Prachtmuseum voor een burgerman

De ‘Kunstberg’ in Brussel heeft er een nieuw hoogtepunt bij: het Magrittemuseum. ‘België is een surrealistisch land, dat past bij Magritte.’

Hoe overweldigend het nieuwe Magrittemuseum is, wordt duidelijk bij het verlaten van het gebouw.

Eenmaal buiten lijken de wolken zo uit een schilderij van de Belgische meester van het surrealisme geplukt. De deur is plots geen deur maar een poort naar iets heel anders. En de felgekleurde reclameborden voelen net zo ontheemd als de vervreemde objecten in Magritte’s werk. Brussel, zijn thuisstad, wordt er nog mooier door.

Topstukken

De ‘Kunstberg’ in Brussel rondom het Koningsplein heeft er vanaf dinsdag een nieuw hoogtepunt bij: het Magrittemuseum. Verdeeld over drie verdiepingen stelt het 250 werken tentoon, ’s werelds grootste collectie van de beroemdste Belgische schilder uit de 20ste eeuw. Schilderijen, met topstukken als De Terugkeer (1940) en Het Rijk der Lichten (1954), tekeningen, gouaches, sculpturen, maar ook films, reclamemateriaal en (afgewezen) affiches voor de Belgische communistische partij.

Het Magrittemuseum moet dezelfde status krijgen als het Van Goghmuseum in Amsterdam en dat voor Paul Klee in Bern. Dat Brussel eindelijk een van zijn bekendste burgers met een eigen museum eert, komt vooral door een omvangrijke schenking (6,5 miljoen euro) van energiegigant GDF Suez.

België past bij Margritte

Minister Reynders (Financiën) hoopt dat dit goede voorbeeld doet volgen. Zelf wil hij het nieuwe museum een rol laten spelen in het Belgische EU-voorzitterschap volgend jaar. ‘Waarom niet? België is een surrealistisch land, dat is de EU ook als organisatie. Het past perfect bij Magritte’, aldus Reynders.

Verdeeld over drie verdiepingen geven de werken in het museum op compacte wijze een helder overzicht van het werk en leven van René Magritte (1898-1967). De Brusselaar, die toonaangevend zou worden in de surrealistische schilderkunst en een inspiratiebron voor latere popart-beroemdheden als Andy Warhol, woonde en werkte als een burgerman. Altijd onberispelijk gekleed, hij schilderde in pak met geruite pantoffels aan de voeten. Niks bohémien, een keurige buurman.

Mysterie

Naar eigen zeggen was dit de manier om het surrealistische uit het dagelijkse leven te halen. Schijn bedriegt, volgens Magritte. Hij zag het als zijn taak het mysterie dat overal in schuilt te verbeelden.

Aanvankelijk (1920) schildert Magritte in de kubistische stijl. De ommekeer – Magritte spreekt over een ‘openbaring’ – komt als hij in 1923 kennismaakt met het werk van de Grieks-Italiaanse schilder Giorgio de Chirico. Het eerste echte Magritte-werk is volgens de schilder zelf De Geheimzinnige Speler (1927). Veel symbolen in dat werk (gordijnen, kegels, ontheemde figuren, een schildpad) keren in latere schilderijen terug. Andere terugkerende thema’s zijn wolkenhemels, de bolhoed, een stenen muur, rotsen, de paardenbel en een vogel. Die laatste is later gebruikt als logo door de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena.

Warme kleuren

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gooit Magritte het roer om. Hij schildert plotsklaps met heldere warme kleuren. Het zonnige surrealisme noemt hij het, mogelijk een reactie op de grauwe bezettingsperiode. Veel collega’s en vrienden vegen er de vloer mee aan.

In de lente van 1948 knalt Magritte er in een paar maanden tijd zeventien schilderijen en gouaches uit, in een uitbundige, karikaturale stijl. Het lijken spotprenten, striptekeningen, het resultaat is dat zijn vriendenkring nog kleiner wordt. Daarna keert hij weer terug naar de kenmerkende Magritte- stijl.

Geen boodschap

Beroemde werken volgen, als Sheherazade (1948), Het Rijk der Lichten (1954) ), Het Domein van Arnheim (1962) en De Hemelvogel (1966). Ooit gevraagd naar wat hij met zijn geheimzinnige schilderwerken wilde zeggen, antwoordde Magritte dat er geen enkele boodschap achter zat, dat het alleen beelden waren.

De titels van de schilderijen zijn net zo mysterieus als de werken zelf. Meestal vroeg Magritte zijn vrienden suggesties te doen. Op zondagmiddagen belegde hij speciale bijeenkomsten daarvoor bij hem thuis. Hij koos uiteindelijk de titel die de minste relatie had met het werk, zodat de mensen nog beter zouden kijken.

Een prettige tegenhanger van al het surrealisme zijn de tentoongestelde reclamewerken (Tonny’s Toffee), filmposters en boekillustraties van Magritte. Prachtig zijn ook de affiches die hij ontwierp voor aan de communistische partij gelieerde organisaties als de Centrale der Textielarbeiders. Het werk werd door de Centrale als ‘te frivool’ afgewezen.

[VIDEO]

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden