Beschouwing Portrait de la jeune fille en feu

Portrait de la jeune fille en feu gaat over het moment dat de maskers afgaan

Achter een goed portret gaat een hele wereld schuil. De intieme relatie tussen kunstenaar en geschilderde die dat vergt, is zelden zo invoelbaar gemaakt als in Portrait de la jeune fille en feu.

Petrus Christus, Portret van een meisje, circa 1470 Beeld Google Art Project / Gemälde Galerie Berlijn

Er is een terloopse scène in Portrait de la jeune fille en feu die veel zegt. Kunstenaar Marianne ligt te slapen, haar onderlichaam is blootgewoeld. Met een moeilijk gezicht wordt ze wakker en krimpt ineen. Ze legt haar hand op haar kruis, kijkt vermoeid, en in de volgende beelden zit ze voor het hardvuur aan een tafel. Achter haar staat het dienstmeisje zwijgend te scheppen in een bak boven het vuur. Een paar minuten later reikt ze de warme kersenpitten in een doek aan. ‘Hier, deze blijven lang warm.’ Marianne legt ze tegen haar onderbuik.

Er gebeurt nauwelijks iets, en toch is het alles. Elke vrouw kent dit, heeft dit geregeld of zelfs maandelijks; de trekkende pijn, zeurend tot in het bot van je stuitje, van net ongesteld worden. En nooit zie je het in een film. Deze scène is even intiem als vanzelfsprekend; de onderlinge hulp, het lijden, de warme pitten tegen je baarmoeder, zijn precies zo onnadrukkelijk als iedere vrouw haar ongesteldheid draagt. Het ongeziene wordt zichtbaar gemaakt.

La jeune fille en feu is een ode aan wat vrouwen zien, aan kijken en portretkunst. Wanneer zien we elkaar echt, wanneer gaan de maskers af, en wat vergt het van de geportretteerde én van de kunstenaar om een waarachtig portret te maken?

Hans Holbein de Jongere, Christina van Denemarken, 1538 Beeld National Gallery Londen

Als je in een museum bent, kun je proberen te raden wat de gezichten op de schilderijen ‘zeggen’. Soms denk je steeds dichter bij het karakter van de afgebeelde persoon te komen. Neem het beroemde meisje van Petrus Christus uit 1470 met haar hoge zwarte hoed, opgeschoren voorhoofd en een uitdrukking die, tja, uit de hoogte is? Houd ze ons op afstand? Is het subtiel verborgen tienerangst, met dat gedraaide koppie waardoor ze uit haar ooghoeken naar ons kijkt? Of is ze verveeld, niet geïnteresseerd in de persoon voor wie dit portret bedoeld is, en is haar uitdrukking dus een daad van verzet tegen een aankomend huwelijk? Hoe dan ook vermoed je een wereld achter dat gezicht.

Van schilders werd verwacht dat zij iemand in zijn volle karakter weergaven. Henry VII van Engeland liet vrouwen portretteren voor hij ze ooit had gezien, en besloot dan of ze de moeite van het trouwen waard waren. In 1505 stuurde hij ambassadeurs naar Spanje om het uiterlijk van Johanna, koningin van Napels, tot in detail te beschrijven, en ‘zo dicht bij haar gezicht te komen dat je kunt ruiken of haar adem zoet is’. Ze moesten een schilder zoeken die haar kon portretteren ‘die zo dicht bij haar kon komen als mogelijk is’. Zijn opvolger Henry VIII liet om dezelfde redenen de 16-jarige Christina van Denemarken portretteren door Hans Holbein, vlak nadat zijn vrouw Jane Seymour in het kraambed was gestorven. Toen hij het portret zag, was hij ‘zo verheugd dat hij sindsdien een veel beter humeur had dan ooit, en de hele dag muzikanten liet spelen op hun instrumenten.’

Er zijn ruzies geweest, huwelijken afgewezen, vriendschappen verloren en carrières verwoest om de al dan niet kloppende gelijkenis in een portret. Je kunt het vermoeden in een museum, maar zelden werd het zo invoelbaar gemaakt als in Portrait de la jeune fille en feu.

Rafael, La Donna Velata, 1514-15, Beeld Wikipedia / Palazzo Pitti Florence

De kunstenaar die de opdracht krijgt om Héloïse te portretteren voor een aanstaand huwelijk met een Milanese edelman, heeft de grootste moeite door het verdriet en de argwaan van haar zitter te breken. Dat Héloïse überhaupt niet mag weten dat Marianne haar portretteert, zegt genoeg. De weerstand breekt langzaam en vergt van beiden veel. Als Héloïse eindelijk het portret te zien krijgt, raakt ze de kunstenaar in haar hart: ‘Dat het ver van mij staat begrijp ik, maar dat het ver van u staat is onvergeeflijk.’ Die vernietiging was nodig, pas daarna begint het kijken echt. Dan pas zien ze de details in elkaars gezichten, pas dan schieten ze vrij in de lach bij een potje kaart. Kijken is deels toe-eigenen, en je eraan overgeven toegeëigend te worden.

Als Héloïse hoort dat vrouwelijke kunstenaars geen mannelijk naakt mogen schilderen naar levend model, zegt Marianne: dat is zodat we de belangrijkste opdrachten niet kunnen krijgen. Het antwoord op deze frustratie komt als Marianne een abortus ziet en weergeeft in een schilderij.

Ze heeft haar rol gevonden; het ongeziene zichtbaar maken. Als de vrouwen – Marianne , Héloïse en een betoverend dienstmeisje dat zo uit een schilderij van Georges de la Tour lijkt weggelopen – volledig ontwapend zijn, kan Marianne opnieuw een portret maken. Wat volgt is een ongetemd, intiem beeld van een een relatie tussen vrouwen die weten dat wat ze van elkaar zien tijdelijk is. En dat het portret, hoe waarachtig ook, ook een gestolde weergave van die ontwapening is. Probeer dan nog maar eens naar een Mona Lisa te kijken, of naar Rafaëls La Velata, of Petrus Christus’ meisje, zonder je af te vragen; wat heeft dit gevergd, van haar, én van de kunstenaar? En wat hadden we kunnen zien als er meer vrouwelijke kunstenaars waren geweest en gekoesterd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden