Pop

* * * *..

Menno Pot

Yeasayer: Odd Blood. Mute/PIAS.

Waar Vampire Weekend zijn eigen muziek ooit omschreef met de woorden ‘Upper West Side Soweto’ noemde Yeasayer het eigen bandgeluid ‘Middle Eastern psych-snap-gospel’. Indiepop (die van Yeasayer wat trippier dan die van Vampire Weekend) met een uitheemse hartslag, daar staan de twee bands uit het New Yorkse stadsdeel Brooklyn om bekend.

Van beide groepen is nu de opvolger van een sterk debuut te koop en het moet gezegd: Yeasayers Odd Blood is aanbevelenswaardiger dan Contra van Vampire Weekend. Yeasayers tweede is een sprankelende popplaat, een zelfbewuste stap vooruit ten opzichte van All Hour Cymbals (2007).

Eclectische multicultipop van een verrukkelijk soort, dat biedt Odd Blood. Yeasayer heeft zich muzikaal vernieuwd, en daarnaast ook betere liedjes geschreven.

Beste Massive Attack in 12 jaar
* * *

Massive Attack: Heligoland. Virgin EMI.

Dat het vijfde Massive Attack-studioalbum Heligoland het beste in twaalf jaar is, is niet zo’n spectaculaire constatering. Na het meesterlijke Mezzanine (1998) verschenen één afstandelijke studioplaat (100th Window uit 2003) en een zwak tussendoortje: een soundtrack bij de film Danny The Dog (2004). Beide albums waren feitelijk soloprojecten van Robert ‘3D’ Del Naja, die het spoor bijster leek te zijn.

De terugkeer van Grant ‘Daddy G’ Marshall heeft Massive Attack goed gedaan, zo blijkt op Heligoland. Het geluid is eindelijk weer warm en soulvol, in plaats van lusteloos en kil. De stukken nemen vaker de vorm van een song aan. Iets van de oude glorie is hersteld, al worden Mezzanine-climaxen niet bereikt.

De soul van Heligoland is zeker ook deels te danken aan de vocale gastbijdragen van onder meer Martina Topley-Bird (die ook meegaat op tournee) in het prachtige Babel, en Elbow-frontman Guy Garvey in het broeierige Flat Of The Blade.

Scott-Herons roestige braam
* * *

Gil Scott-Heron: I’m New Here. XL/V2.

Het mag een wonder heten: een nieuw album van Gil Scott-Heron, de 60-jarige bluespoëet en ‘godfather of rap’, die een flink deel van het voorbije decennium in afkickcentra en gevangenissen doorbracht.

Richard Russell, platenbaas van indielabel XL Recordings, voorziet Scott-Herons voordrachten op I’m New Here van een onnadrukkelijk muzikaal, meestal elektronisch fundament, terwijl Scott-Heron voordraagt, rapt en zingt. Hij zingt met een roestige braam op de stembanden covers van Robert Johnson (Me And The Devil) en Bobby Bland (I’ll Take Care Of You), hoest een stuk rudimentaire blues op (New York Is Killing Me) en zet er na welgeteld 28 minuten een punt achter.

Mooi? Dat is het juiste woord niet. Rauw en indrukwekkend? Vaak. Saai is deze plaat, waarop Scott-Heron met grove streken zijn leven schetst, in elk geval geen moment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden