Pop

* *..

Gijsbert Kamer

Robbie Williams: Reality Killed The Video Star. EMI.

Voor een artiest met de status van Robbie Williams is drie jaar pauze tussen twee albums niet heel veel. Toch heet Reality Killed The Video Star een comebackplaat te zijn. Waarschijnlijk wordt hiermee vooral bedoeld dat we de commerciële en artistieke miskleun die Rudebox was, maar snel moeten vergeten.

Een gelukkige keuze is in elk geval producer Trevor Horn geweest. Zijn grootste successen liggen in de jaren tachtig (ABC, Frankie Goes To Hollywood), maar hij geeft aan de plaat een coherent geluid mee, wat aan het recente Williams-werk ontbrak.

De ruimhartige strijkersarrangementen doen de plaat aangenaam, zij het wat zoet, klinken. Maar wat Williams ook hier weer niet op orde heeft, is zijn repertoirekeuze. Het ontbreekt opnieuw aan die ene onontkoombare hit. Single Bodies is een merkwaardige hybride tussen electro en pop, en voor het overige klinkt de plaat vooral als Robbie Williams die zichzelf imiteert zonder goede liedjes op zak.

Slappe composities en soms rampzalig infantiele teksten –‘The Egyptians built their pyramids/ The Romans did what they did’ – wekken de indruk dat Williams nog een lange weg te gaan heeft.

Gewoner dan het debuut
* * *

A Place To Bury Strangers: Exploding Head. Mute/PIAS.

Met hun titelloze debuutalbum uit 2007 vestigde het Amerikaanse A Place To Bury Strangers zich in een klap als belangrijkste naam binnen de nieuwe lichting shoegazers.

Exploding Head is vooral een stapje terug. Waar op het debuut de melodielijnen vaak moeizaam door het woud van overstuurde gitaarnoise tevoorschijn kwamen, staat nu het liedje vaak centraal.

Exploding Head klinkt wat gewoner dan het debuut. Het onheilspellende is verdwenen. A Place To Bury Strangers is meer een liedjes- dan een noise-band geworden. Best een goede wel, die hopelijk eind deze maand op de Nederlandse podia nog wel net zo tekeer gaat als voorheen.

Geen zwakke broeder bij El Pino
* * * *

El Pino & The Volunteers: The Long-lost Art Of Becoming Invisible. Excelsior/V2.

Bezetting en sound: alles lijkt veranderd aan El Pino & The Volunteers. Harm Goslink Kuiper, die met zijn banjo bepalend was voor het typische americana-geluid van het debuut Molten City (2006), heeft de band verlaten. Hierdoor is het accent verschoven van country naar pop, maar dan wel prachtige meerstemmige luisterpop.

Gebleven is de zorg voor details in de arrangementen. Het is echt prachtig hoe producer Reyn Ouwehand alles doet samenvallen. David Pino’s wat omfloerste zang wordt door de fraaie instrumentaties knap naar boven getild. De drie liedjes waarmee de plaat opent, behoren tot de mooiste Nederlandse liedjes van het jaar. Dat niveau houden ze net niet vast, maar er staat geen zwakke broeder tussen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden