Recensie Klassiek

Prégardien brengt ballades als mini-opera’s, in het grensgebied tussen taal en muziek (vier sterren)

De stem van tenor Christoph Prégardien klinkt zo natuurlijk, dat je de indruk krijgt dat er geen leraar aan te pas is gekomen.

Christoph Prégardien Beeld foto: Hans Morren

Na Erlkönig gaat het fout. Michael Gees, pianist, stopt middenin zijn inleiding van Schumanns ballade Belsazar. Hij bladert door de aan elkaar geplakte vellen muziek op zijn lessenaar, overlegt met Christoph Prégardien, de tenor met wie hij op het podium van het Muziekgebouw aan ’t IJ speelt. ‘Deden we niet eerst Tom der Reimer?’ De zanger schiet in de lach. ‘Ja, laten we eerst het blokje met ballades van Loewe afmaken.’

Het gaat er ontspannen aan toe bij het koppel dat al decennialang samen reist, optreedt, cd’s maakt, masterclasses geeft. In die jaren is Prégardiens stem iets lager geworden. Als zestiger zingt hij tegenwoordig ook baritonpartijen en laat hij de hoogste tenornoten aan zich voorbijgaan.

Ze dagen elkaar uit, met Carl Loewes hypervirtuoze ballade Der Nöck bijvoorbeeld – een bijna 7 minuten durend epos over een watergeest, met zanglijnen die als draaikolken de diepte in schieten, dwars door de vliesdunne nootjes van de pianobegeleiding heen. Erlkönig is niet de beroemde compositie van Schubert maar die van zijn tijdgenoot Loewe – met zijn dissonante wanhoopskreet aan het slot niet minder indringend. Prégardien brengt de stukken als mini-opera’s, compleet met verschillende personages: een meeslepend eerbetoon aan de ballade, een negentiende-eeuws genre dat ergens tussen lied en vertelling in ligt.

Met een stem die zo natuurlijk klinkt dat je de indruk krijgt dat er geen leraar aan te pas is gekomen schiet hij elektrisch geladen deeltjes de zaal in. Voor het laatste blokje van zijn optreden heeft hij liederen van Schubert uitgezocht die nauwelijks bekend zijn. Ze heten Versunken, An mein Herz, Die Mutter Erde. Hij tekent de teksten voor je uit, laat je voelen wat er in de hoofden van de dichters heeft rondgespookt – een schitterende exploratie van het grensgebied tussen taal en muziek.

Klassiek

Vier sterren

Schubert, Schumann, Loewe, Mahler, Liszt. Christoph Prégardien en Michael Gees. Amsterdam, Muziekgebouw aan ’t IJ, 13 februari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.