boeken non-fictie

Portret van een dappere voedselcommissaris in oorlogstijd (vijf sterren)

Kees Tukker Beeld Ruud Pos

Het was lente 1941. En de Duitsers waren het zat. Ze wisten dat er duizenden voedselbonnen werden vervalst om onderduikers te voeden. Dat er om diezelfde reden voedsel werd achtergehouden, en boeren op grote schaal illegaal varkens slachtten. Daar moest een eind aan komen. Eind 1940 werden een paar illegale slachters naar het concentratiekamp gestuurd. Op dat moment sloegen hoge ambtenaren alarm. Niet de boeren! Als die dwars gaan liggen, loopt de hele voedseldistributie in het honderd! Pak liever de grote jongens, de zwarthandelaren.

De Duitsers gaven gehoor – op hun eigen wijze. Dat voorjaar werd de voedselcommissaris voor Noord-Brabant vervangen door een NSB’er. Toen wist Groen Tukker, die dezelfde functie had in Gelderland, dat hij moest oppassen. De bezetter vertrouwde hem niet en NSB’ers aasden op zijn functie. Vooral August Borggreven, een Achterhoeker die in zijn woonplaats Terborg een opleidingsschool had opgericht voor de WA, de knokploeg van de NSB. Als hij commissaris werd, zou het zorgvuldig door Tukker onderhouden illegale netwerk ineenstorten.

Dus werd het tijd ‘een wat gunstiger stemming te mijner opzichte te scheppen’, zoals Tukker het na de oorlog omschreef. Hij bezocht een receptie van Seyss-Inquarts vertegenwoordiger in Gelderland, Emil Schneider. Die nodigde hem uit voor een operettevoorstelling in Arnhem, georganiseerd door het ‘Nederlands-Duits Cultuurgezelschap’. Na afloop van de voorstelling (Maske in Blau, de draak staat nog steeds op het repertoire) vroeg Schneider hem of hij lid wilde worden van het Gezelschap. Tukker en zijn vrouw vulden de lidmaatschapskaart in. Ze hebben nooit meer een voorstelling bezocht en nooit contributie betaald. Een halve eeuw later vond journalist Kees Tukker die kaart in de archieven. Was zijn oudoom ‘fout’ geweest?

Kees Tukker had alleen maar mooie herinneringen aan ‘oom Groen’. Maar er was iets met hem, en de oorlog. Jaren later, hij was inmiddels journalist, interviewde hij Sicco Mansholt, de fameuze grondlegger van het Europese landbouwbeleid. En het floepte eruit. Kende hij Groen Tukker? Het bleef even stil. ‘Jazeker. Tukker, de man van pluimvee en eieren.’ En was er iets met hem in de oorlog? Mansholt: ‘Nee, daar is mij niets van bekend.’ Zonder het te weten had Kees Tukker een van de hoofdrolspelers te pakken.

Jan Groen Tukker en Sicco Mansholt hadden veel gemeen. Stugge, slimme boerenzonen die aan het armoedige boerenbestaan wilden ontsnappen. Als directeur van het Pluimvee-instituut werd Tukker de man die de Nederlandse pluimveesector door de zware crisisjaren loodste. Voorjaar 1940 werd hij benoemd tot voedselcommissaris voor de provincie Gelderland.

Na de vlucht van koningin en regering, begin mei, hadden de achtergebleven ambtenaren weinig meer dan de summiere Aanwijzingen, achtergelaten door het kabinet, waarin stond dat zij moesten aanblijven, ‘zolang het volk daar meer baat bij heeft dan de vijand’. Dat heeft Groen Tukker gedaan. Hij hielp onderduikers en piloten. Onder zijn hoede ontstond een omvangrijk ondergronds voedseldistributienetwerk. In de gruwelijke winter van 1944/45, toen de frontlijn dwars door ‘zijn’ provincie liep, wist hij tientallen mensen en grote voedselvoorraden te redden. Kees Tukkers beschrijving van deze maanden is werkelijk aangrijpend. Vijf jaar lang frustreerde Tukker voedselleveringen aan Duitsland en de Wehrmacht. Hij loog, slijmde, deed of hij meewerkte, dronk een glaasje mee na de operette. Hij is een schoolvoorbeeld van de ‘burgemeester in oorlogstijd’. En hij zou er een zware prijs voor betalen.

Dat kwam door Sicco Mansholt. De modelboer uit de Wieringermeer was in het eerste oorlogsjaar korte tijd lid geweest van een nationaalsocialistische commissie die de Nederlandse landbouw moest hervormen maar rolde al snel het verzet in. Na de oorlog werd Mansholt minister van Landbouw en eindverantwoordelijk voor de zuivering van de diensten. Het verzet drong aan op het wegsturen van topambtenaar Stephan Louwes. Maar Louwes was de oom van Mansholt. Die maakte juist promotie.

Om te bewijzen dat hij toch ‘hard’ kon zijn moest Groen Tukker het ontgelden. Hij werd de zondebok. Hij had zich in die vijf jaar vaak genoeg ‘verdacht’ gedragen. Die getuigenissen telden zwaar. Ontlastende verklaringen verdwenen onder tafel. Gelukkig voor Groen liep de zuivering al snel volledig in het honderd. Tukker werd gerehabiliteerd. Hij werd alleen ‘berispt’ vanwege die ene handtekening. Het kon hem niks schelen. De Nederlandse pluimveesector moest weer vanaf de grond worden opgebouwd. En daarin slaagde Tukker. Toen hij in 1959 met pensioen ging, was Nederland weer de grootste eierexporteur ter wereld. Groen Tukker overleed in 1971. Een onverwoestbare kerel. Kees Tukker schreef een monument.

Kees Tukker: De voedselcommissaris – Het gevaarlijke dubbelspel tijdens de oorlog van topambtenaar Jan Groen Tukker

Ambo | Anthos; 294 pagina’s; € 21,99.

Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.