Pop

* * * * Drake: Thank Me Later. Cash Money/Universal...

Gijsbert Kamer

De nieuwste hiphopster komt niet uit de Verenigde Staten maar uit Canada. Drake is de naam van deze beschermeling van onder meer Lil’ Wayne. 23 jaar oud, geboren Aubrey Graham. Drake genoot al enige bekendheid als acteur en stond op het podium met onder anderen Eminem.

Op het albumdebuut Thank Me Later bewijst Drake dat hij dergelijke grote namen eigenlijk niet nodig heeft. Niet dat Drake een weergaloos rapper is, zijn wat zalvende stem leent zich beter voor het wat meer zwijmelende half gezongen werk. Maar hij heeft wel precies de juiste, sobere maar warme sound bij zijn nummers gevonden. Nummers die het midden houden tussen r & b en hiphop en waarin hij niet zelden nuttige hulp krijgt van grootheden als Alicia Keys en Jay-Z.

Een zoemend keyboard en een gortdroog afgestelde syndrum, meer heeft Drake als begeleiding niet nodig. Aanstaande woensdag is in Paradiso vast te stellen of Drake live net zo weet te overtuigen als op dit verrassend sterke albumdebuut.

Veel wilder dan de meeste retrosoul
* * * Kings Go Forth: The Outsiders Are Back. Luaka Bop/Bertus.

Wie het openingsnummer One Day van het debuutalbum van de Kings Go Forth uit Milwaukee opzet, zal denken met een zojuist gedolven schat uit een vergeten soularchief van doen te hebben. Het klinkt als een vervolg op Curtis Mayfields Move On Up, met een zanger, Black Wolf, die nogal hysterisch van leer trekt. Maar het is net als de rest van het album helemaal nieuw, ook al is het de sound van soulmuziek op het breukvlak van de jaren zestig en zeventig die deze tienmansformatie zo dierbaar blijkt.

Meest opvallend zijn de drumpartijen van Jeremy Kuzniar die het geluid veel wilder maken dan dat op veel andere hedendaagse retrosoulplaten. Kings Go Forth klinken rauwer dan Eli ‘Paperboy’ Reed en Sharon Jones, maar ze schieten hun doel een enkele keer ook voorbij. Veel nummers moeten het te veel van sfeer en enthousiaste inzet hebben. Het blijft allemaal wat rommelig. Een net wat preciezer uitgewerkt liedje zou wonderen kunnen doen.

Marc Almond mag meer sleazy klinken
* * * Marc Almond: Varieté. Cherry Red.

De eerste plaat van Marc Almond met nieuw werk sinds zijn zware motorongeluk in 2004, is een van zijn betere in de laatste decennia. De toonzetting is veelal akoestisch en neigt naar vaudeville en music hall, zoals dat in het verleden al het geval was op platen als Mother Fist. Almond lijkt ook in zijn teksten terug te blikken op zijn loopbaan, die begin jaren tachtig met Soft Cell begon.

Naar verluidt is dit ook zijn laatste plaat met nieuwe eigen liedjes, waarvan er een toepasselijk Swan Song heet. Een mooi, sfeervol album, maar het had allemaal wel wat broeieriger mogen klinken. Het wat meer sleazy aspect van zijn beste werk ontbreekt hier.

Gijsbert Kamer

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden