Prachtige heruitgave Niko Tinbergens Eskimoland

85 jaar geleden vertrok Niko Tinbergen met zijn vrouw voor een lange expeditie naar Groenland. Het boek over hun avonturen is nu prachtig heruitgegeven.

Inuit met sledehonden. Het sociale gedrag van de dieren fascineerde Tinbergen. Beeld Foto Cristina Mittermeier / Getty

Toen aan het begin van de twintigste eeuw de genen van het Haagse onderwijzersechtpaar Tinbergen samenkwamen in hun drie zoons, ontstonden er voor de wetenschap wonderlijke combinaties. Jan Tinbergen, uit 1903, werd Nederlands grootste econoom en Nobelprijswinnaar. Niko, uit 1907, pionierde in het gedragsbiologische onderzoek naar dieren in het veld (vogels vooral) en kreeg daarvoor in 1973 de Nobelprijs. Luuk, de jongste, werd een gevierd gedragsbioloog en ornitholoog. Alle drie schopten ze het tot hoogleraar.

Maar de Tinbergen-genen brachten meer dan alleen aanleg voor wetenschap. De biologen Niko en Luuk vonden het zo'n beetje hun plicht om hun wetenschappelijk werk toegankelijk te maken voor een breed publiek en deden dat ook met verve in populaire boeken en artikelen, lang voor de uitvinding van de 'wetenschapscommunicatie'. Een bonus daarbij was hun gedeelde talent voor rake pentekeningen van hun studieonderwerpen.

Non-fictie 

Niko Tinbergen, Eskimoland
Van Oorschot; 212 pagina's; euro 19,99.

De zonen van Luuk Tinbergen zetten de Tinbergentraditie voort: Tijs Tinbergen als maker van eigenzinnige natuurfilms en Joost Tinbergen als gedragsbioloog (mét Tinbergen-tekentalent) en intussen hoogleraar in Groningen. En in de Tinbergens zat ook een zekere donkerte vervlochten, zo lijkt het. Luuk benam zich vlak voor zijn 40ste het leven, net aangesteld als hoogleraar en met een jong gezin. Niko leed onder zware depressies ('zwarte honden' noemde hij ze). Ook in de films die Tijs maakte over het vogelonderzoek van broer Joost en andere films over de familie, schemert een Tinbergen-melancholie door.

Misschien zijn de Tinbergen-eigenschappen noodzakelijk voor een boek als Eskimoland, Niko's verslag van het verblijf met zijn vrouw, biologe Lies Rutten, op Groenland in het Internationale Pooljaar 1932-'33. In het boek uit 1934, nu prachtig heruitgegeven, smeedt de in 1988 overleden Niko Tinbergen zijn persoonlijke ervaringen tussen de Eskimo's van afgelegen nederzettingen aan de oostkust van Groenland samen met veldobservaties van het gedrag van sneeuwgorzen, franje-poten (waadvogels met de in de vogelwereld zeer ongewone eigenschap dat het de vrouwtjes zijn die strijden om de mannetjes) en - omdat er in de winter weinig vogels zijn te observeren - het sociale gedrag van sledehonden. Tussendoor weidt Tinbergen uit over sierlijke giervalken, burgemeestermeeuwen en raven. De vogelwaarnemingen, met een scherp oog voor het gedrag en de mogelijke functies daarvan, zijn voor die tijd zeer vernieuwend. Toch doen de vogelobservaties en die aan sledehonden in Tinbergens boek vooral aan als een soort intermezzo's, misschien zelfs wel bedoeld om te onderstrepen dat het biologenechtpaar ook het biologenwerk uitvoerde waarvoor zij naar Groenland mochten afreizen.

Eerder leest het boek als een boeiend avonturenverhaal over een apart Nederlands stel te midden van de oorspronkelijke Inuit-bevolking van Groenland ('Eskimo's' geldt intussen als een ietwat beledigend anachronisme), in een vervlogen tijd waarin nog veel was te zien van de oude Inuit-leefstijl. Eskimoland gaat vooral over de eigenaardigheden en bijzondere overlevingskunsten in het barre poollandschap van de menselijke bewoners van dat 'Eskimoland', gezien door de ogen van een gevoelige en observante bezoeker uit Europa ('waar de mensen en volkeren altijd boos op elkaar zijn', aldus de Inuit), met een humane blik en een fijne neus voor het tragikomische.

Al meteen na aankomst in de Angmagssalik-streek, waar de Tinbergens twee poolzomers en een poolwinter zullen doorbrengen, na een enerverende dagenlange zeereis aan boord van een Deens bevoorradingsschip (Groenland was en is Deens grondgebied), zijn de Tinbergens onder de indruk. Ze worden met grote gastvrijheid ontvangen in de stenen Inuitwinterhuizen waarin meerdere families leven in het flakkerende licht van traanlampen, die 'formidabel roet' afgeven. Eten krijgen ze direct geserveerd, in een 'ongelooflijk vies bakje'. Maar het zeehondenvlees dat ze wordt voorgezet vinden de Tinbergens, mits goed gekookt, een 'fijn gerecht'.

De Tinbergens hebben een vouwboot meegebracht en een tent, waarmee ze in de zomermaanden onderzoeksexpedities ondernemen. Het paar kampeert idyllisch, waarbij ze meer zalmen vangen dan ze ooit op kunnen - handig ook als gift aan bezoekende 'kajakmannen', Inuitjagers die in hun huidenkajaks uit zeehondenjagen zijn. Gaandeweg worden ze bij terugkomst in de dorpen steeds warmer ontvangen, als oude vrienden - ongetwijfeld zal daarbij hebben geholpen dat de Tinbergens de moeite namen om de Inuit-taal te leren.

Tinbergen werd niet alleen als bioloog uitgezonden naar Groenland, maar ook als etnograaf, met als opdracht traditionele gebruiksvoorwerpen van de Inuit te verzamelen en hun jachtmethoden te beschrijven. Dat laatste doet hij uitgebreid, en hij maakt er ook foto's van die in Eskimoland staan gereproduceerd, naast zijn vaak adembenemende landschapsfoto's.

Tinbergen dist met een aanstekelijk droge humor de ene anekdote na de andere scherpe observatie op over de omgang met de Inuit en de aard van het Groenland-volk, en vertelt de surreële oude Inuit-verhalen die hij te horen krijgt na. Fijne spullen hebben de Tinbergens, vinden de Inuit, maar wanneer ze begrijpen dat die niet eigenhandig zijn gemaakt, slaat hun ontzag om in minachting. Wanneer de Tinbergens urenlang hun vogelwaarnemingen uitwerken, weet Niko zeker dat de Inuit hen als een 'onschadelijk soort krankzinnigen' beschouwen, al zijn ze te beleefd om dat te laten merken.

Altijd schrijft Tinbergen met respect over de Inuit en ook bewondering voor hun verfijnde jachttechnieken en -uitrusting, maar zonder in de valkuil van de 'edele wilde' te trappen. Wanneer er voedsel in overvloed is, zijn de Inuit hartelijk en gul, schrijft hij, maar bij schaarste zijn het 'hardvochtige egoïsten'. En wanneer de ene kajakman de andere wil vermoorden - moord is onder de Inuit niet zeldzaam - harpoeneert hij hem gewoon van achteren in de rug.

Voor de liefhebber van verhalen over de poolgebieden, of voor lezers die het niet zo hebben op het soort biologie-popularisator van nu, zoals de altijd opgewekte Pietje Bell-achtige Freek Vonk, is Eskimoland een essentieel boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden