Postuum: na-oorlogse vitalist ging het leven met kwast te lijf

Met Corneille verdwijnt de laatste van de Nederlandse tak van de naoorlogse Cobra-beweging.

In 1947 schrijft de schilder Corneille, dan vierentwintig jaar, vanuit Boedapest aan een vriend over de paleistuinen die hij daar heeft gezien. ‘De tuinen lagen daar blauwig grijs in de warme middagzon...De vogels, de vlinders, de bijen, alles vloog, dwarrelde, buitelde en danste een wilde dans. De natuur ontplooide zich in haar enorme vitaliteit, de mensch waakte niet meer, zij mocht haar gang gaan. ..’.

De oorlog, waar Corneille twee jaar eerder nog als een schim van 40 kilo uit tevoorschijn gekomen was, is voorbij. De ruïnes en tuinen van de Hongaarse hoofdstad brengen de schilder in vervoering. Het levert een intentieverklaring op voor een heel oeuvre: Corneille bleef zijn leven trouw aan de dieren, de mens (de vrouw, vooral) en de natuur – afgebeeld alsof geen verleden, geen beschaving en een vuige wereld bestond.

Driemanschap

Zondag overleed Corneille, op 3 juli 88 jaar geworden. Daarmee verdwijnt de laatste van de Nederlandse tak van de naoorlogse Cobra-beweging: het driemanschap Karel Appel, Constant en Corneille. Met Corneilles brede oeuvre, zijn eeuwige alpinopet, zijn beeldende lofzang op De Vrouw en zijn vele minnaressen (vierhonderd, naar eigen zeggen), zijn financiele schandalen en zijn productie tot op hoge leeftijd verdwijnt ook een archetype kunstenaar: de na-oorlogse vitalist die het leven met de kwast te lijf ging.

Guillaume Corneille van Beverloo, ook wel Cornelis van Beverloo, werd in 1922 in het Belgische Luik geboren in een Nederlands gezin. Een vrouwenwereld zei hij later: hij werd vertroeteld door zijn moeder en drie oudere zusjes uit haar eerdere huwelijk. Aan het begin van de oorlog volgde hij tekenlessen aan de Rijksacademie in Amsterdam (een ‘saaie troep’), waar hij ondermeer Karel Appel ontmoette. Maar als schilder, beeldhouwer, dichter, keramist en illustrator was hij voornamelijk autodidact.

Na de oorlog exposeerde hij voor het eerst in 1946 in Groningen. De kennismaking (in het Stedelijk Museum van Willem Sandberg) met het werk van Paul Klee, Kandinsky en Matisse was van groot belang. De Experimentele Groep werd opgericht en die ging niet veel later op in Cobra, dat door Corneille, Appel, Constant, de Deen Asger Jorn en de Belg Christian Dotremont op 8 november 1948 in het café Notre Dame in Parijs met een manifest bezegeld werd. De mens zou zich bevrijden van de knellende banden van traditie en goede smaak en zich vrij uiten in kunstwerken als ‘een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles samen.’ De zeer productieve Corneille maakte in die tijd ondermeer het schilderij ‘Het vrolijke ritme van de stad’: een explosie van lijnen, tramrails, daken, figuren en hekken als een wilde partituur.

Beste periode

De jaren vijftig en vroege jaren zestig worden als Corneille’s ‘beste’ periode beschouwd. Cobra houdt op te bestaan, Corneille woont in Parijs en maakt veel reizen, naar Afrika, Scandinavie, Noord- en Zuid-Amerika. Vooral een reis door de Afrikaanse Hoggar-woestijn is van belang. ‘Wij aten sprinkhanen¿en zagen kiezels zo hoog als huizen’ schrijft hij in een verslag in het Parool. Zijn schilderijen worden ‘steniger’, met meer aardekleuren en grijzen. Een landschap dat lucht en kleur wegdrukt, bijna abstract, afgezet tegen een alles verzengende zon. Te ascetisch, vond hij later zelf. ‘Ik was zelf een beetje een fossiel geworden,’ zei hij en het stak hem dat men niet kon accepteren dat hij daar weer radicaal afstand van nam.

Corneille vond zijn eerste onderwerpen terug: vrouwen, katten, vogels, vissen en bomen. De vrouw vaak liggend, wulps en gesloten tegelijk, de zon of de vogel erboven als wachter, bespieder, bewonderaar of gesprekspartner. Hij maakte ze in een onophoudelijke stroom, van grote sculptuur tot kleine litho, als schilderij of als illustratie voor en met Hugo Claus.

Vanaf het midden van de jaren vijftig gaat het hem ook financieel voor de wind. Een beetje teveel, wordt de algemeen geldende opinie over Corneille, als hij in de jaren tachtig commerciële activiteiten begint te ontplooien. Eerst gesigneerde litho’s en prenten, dan pennen, stropdassen, sjaals en een een tram, later dekbedden en serviezen; aan de stroom Corneille- producten komt geen einde. Zijn zoon Dimitri (nu 25) en echtgenote Natacha worden ervan beschuldigd de inmiddels hoogbejaarde Corneille, die vijf jaar geleden in een psychiatrische kliniek wordt opgenomen, uit te buiten. De familie op hun beurt beschuldigt de Nederlandse zaakwaarnemer Nico Koster van het verkwanselen van de naam Corneille.

Merk

Dat Corneille ‘een merk’ werd, vertroebelt het zicht op het oeuvre van de man. Het is beperkt in onderwerpkeuze, maar van de drie Nederlandse Cobra-leden is hij lang na de beweging de uitgangspunten van ‘een nieuwe volkskunst’ het meest trouw gebleven. Fabels vond hij het, die hij maakte. Met de gretigheid van een kind, op intuitie varend en met de blik steeds nieuw en open, net als in de woestijn:’Ik keek alsof ik mijn ogen voor het eerst gebruikte’.

Guillaume Cornelis van Corneille (ANP) Beeld
Guillaume Cornelis van Corneille (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden