pop

TINTELENDE LIEDJES..

Gijsbert Kamer

Voordat de Amerikaanse Joan Wasser als Joan As Police Woman een eigen plaat zou maken, speelde ze samen met Lou Reed, Rufus Wainwright en Antony & The Johnsons. Haar instrument was viool, maar de liedjes op haar debuutalbum Real Life lijken vooral geschreven aan de piano. Een smaakvol strijkje siert de meeste liedjes op, maar wat vooral overtuigt is de mooie zachte stem van Wasser.

De liedjes herbergen de klasse van de vroege Tori Amos, maar klinken gemoedelijker. Haar imposante adresboekje is haar goed van pas gekomen, want het prijsnummer van de plaat, I Defy, kent een glansrol voor Antony, terwijl elders de hier nogal miskende Joseph Arthur de tweede stem heeft.

Hoe mooi sluimerend Joan Wasser ook zingt, en hoe tintelend de liedjes ook zijn, vooral wanneer iemand haar met een instrument of stem te hulp schiet raak je betoverd.

KRAMPACHTIG EN OVERDADIG

**Keane: Under The Iron Sea. Island/Universal.

Op het ook in Nederland immens succesvolle Hopes And Fears lag pathos en overdaad in veel nummers op de loer, maar overheerste het warme pianogeluid van Tim Rice-Oxley. In combinatie met de bijna aandoenlijk jammerende stem van Tom Chaplin kreeg Keane zo een geluid dat refereerde aan de ballads van Coldplay maar genoeg melodisch vernuft herbergde om op zichzelf te kunnen staan.

Alles aan het tweede Keane-album klinkt echter krampachtig en overdadig. Het geluid is veel te vol. Prima als je geen gitaren wilt gebruiken, maar laat de elektronica in Is It Any Wonder dan ook geen gitaarsolo simuleren.

Waar voorheen de zwaarmoedige ondertoon teniet werd gedaan door een jubelend pianoloopje zit alles nu muurvast. De plaat sprankelt een enkele keer, in het liedje Crystal Ball, maar de andere nummers ontberen spontaniteit, terwijl ook de stem van Chaplin vooral anoniemer is gaan klinken.

AUTHENTICITEIT VERLOREN

***The Futureheads: News And Tributes. 679/Warner Music.

Ook de Britse Futureheads gingen bijna ten onder aan de misvatting dat je op een tweede plaat vooruitgang boekt door de songs voller en langer te maken. Hun titelloze debuut van twee jaar geleden verwees net als de platen van Franz Ferdinand en Maxïmo Park terug naar de rauwe hoekige punkfunk van begin jaren tachtig. Ook zij hielden het klankbeeld simpel met bas, gitaar en drums, maar speelden met een uitgekiend raffinement.

Nu klinken de songs minder hectisch, zijn ze ontdaan van de scherpe, hoekige ritmiek, en daarmee ook van hun authenticiteit. Het is voller en ruimtelijker, maar The Futureheads grijpen je niet meer bij de lurven, ze maken degelijke gitaarpop. Dat doen er meer. Na de geweldige live-optredens op Lowlands en London Calling is dit toch een teleurstelling.

GROOT VAKMANSCHAP

****Midlake: The Trials Of Van Occupanther. Bella Union/V2.

Nooit gedacht dat de countryrock van de Eagles en Poco weer hip zou worden, en zeker niet dat die muzikanten zou inspireren tot zulke prachtige liedjes als die op de tweede plaat van het Amerikaanse Midlake.

Voorheen klonk Midlake nog als het wat minder begaafde broertje van Mercury Rev of de Flaming Lips. Elektronica en psychedelische gitaren hebben nu plaatsgemaakt voor elektrische piano, en composities en zang ademen de sfeer uit van de vroege jaren zeventig. Toch klinkt Midlake nergens oubollig of retro. Midlake haalt zijn inspiratie nu eens niet uit de jaren zestig of tachtig, en dat is even wennen, maar de schoonheid van de composities verraden een groot vakmanschap. Liedjes als Roscoe en vooral Young Bride werken na een eerste beluistering al verslavend.

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden