Powervrouw met een heilig doel

Doreen Boonekamp verruilt het Nederlands Film Festival voor het Filmfonds. Een doordouwer en een alleskunner die maar één ding wil: het beste voor de Nederlandse film....

Het zal een moeilijk afscheid worden. Morgenavond opent Doreen Boonekamp (40) voor de laatste keer het Nederlands Film Festival in Utrecht. Ze was er acht jaar directeur, en nog veel langer een onmisbare alleskunner achter de schermen. Bijna twintig jaar werkte ze zich voor het festival een slag in de rondte. En over tien dagen, wanneer op het slotgala de Gouden Kalveren voor de beste Nederlandse filmproducties zijn uitgereikt, is het voorbij. Dan vertrekt Boonekamp naar Amsterdam, waar ze directeur wordt van het Filmfonds, de belangrijkste geldverstrekker van Nederlandse films.

Het is een transfer die voor niemand als een echte verrassing kwam, behalve misschien voor Boonekamp zelf. Ze is vergroeid met het Nederlands Film Festival – zozeer dat het festivalkantoor haar tweede thuis is, het team waarmee ze werkt haar tweede familie. Toch was zij de logische opvolger van Toine Berbers, die het Filmfonds na acht jaar verliet. Terwijl belangrijke aanstellingen in de Nederlandse filmwereld traditiegetrouw veel ophef veroorzaken, bleef het rond Boonekamps benoeming opvallend stil. Iedereen lijkt het eens: Boonekamp is de aangewezen persoon om bij het fonds de lakens uit te delen.

Ze is een vreselijke doordouwer, zegt de een. Een pitbull, die niet loslaat voordat het werk gedaan is, zegt de ander. Gedreven, met een enorme inzet voor haar heilige doel: het stimuleren van de Nederlandse film. Maar ze is ook diplomatiek, loyaal en besluitvaardig. Geen flamboyante persoonlijkheid, wel charmant en overredend. Boonekamp kent iedereen die er in filmkringen toe doet, en weet precies hoe ze van wie dan ook iets gedaan moet krijgen. Het zijn eigenschappen die nog van pas zullen komen in haar nieuwe functie, die bepaald geen gemakkelijke is.

Bij het Nederlands Film Festival heeft Boonekamp het goed gedaan, daar is vrijwel iedereen het over eens. Het festival is onder haar leiding enorm gegroeid. De bezoekersaantallen namen toe, de media-aandacht ook. Boonekamp bracht helderheid in het programma, maakte van de dagelijkse talkshow een prikkelende happening en nam tal van initiatieven om het imago van de Nederlandse film op te krikken. Bovendien trok ze in Den Haag aan de juiste touwtjes. Zo wist ze steeds opnieuw fondsen los te krijgen om de filmindustrie te ondersteunen.

Boonekamp, die opgroeide in Limburg, studeerde in Utrecht toen ze voor het eerst voet zette in het toen nog zeer krappe kantoor van de Nederlandse Filmdagen, de voorloper van het huidige festival. Ze deed er in 1990 als stagiair publieksonderzoek, en keerde het jaar erop terug als productieassistent. ‘Keihard werken was dat’, vertelde ze later in de Volkskrant. ‘Je ging op 1 juli naar binnen en kwam pas na het festival weer naar buiten. En intussen had je zeven dagen per week gebuffeld. Toen deed je in je eentje werk waarvoor nu zes mensen zijn aangetrokken. Maar leuk dat het was!’

‘Buffelen’ blijkt in het geval van Boonekamp zacht uitgedrukt. Daan Gielis, nu werkzaam bij het Binger Filmlab, werkte in de jaren negentig zes jaar met Boonekamp samen. ‘Doreen deed alles en wist alles’, vertelt Gielis over die beginjaren. ‘Ze praatte met sponsors en deed subsidieaanvragen, maar hielp ook mee de festivaltent op te zetten en wc’s aan te sluiten. Ze was nergens te beroerd voor. Aan het eind, als het gala was afgelopen, ruimden we zelf de rommel op.’

Lange werkdagen waren normaal. Gielis: ‘We gingen om 7 uur ’s ochtends samen zwemmen – ik snap eigenlijk niet waar dat voor nodig was –, dan door naar kantoor, en om elf uur ’s avonds fietsten we weer naar huis.’ Dat het draaglijk bleef, kwam door de bijzondere sfeer: ‘We hebben ontzettend veel lol gehad, het was een groot feest.’

Het festival werd in die tijd geleid door Jacques van Heijningen, die het uitbreidde van een verzamelplaats van filmprofessionals tot een publieksevenement. Boonekamp maakte zich al snel onmisbaar, herinnert Van Heijningen zich. ‘In haar tweede jaar kwam ze melden dat ze meer wilde doen. Ze studeerde toen kunstmanagement, wat goed uitkwam, want het festival was een ongeorganiseerde bende. Ik vroeg haar een compleet draaiboek te maken van de organisatie, inclusief alle functieomschrijvingen. Dat heeft ze gedaan, en vanaf dat moment was zij de enige die precies wist hoe alles in elkaar zat.’

Boonekamp klom binnen de organisatie gestaag omhoog. Van productieassistent werd ze achtereenvolgens producent, zakelijk leider, adjunct-directeur en uiteindelijk, in 2002, directeur. Ze bleef al die tijd keihard werken, zozeer dat het haar omgeving soms verbaast. ‘Nog steeds zit ze regelmatig tot twaalf uur ’s nachts op kantoor’, zegt Daan Gielis. ‘Ze werkt te hard, denk ik wel eens.’

‘Doreen is een workaholic, zonder twijfel’, zegt Arthur Willems. Hij is bankier bij Van Lanschot en echtgenoot van Boonekamp. Samen hebben ze een dochter van tien. ‘Ze kan ook genieten van vakantie, maar haar werk is haar passie.’ Willems is negentien jaar met Boonekamp samen en kent haar niet anders dan als getrouwd met het filmfestival. ‘De Nederlandse film verder helpen, dat is haar leitmotiv. Daar steekt ze ongelooflijk veel tijd en energie in. Ze legt de lat voor zichzelf erg hoog, ze gaat echt tot het gaatje.’ Volgens Willems is haar perfectionisme ook haar valkuil: ‘Ze heeft moeten leren dat je van een ander niet altijd dezelfde inzet kan verwachten.’

‘Doreen een workaholic? Het lijkt erop, gezien de waanzinnige hoeveelheid uren die ze maakt’, zegt haar zus, Gwendolijn Boonekamp. ‘Maar volgens mij is het geen verslaving aan werk. Het is meer een enorm verantwoordelijkheidsgevoel.’ Dat is een eigenschap die in de familie zit. Boonekamps ouders, beiden werkzaam in het onderwijs, gaven het voorbeeld. ‘Ze gingen allebei voor 200 procent voor hun werk. Zo is het ons voorgeleefd.’

Boonekamps ouders stimuleerden hun dochters op eigen benen te staan. ‘Er werd ons geen bepaalde carrière opgedrongen’, zegt Gwendolijn Boonekamp. ‘Maar het was belangrijk dat we onszelf konden bedruipen.’ Daarnaast was er thuis veel aandacht voor kunst en cultuur. Filmliefde hoorde daarbij en was zelfs erfelijk bepaald; de opa van Boonekamp was lid van de Katholieke Filmkeuring Limburg. Als meisje van een jaar of elf zag Doreen Once Upon a Time in the West in de bioscoop. Het was haar eerste grote filmervaring, die een onuitwisbare indruk maakte.

Dat er bij Boonekamp sprake is van echte passie voor film, is voor de buitenwereld niet altijd zichtbaar. Ze staat vooral bekend als een zeer gedegen manager. Als festivaldirecteur kon ze haar persoonlijke filmsmaak niet botvieren. Dat is minder vreemd dan het lijkt. ‘Bij een nationaal festival kun je nooit volledig je eigen keuzen maken’, legt Jacques van Heijningen uit. ‘Stel dat de directeur een persoonlijke toptien van Nederlandse films samenstelt. Dan heb je echt oorlog.’

De filmwereld wordt bevolkt door mensen met lange tenen, wil Van Heijningen maar zeggen. ‘Probeer maar eens goede vrienden te blijven met honderd filmmakers en producenten die allemaal roepen dat ze de beste zijn. Het is een continue slangenkuil, waar je heel behoedzaam doorheen moet laveren.’ In dat opzicht is het opvallend dat er de laatste jaren zo weinig relletjes waren op het filmfestival. In de begindagen was dat wel anders. Festivalprogrammeur Herman de Wit, die bijna twintig jaar met Boonekamp samenwerkte, kan het zich nog herinneren. ‘Alle grote filmmakers van Nederland zaten toen in het bestuur. Dat leverde spectaculaire ruzies op.’

Volgens echtgenoot Arthur Willems is het geen wonder dat er onder Boonekamps regie minder heibel was. ‘Doreen had aan die relletjes een ongelooflijke hekel. Ze bewaart liever de harmonie. Niet dat ze tot in het oneindige de consensus zoekt, maar ze kan beslissingen nemen waarbij iedereen zich tot zijn recht voelt komen.’ Herman de Wit beaamt dat. ‘Het festival is dankzij haar in een serieus en rustig vaarwater terechtgekomen. Ze ziet problemen van tevoren aankomen en weet dan precies wie ze moet spreken om de boel te sussen.’

‘Dat is haar kracht, dat ze iedereen stil en rustig kan houden’, zegt ook Pim Hermeling, directeur van distributeur Wild Bunch Benelux en bestuurslid van het Nederlands Film Festival. ‘Ze is iemand voor wie je gaat. Als Doreen je iets vraagt, ga je iets harder lopen om het gedaan te krijgen. Je gunt haar het succes.’ Volgens Hermeling heeft Boonekamp de laatste jaren veel potentiële relletjes in de kiem gesmoord. ‘Ze kan met iedereen overweg, ook met de grote ego’s in de filmwereld. En daar lopen er veel van rond.’

Het zal haar van pas komen in haar nieuwe baan. De directeur van het Filmfonds ligt vanouds onder vuur. Het beleid van het fonds staat voortdurend ter discussie en stuit vaak op hevige kritiek, variërend van woede over een afgewezen aanvraag tot klachten over de algemene koers. Het is hoe dan ook moeilijk om een pot geld – in het geval van het Filmfonds zo’n 34 miljoen euro per jaar – zo te verdelen dat iedereen tevreden is. De ene film ondersteunen betekent een ander afwijzen, en filmmakers zijn in Nederland nu eenmaal afhankelijk van subsidie.

Of Boonekamp ook bij het Filmfonds rust in de tent kan brengen, moet nog blijken. In ieder geval krijgt ze meer macht dan haar voorgangers. Dankzij een verandering in de organisatie wordt ze zowel directeur als bestuurder. Volgens Ger Bouma, tot Boonekamps aantreden de waarnemend directeur, is dat een voordeel: ‘Doreen krijgt heel veel power. Er zullen sneller beslissingen genomen kunnen worden, het wordt overzichtelijker.’

Als powervrouw prijkte Boonekamp vorige week al bovenaan de Volkskrant Filmbonzen Top-20, de jaarlijkse ranglijst van machtigste mensen in de Nederlandse filmindustrie. Maar het is haar niet om invloed en status te doen, zeggen haar naasten. Ze wil echt alleen het beste voor de Nederlandse film: een beter imago, hogere bezoekcijfers en meer internationaal aanzien.

‘Doreen werkt beslist niet ter meerdere eer en glorie van zichzelf’, zegt haar zus. ‘Ze gelooft in wat ze doet.’ Van Heijningen: ‘Ze schuift nooit zichzelf naar voren. Het gaat haar om de film.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden