pop

JAWEL: EEN VOLTREFFER..

****

Ice Cube: Laugh Now, Cry Later. Lench Mob/EMI.

De laatste jaren heeft Ice Cube zich vooral gemanifesteerd als Hollywood-acteur. Als rapper hebben we sinds zijn laatste album War & Peace Vol. 2 (2000) nog maar sporadisch van hem vernomen. Met Laugh Now, Cry Later keert Ice Cube (37) terug aan het front (op zijn eigen label Lench Mob) en jawel: een voltreffer. Voortgestuwd door rake, droge beats geeft hij verrassend bevlogen en scherp commentaar op de staat van de hiphop en zijn eigen plek daarin, maar vooral ook op de situatie in zijn buurt, zijn stad en zijn land. Tracks als Why We Thugs en The Nigga Trap zijn ouderwets strijdbaar en voeren je soms even terug naar de gloriedagen van N.W.A., de legendarische crew die Ice Cube in 1986 met Eazy-E oprichtte.

Growin’ Up blikt haast nostalgisch terug op die tijd, een zachtmoedig tussendoortje op een plaat die bewijst dat Ice Cube onverminderd een nigga with attitude is, en een van de meest begaafde woordvoerders van zwart Amerika die de hiphop voortbracht.

ONBESTEMD HIPHOPPAPJE

**

Nelly Furtado: Loose. Geffen/Universal.

Voor beklijvende popmuziek moet je doorgaans niet in de hitlijsten zijn, maar soms is er ineens een fenomeen als The Neptunes of een artiest die net iets pittiger en beter geschreven popsingles heeft dan de rest, zoals de Sugababes of Nelly Furtado.

Haar eerste twee platen, Whoa, Nelly! (2000) en Folklore (2003), waren verraderlijk leuk, maar op Loose is de charme er helaas af. Furtado is gekoppeld aan producer Timbaland, wat een nogal onbestemd hiphoppapje heeft opgeleverd. Nergens wordt het niveau bereikt dat Timbaland met zijn protégé Missy Elliott wel haalt, terwijl Furtado zich met het richtingloze No Hay Igual nadrukkelijk richt op het Spaanstalige publiek dat ook door Shakira bediend wordt.

Met Loose verdwijnt Nelly Furtado in de grauwe meute van de hitlijstenpop, de sterke single Maneater ten spijt.

TE VEEL EN TE LANG BIJ BLACK

**

Frank Black: Fast Man Raider Man. Cooking Vinyl/Bertus.

De laatste jaren was Frank Black op reünietournee met zijn oude bandje The Pixies, een van de meest opwindende Amerikaanse gitaarbands, maar fans die hopen dat hij het undergroundvirus weer te pakken heeft, worden door de soloartiest Black flink teleurgesteld.

Zijn platen zijn allengs conventioneler gaan klinken en Fast Man Raider Man, een 27 songs tellende dubbel-cd, zet die trend voort. Songs als Dirty Old Town of Raider Man: het is vaak pure americana, soms goed en geïnspireerd, soms ook gezapig. Af en toe rockt hij (in Elijah op zijn Costello’s, in Where The Wind Is Going op zijn Lou Reed’s), terwijl hij op andere momenten neigt naar Willard Grant Conspiracy.

Scherpgerande indie wíl Frank Black domweg niet meer maken, maar dat laat onverlet dat dit geen geslaagd project is. Het is te veel, het duurt te lang en er springen te weinig liedjes uit. Je kunt van Fast Man Raider Man best een cd met twaalf goede songs samenstellen, maar dat is het nou juist: dat had Frank Black zélf moeten doen.

FLUISTERZACHTE JUWEELTJES

****

Thomas Dybdahl: One Day You’ll Dance For Me, New York City. CCAP/Bertus.

De Noor Thomas Dybdahl bouwt in Nederland langzaam maar zeker een aanhang op. Zijn platen bereiken ons steevast met enkele jaren vertraging. Ook nu weer: One Day You’ll Dance For Me, New York City verscheen in Noorwegen al in 2004.

Dybdahl maakt verstilde, ontroerende, vaak fluisterzachte juweeltjes. Op dit derde album doet hij meer dan eens denken aan Antony & The Johnsons, maar ook liefhebbers van Ron Sexsmith, Ed Harcourt en Denison Witmer kunnen Dybdahls platen blind aanschaffen.

Menno Pot

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden