pop

OOST-EUROPESE INVLOEDEN..

Gijsbert Kamer

*****

Beirut: Gulag Orkestar. Bada Bing Records/Konkurrent.

Negentien jaar is hij pas, Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico. Met een stel vrienden nam hij eind vorig jaar onder de naam Beirut een plaat op die tot de wonderlijkste van het jaar kan worden gerekend. Condon schrijft en zingt in de traditie van indie-gitaarbands als Clap Your Hands Say Yeah en Arcade Fire, ook zijn stem doet een beetje denken aan die van David Byrne, maar wat Gulag Orkestar tot zo’n krankjorem geheel maakt zijn de blazers en andere orkestrale arrangementen die regelrecht uit de Balkan afkomstig lijken.

Alsof Goran Bregovic met zijn orkest Condon begeleiden, en niet het stel Amerikaanse vrienden dat op de hoes bedankt wordt. Tussen de bedankjes treffen we ook de namen van The Kocani Orkestar en ‘alle Balkan brass bands’ aan. Maar het aardige van Beirut is dat het nergens puristisch wordt, en altijd meer als rock ’n’ roll klinkt dan als ‘wereldmuziek’.

Condon speelt met Oost-Europese invloeden zonder er de spot mee te drijven. En door het geluid van de fanfare heen sijpelen een stel meesterlijke popliedjes, zoals Postcards From Italy.

GEEN ECHT GOEDE SONGS

*****

Primal Scream: Riot City Blues. Sony/BMG.

Na een paar steeds extremer klinkende platen vol elektronische experimenten is Primal Scream weer terug bij waar ze in 1994 waren: dampende rock ’n’ roll met als grote voorbeeld de Rolling Stones circa 1972.

Best leuk, en een stuk toegankelijker dan hun laatste plaat Evil Heat uit 2002. En ja, je kunt zonder overdrijving vaststellen dat Riot City Blues urgenter klinkt dan de Stones zelf op hun laatste pakweg tien platen. Maar los van de ijzersterke single Country Girl ontbreekt het Primal Scream ook nu weer aan genoeg echt goede songs. Dat konden ze op vorige platen nog verhullen met een stel wonderlijke exercities in geluid van gitarist/producer Kevin Shields. Maar met zijn vertrek is ook al het avontuur uit de band verdwenen.

Rockt lekker dit Primal Scream, dat wel.

ZOMERSE DANSPOP

*****

Camera Obscura: Let’s Get Out Of This Country. Elefant/Konkurrent.

Camera Obscura komt uit Glasgow, maar kon in eigen land geen platencontract krijgen, zodat ook hun derde album op een Spaans label verschijnt. Vreemd, want voor een band die zich tot de beschermelingen van Belle And Sebastians Stuart Murdoch mag rekenen, zou je verwachten dat in Schotland de deuren van de platenmaatschappijen worden opengezet.

Misschien leek de zoete, melancholische pop van Camera Obscura ook wel te veel op die van Belle And Sebastian; in elk geval bleef een doorbraak tot nu toe uit. Hun derde cd Let’s Get Out Of This Country is hun beste. Zangeres Tracyanne Campbell is veel voller en overtuigender gaan zingen en de sixties-associaties die haar stem oproept, worden versterkt door de grootse, met strijkers aangedikte productie.

Het schuchtere van voorheen heeft de band van zich afgeworpen. Blijft zeer aanstekelijke zomerse danspop over.

GENADELOZE REVANCHE

*****

Diverse Artiesten: Soul Gospel Vol. 2. Soul Jazz/Munich.

Het eerste deel in de Soul Gospel-reeks was een wat mindere compilatie. De keuzes waren te voor de hand liggend, en van echte gospel was nauwelijks sprake. Soul Gospel Vol. 2 is een genadeloze revanche.

Twintig dampende, met godsvrucht doordrenkte soulnummers van bekende (The Staple Singers) en onbekende (Pastor T.L. Barrett) artiesten vormen dit keer wel een eenheid. De liedjes zijn vaak bekend, maar gekozen is steevast voor een andere, minder bekende uitvoering dan de hitversie.

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden