gemaakt: op een van de illustraties wordt het met geometrische patronen versierde bot in de vitrine omgetoverd tot een ritueel object van een prehistorische sjamaan.

Wolharige mammoet (Mammuthus primigenius). Beeld Kelvin Wilson voor RMO
Wolharige mammoet (Mammuthus primigenius).Beeld Kelvin Wilson voor RMO

Op een andere tekening kijkt de bezoeker recht in de felblauwe ogen van een vermoeide Mesolithische jager (recent onderzoek toonde aan dat onze voorouders toen waarschijnlijk een donkere huidskleur en lichte ogen hadden), die met zijn gezin (én hond) wegtrekt voor het opkomende water.

Veel aandacht heeft de expositie voor amateur-fossielrapers. De stranden bij Maasvlakte 2 en de kunstmatige zandbank de Zandmotor bij Den Haag zijn geliefde zoekplekken: je kunt er bijna struikelen over de prehistorische schelpen en botten. In vitrines worden hun schatten op kussentjes getoond met een foto en het verhaal van de gelukkige vinder erboven.

‘Het zoeken naar fossielen op het strand kreeg een extra impuls door de coronacrisis’, vertelt Amkreutz, die als geboren Limburger ‘het strand leuker vindt als er iets te vinden is’. In een appgroep delen de onderzoekers en de amateurzoekers hun ontdekkingen – een mooi voorbeeld van citizen science, een vorm van onderzoek waarbij vrijwilligers en wetenschappers samenwerken.

Spitsen, ca. 11 duizend jaar oud. Beeld Rijksmuseum van Oudheden
Spitsen, ca. 11 duizend jaar oud.Beeld Rijksmuseum van Oudheden

Amkreutz laat op zijn telefoon filmpjes zien die hij vandaag heeft ontvangen: terwijl de vrijwilligers het zand wegspoelen, verschijnen er tanden van prehistorische dieren en vuursteentjes in hun handen. Een van de ijverigste zoekers is de 15-jarige scholier Cédric, wiens uitgebreide verzameling fossielen niet onderdoet voor die van het museum.

Hoewel Doggerland een expositie over de prehistorie is, trekt een krantenartikel uit 2020 in de laatste zaal de bezoeker in één klap weer naar het heden: het ijs van Groenland is in een halve eeuw niet zo hard gesmolten als nu. De geschiedenis van een miljoen jaar Doggerland toont dat de natuur altijd verandert en dat onze omgeving nooit stabiel is geweest. Anders dan in de prehistorie laat wetenschappelijk onderzoek zien dat de mens tegenwoordig zélf de grote factor is in het stijgen van de zeespiegel.

‘Misschien moet de mensheid zich wel bezinnen over zijn plek ten opzichte van de natuur’, filosofeert Amkreutz. ‘De prehistorische mens wist dat zijn omgeving veranderlijk was, en trok van plaats naar plaats. Wij zijn erop gericht om te blijven waar we zijn, en proberen vervolgens de natuur te bedwingen.’

Hij hoopt dat de tentoonstelling de bezoeker een spiegel kan voorhouden. ‘Doggerland is uiteindelijk in de golven verdwenen, maar het is aan de hedendaagse mens om ervoor te zorgen dat Nederland niet het tweede Atlantis van de Noordzee wordt.’

Doggerland – Verdwenen wereld in de Noordzee, t/m 31 oktober, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden