Prachtig verfilmde mistroostige wereld

SAMSON & DELILAH..

Mokerslagen zijn het, de geweldsexplosies in het Australische aboriginal-drama Samson & Delilah. Drie, vier keer wordt het publiek met een klap in de bioscoopstoel gedrukt. En dan mag het weer voorzichtig hopen dat het de gebutste hoofdpersonages – twee tieners – iets beter afgaat in de volgende scène.

Veroordeeld, lijken ze. Samson (Rowan McNamara), de praktisch dakloze en stomme aboriginaljongen, die ’s ochtends wakker wordt met een snuif benzine, en vervolgens zijn verveling en frustratie uitleeft op zijn omgeving. En het aboriginalmeisje Delilah (Marissa Gibson), opgezadeld met de zorg voor haar oma, die leeft van de schamele opbrengst van haar traditionele stippen-schilderijen – de opkopende blanke Australiër verdient er een veelvoud aan in de toeristenshop in de stad.

Een stoffig en monotoon bestaan, dat is de norm in een afgelegen aboriginal-gemeenschap in de woestijn rond Alice Springs, in het Australische binnenland. En wanneer Delilahs oma sterft, en Samson zich na een snuif benzine zo onmogelijk maakt dat hij moet vluchten, resteert hen nog maar één route: een duikvlucht naar beneden. Dat alle opeengestapelde narigheid in Samson & Delilah de kijker niet afstompt, is de grote verdienste van regisseur, cameraman en scenarist Warwick Thornton (1970), zelf aboriginal.

Uiterst subtiel legt hij de ontluikende verliefdheid tussen de tieners vast. Samson, die steentjes naar Delilah gooit, of met een buitgemaakte dode kangoeroe komt aanzetten – zijn manier van affectie tonen. En Delilah, die op een avond verscholen toeziet hoe Samson vol overgave danst met ontbloot bovenlichaam, in een van de mooiste scènes uit de film.

Dat de twee voorbestemd zijn voor elkaar – zoals Delilahs oma voor haar sterven nog grinnikend voorspelt – is al snel duidelijk, of ze elkaar kunnen redden is de vraag.

Thornton, die met Samson & Delilah vorig jaar de Caméra d’Or won, de prijs voor beste debuutfilm tijdens het Cannes Filmfestival, zet zijn filmische middelen geraffineerd in. Met zijn camera en het licht – véél zonlicht – maakt hij de loom makende woestijnhitte bijna voelbaar. En met een origineel gebruik van muziek niet onder maar ín het verhaal, onder meer van een repeterend aboriginal-ska bandje, accentueert hij gevoelens zonder ze plat te versterken. Soms met een wrang, bijna slapstick-achtig effect, wanneer Samson met een boomstam een bandlid neer zwiept. Een fractie van een seconde wil je nog lachen, maar het is niet om te lachen.

Thornton werkte met een amateurcast, bestaand uit aboriginals die goed bekend zijn met de mistroostige wereld die de film vastlegt. Zo speelt de in zijn echte leven drankverslaafde broer van de regisseur een opvallende bijrol als de alcoholistische zwerver Gonzo. Het verschaft de film vanzelfsprekend authenticiteit, maar Thornton weet zijn amateurs ook tot knappe acteerprestaties te bewegen. Vooral Marissa Gibson, gezegend met een prachtige getroebleerde blik, maakt indruk als Delilah.

Behalve op de onverschillige blanke Australiërs, die niks van Delilah en haar stippenschilderijen moeten hebben, richt Thornton ook wat pijlen op de aboriginals zelf. Uiterst wreed is de scène waarin Delilah na het overlijden van haar oma tot bloedens toe wordt geknuppeld door de de oudere vrouwen uit de gemeenschap, die haar ervan beschuldigen nalatig te zijn geweest.

De keuze om Samson & Delilah toch enigszins hoopvol te laten eindigen, voelt niet geforceerd. Dat een beetje hulp, of voorspoed, al zo’n verschil kan maken in levens zoals die van deze tieners, maakt de ondertoon enkel schrijnender.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.