Portret met genen

Kunst schept schoonheid, wetenschap produceert kennis. Maar aan die traditionele tweedeling maken steeds meer kunstenaars en wetenschappers een einde. Ze voelen zich als in de Renaissance....

Door Merlijn Schoonenboom

Hij oogt als een religieus icoon. Een kleine zilveren lijst hangt aan de muur van de National Portrait Gallery in Londen, met daarin druppels transparante vloeistof. Eerst zijn ze nauwelijks te zien, maar als het licht erop schijnt schitteren ze, als vloeibare juwelen.

Het lijkt of ze leven, en, bizar genoeg: dat klopt. De druppels 'zijn' Sir John Sulston, één van de voormannen van het Human Genome Project, het internationale project dat onlangs de genetische code van de mens ontcijferde. Althans: we staan hier tegenover Sulstons DNA. Elke druppel bestaat uit een bacteriekolonie die gegroeid is uit een cel waarin zich een deel van Sulstons DNA bevindt.

Dit is dus het eerste genetische portret ooit. Het werd in 2001 gemaakt door Marc Quinn, toonaangevend Brits kunstenaar, befaamd sinds kunstpaus Charles Saatchi Quinns met zijn eigen bevroren bloed gemaakte zelfportret kocht.

Quinn staat met zijn genetisch portret in een opvallende artistieke trend van de afgelopen tien jaar: kunstenaars die complexe wetenschappelijke toepassingen in hun kunst verwerken, zoals biotechnologie en hersen-en medisch onderzoek. In Nederland dringt deze ontwikkeling nog nauwelijks door, maar in Engeland en de Verenigde Staten zoeken de disciplines steeds meer toenadering. Dat wordt niet in het minst gestimuleerd door wetenschappers zelf: prestigieuze instituten als de Wellcome Trust, Caltech en MIT financieren gretig kunstprojecten over wetenschappelijke thema's.

Want hoe marginaal het ook lijkt: er heerst een onvervalst voorhoedegevoel. Er is een nieuwe tijd aangebroken, profeteerde kunstenaar/onderzoeker Stephen Wilson vorig jaar zelfs enthousiast in zijn overzichtswerk, Information Arts - over de opkomst van kunstenaars-onderzoekers. De betrokkenen trekken graag de vergelijking met de Italiaanse Renaissance, de tijd dat kunst en wetenschap stevig verbonden waren.

Onzin? De Renaissance-analogie is niet eens zo gek, stelt Robert Zwijnenberg, bijzonder hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Maastricht. Hij is Da Vinci-kenner, en deze maand honoreerde wetenschapsfinancier NWO zijn voorstel om onderzoek te doen naar 'kunst en genetica'.

Neem de Mona Lisa. Da Vinci schilderde niet alleen een vrouw, maar ook een kaal landschap op de achtergrond dat verwijst naar processen van vergaan en ontstaan. Het portret is daarmee een uiting van Da Vinci's micro-macrotheorie, over de samenhang tussen mens, natuur en universum. Marc Quinns doel is in feite hetzelfde: 'Dit portret van Sulston', zegt Quinn, 'is niet alleen van een individu, maar tegelijk van al zijn voorouders, tot het begin van al het leven in het universum. Dit portret maakt het onzichtbare zichtbaar.'

Analogieën met de kunst uit vroegmoderne tijd zijn er meer. De Britse kunstenares Annie Cattrell verdiepte zich in FMRI-scans van de hersenen. Ze ontdekte hoe gedachten en emoties vlak bij elkaar bestaan: geur en angst, verlangen en honger. Zij maakte van de scans afgietsels in hars, en plaatste die in doorzichtige blokken. Onzichtbare psychologische activiteiten maakte zij daarmee zichtbaar én tastbaar.

Zwijnenberg vergelijkt haar intentie met die van Rembrandt. Hij schilderde De anatomische les van dr. Jan Deijman (1656) op basis van de zeer gedetailleerde anatomische tekeningen van Vesalius.

'De toenmalige anatomie wierp vragen op over de scheiding tussen geest en lichaam. Rembrandt probeerde het nieuwe idee van wat onze hersenen zí¿jn een culturele inbedding te geven. Hij hielp met zijn schilderij mee in het zoeken naar een antwoord op wezenlijke vragen. Ook Annie Cattrell geeft compleet nieuwe beelden van wie wij zijn een plek in onze cultuur.' Zij wil naar eigen zeggen juist laten zien hoe fysiek de geestelijke wereld is.

Opvallend is dat zowel Annie Cattrell als Marc Quinn hun werk nadrukkelijk'mooi' maken, door vorm en materiaal, zoals glas, vloeistof en ijle kleuren. Dat roept de vraag op welke rol schoonheid speelt bij deze kunstenaars.

Kunstenaar David Kremers bijvoorbeeld zegt inderdaad het tonen van 'schoonheid van de wetenschap' als doel te hebben. Hij is bij Caltech, de beroemde technische universiteit van Pasadena, in dienst als distinguished conceptual artist in biology.

Waarschijnlijk is hij de enige kunstenaar ter wereld die zich gebroederlijk met wetenschappers over dezelfde thema's buigt. Hij kweekte kleurige 'schilderijen' van gemanipuleerde bacteriën. Of hij visualiseert de gevolgen van genetische manipulatie: hij maakte een afbeelding van een muis die als dierlijk model gebruikt wordt voor onderzoek naar ziektes en genetische eigenschappen: sommige delen van zijn lichaamsgroei zijn ontwikkeld, andere zijn stopgezet.

De beelden bestaan uit zachte kleuren, vloeiende vormen. Kunsthistorica Trudy van Riemsdijk-Zandee - die David Kremers in 2001 presenteerde in kunstcentrum 'De verbeelding kunst landschap natuur' in Zeewolde - spreekt van een 'geruststellende schoonheid'. Dat is bewust: David Kremers wil wetenschap bespreekbaar maken, hij wil laten zien dat die niet eng is.

Maar tegelijk gebeurt er iets anders. Kremers wil namelijk ook laten zien dat klonen en manipulaties de toekomst zijn, een onvermijdelijke revolutie, waardoor zelfs de kunstenaar echt leven zal scheppen - zoals hijzelf ook nu al werkt aan transgenetische zebravisjes. Volgens Van Riemsdijk voel je daarom ook ethisch onbehagen - angst voor Frankenstein en dierenleed. Kremers' kunst komt daardoor een stap verder op de schoonheidsladder. Het komt in de buurt van wat het sublieme wordt genoemd: schoonheid die grenst aan het huiveringwekkende.

Zoals hoogleraar Robert Zwijnenberg zegt: 'De genetica is in feite de natuurfilosofie van onze tijd. Het gaat wetenschappers én kunstenaars weer samen om de allesomvattende vraag: ”Wie zijn wij als mens”.

'De kunstenaars kunnen die nieuwe vragen inbedden in onze cultuur. Het is daarom logisch dat kunstenaars van nu weer naar de wetenschap trekken. Ze hebben hun maatschappelijke functie terug.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden