pop

PEPPERS ZONDER KIPPENVEL..

Achtentwintig nummers verdeeld over twee cd's van elk een dik uur: gemakzuchtig kun je de Red Hot Chili Peppers niet noemen. En Stadium Arcadium overtuigt, in die zin dat de plaat anders dan de meeste dubbelaars niet inzakt. Elegante ballads, feestelijke funkrock en voorzichtige rockers wisselen elkaar af en klinken zoals we dat van vooral de laatste twee Peppers-platen gewend zijn.

Waarmee tegelijkertijd ook de zwakte van dit overdadige album is aangegeven: verrassen doet het nergens. Geen enkel kippenvelmoment en nergens even wat explosiviteit.

Niet dat er veel mis is met de songs. Ze klinken goed, en zijn door Rick Rubin helder en droog opgenomen. En telkens wanneer zanger Anthony Kiedis iets te behaaglijk gaat klinken, is daar het tegenwicht van gitarist John Frusciante. Het had echter allemaal wel wat meer mogen wringen. Er valt behalve de monsterlijke titel weinig op Stadium Arcadium aan te merken, maar geen moment wordt de zeggingskracht van bijvoorbeeld Californication geëvenaard.

KOUDE RILLINGEN

**** Ghostface Killah: Fishscale. Def Jam/Universal.

Een hiphopalbum dat van begin tot het einde boeiend en opwindend blijft, hebben we uitgezonderd Opgezwolles Eigen Wereld lang niet meer mogen verwelkomen, en al helemaal niet meer uit de hoek van de Wu-Tang Clan. Maar Ghostface Killah, van alle Wu-Tang rappers toch al de meest constante, verbijstert nu toch met Fishscale. Niet alleen zijn verbeten raps, maar zeker ook de soulvolle, rake productie en meesterlijke samples doen je van de ene in de andere verbazing vallen.

Ghostface Killah brengt met hulp van gasten veel variatie aan in de sound, en zorgt met Ne-Yo in het soulnummer Back Like That zelfs voor koude rillingen. Rauw maar altijd gecontroleerd, donker, maar niet morbide en zwoel zonder ranzig te worden: Ghostface Killah voert ons terug naar minstens tien jaar geleden toen hiphop in het algemeen en de Wu-Tang Clan in het bijzonder toonaagevend was in de popcultuur.

VERMAKELIJKE ROCK 'N' ROLL

*** Dirty Pretty Things: Waterloo To Anywhere. Vertigo/Universal.

Na het Babyshambles-debacle vorige week in het Amsterdamse Paradiso, kan worden vastgesteld dat er van voormalig Libertine Pete Doherty niets anders meer te verwachten valt dan een deerniswekkend bestaan als troeteljunk. Maar hoe staat het met zijn gewezen boezemvriend en mede-Libertine Carl Barât? Hij was vorige maand met zijn nieuwe band Dirty Pretty Things te gast op London Calling in datzelfde Paradiso, en maakte heel vermakelijke rock 'n' roll. Deze sympathieke indruk laat nu ook het debuutalbum na. Gruizige, rudimentaire gitaarliedjes, niet al te fraai gezongen door Barât, maar ook weer niet zo gewild vals als Doherty dat pleegt te doen. Een enkel liedje, Bang Bang You're Dead kan zich zelfs meten met het beste van The Libertines. Maar de hoop dat Carl en Pete het zonder elkaar ook kunnen rooien, lijkt steeds meer een utopie te worden.

ZINGEN OVER DE DOOD

**** Diverse Artiesten: Dead! The Grim Reaper's Greatest Hits. Ace/Munich

Wat een meesterlijk idee van het Britse Ace-label om de mooiste popsingles over de dood achter elkaar te zetten. Vooral ook omdat vaak gekozen is voor tragikomische vertellingen, zodat het nooit echt zwaarmoedig gaat klinken. Veel bekende hits als Jan & Deans Dead Man's Curve uit 1964, maar ook Dickey Lee's Patches uit 1962. Mooi ook die Morrissey-favoriet uit 1964, en het relaas van Jack Kittel als seriemoordenaar in Leon Paynes Psycho uit 1974, fraai door Elvis Costello vertolkt. Het levert al met al een wonderlijk geheel op dat smeekt om een Nederlands equivalent. Iets voor Vic van de Reijt wellicht?

Gijsbert Kamer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden