Ter redactie Ontmoeting met dr. Brian May

Popjournalist Menno Pot hoefde gelukkig niet over Queen te praten met Queen-gitarist Brian May

Stel, een astrofysicus schrijft een boek. Wie stuur je daar op af voor een interview? Muziekjournalist Menno Pot lijkt misschien niet de meest logische keus. Behalve als die astrofysicus rocklegende en Queen-gitarist Brian May is natuurlijk.

Brian May op het podium in 1982. Beeld WireImage

Gelukkig hoefde Menno Pot niet over Queen te praten met Brian May. Dan had hij misschien moeten vertellen wat hij van de muziek vond en dat was vrij ongemakkelijk geweest. Maar Pot was in Londen om de rocklegende te bevragen over iets heel anders, namelijk zijn nieuwe boek: Race naar de maan 3D. Over de eerste bemande ruimtereizen. Brian May is behalve wereldster namelijk ook doctor in de astrofysica.

‘May vroeg nog wel of ik een science journalist was.’ Hoewel dat niet het geval is, verzekerde Pot hem dat ze het over het boek zouden hebben. ‘Toen maakte hij ook een soort gebaar van: ah, gelukkig maar. Niet weer eentje die stiekem toch iets over Bohemian Rhapsody komt vragen.’

Lees hier het interview met Brian May. ‘Ik vond mezelf als wetenschapper een totale prutser.’

Dit is een man die zó vaak is geïnterviewd in zijn leven. Hoe bereid je je daar op voor?

‘Nou, ik kijk altijd even op YouTube hoe iemand praat. Is dat soepel, heeft hij leuke anekdotes, is hij geneigd om lang het woord te nemen? Met muzikanten is het niet gegarandeerd dat iemand eloquent en spraakzaam is. Soms komt er ook echt niets uit.

‘Van Brian May had ik in de gaten dat het een vriendelijke, welwillende man is. Maar hij krijgt altijd weer dezelfde vragen over Freddie Mercury, waar hij dan altijd weer dezelfde politiek correcte antwoorden op moet geven. Ik ging er nu vanuit dat hij het leuk zou vinden om over dit heel andere onderwerp te praten.’

En dat bleek het geval. ‘Ik had de Nederlandse uitgave meegenomen. Die bekeek hij uitvoerig en was er helemaal vol van. En dat voor zo’n man van 72 die alles heeft meegemaakt. Dat vond ik heel schattig.’

In eerste instantie zou George van Hal, wetenschapsredacteur gespecialiseerd in sterrenkunde, het interview doen. Maar net voor het interview werd zijn dochter geboren. Chef Wetenschap Tonie Mudde besloot het over een andere boeg te gooien en stuurde de popjournalist.

Pot had als kind wel een fascinatie voor ruimtereizen: grootse avonturen voor een klein jongetje. Maar hij koos als student voor culturele studies en niet voor astrofysica. Dat merkte hij wel toen hij ter voorbereiding op het interview de wetenschappelijke artikelen van May even wilde doornemen.

Je kreeg het bij het lezen van zijn proefschrift ineens Spaans benauwd, schreef je.

‘Heb je ernaar gekeken? Je zou het voor de gein eens moeten zien.’

Ik zag de titel en dacht: dit wordt ‘m niet.

‘Ja, niet te doen. Ik heb gelijk tegen hem gezegd dat ik geen wetenschappelijk kennis heb. Hij moest het dus  uitleggen aan een dummy, wat hij graag deed. Voor het verhaal waarmee ik terugkwam, was dat alleen maar leuk.’

Pot is geen wetenschapper, soit. Frappanter: Pot is ook absoluut geen Queen-fan. ‘Begin jaren negentig was ik 15, 16, de leeftijd dat je smaak gestalte krijgt. En ik was van de alternatieve rockmuziek. Nirvana, grunge, Sonic Youth. Op die leeftijd is dat ook een heel politieke keuze. Het is je bloedgroep, je geloof.

‘Queen, Guns ‘n Roses, Aerosmith: die stadionrockbands waren voor mij het allerergste. Die waren echt ‘fout in de oorlog’, bij wijze van spreken.’ Hij lacht. ‘Pure vijandschap voelde ik daar tegen. Later ben ik gaan inzien dat Queen wel bijzonder is, maar ik zet het nooit op.’

Dit heb je niet aan Brian May verteld, denk ik?

‘Nee. Het kwam ook niet ter sprake hoor.’

Zou je dat wel gedaan hebben als hij had gevraagd wat je van zijn muziek vond?

‘Dat ik op zich geen Queen-fan ben, zou ik wel gezegd hebben. Maar ik zou misschien iets minder in detail treden dan ik nu tegen jou doe.’

Dat ‘fout in de oorlog’, dat zou je achterwege laten.

Een lach. ‘Daar zou ik voor waken, want daar verpest je ook je eigen interview mee. Maar ik ga niet doen alsof ik een liefhebber ben.’

Is het belangrijk in interviews dat je oprecht bent?

‘Oprecht zijn is altijd belangrijk, of het nou wel of niet in een interview is. Ik geloof niet in iets anders dan dat. Maar je komt natuurlijk ook voor een mooi verhaal. Dus je moet in de gaten houden wat je precies wilt. 

‘Zeggen dat je het niets vindt, kan af en toe heel goed werken om een gesprek op gang te helpen. Maar meestal houd ik een zekere distantie in acht. Het doet er niet toe wat ik vind. Zo iemand moet ervan uit kunnen gaan dat je daar zit uit oprechte belangstelling.’

Heb je wel altijd oprechte belangstelling?

‘Ja. Als ik geen belangstelling heb, ga ik niet. Ik denk dat ze het anders ook voelen: die zit hier alleen zijn kunstje af te draaien. Elke artiest, ook een vervelende, verdient beter dan dat.’

In zijn stuk beschrijft Pot hoe Brian May in zijn jeugd begon met 3D plaatjes uit de Victoriaanse tijd te verzamelen en ook al vroeg een fascinatie voor ruimtevaart had. Later studeerde May cum laude af op astrofysica, maar tijdens zijn doctoraal onderzoek slingert het succes van zijn rockbandje zijn leven in een andere koers.

Toch is May de sterren niet vergeten en na zijn zestigste komen al zijn fascinaties bij elkaar, alsof het zo had moeten zijn. Pots verhaal verbindt Mays jeugd, zijn motivaties, zelfs Mays onzekerheden: de rocklegende heeft nog steeds last van het ‘oplichterssyndroom’. May, in het interview: ‘Altijd die sluimerende angst dat mensen er doorheen zullen prikken. Straks ontdekt iedereen dat het allemaal niets voorstelt.’

Het is een heel rijk verhaal. Hoeveel tijd had je met hem?

‘Een half uurtje.’

En dan zijn jullie toch op die diepere laag en die onzekerheden gekomen?

‘Als ervaren popjournalist heb je aan een half uur genoeg. Je moet wel, want je krijgt zelden meer tijd. Ik ben niet anders gewend dan dat een half uur standaard is, en drie kwartier echt een cadeautje. Ik merk trouwens dat als ik met iemand onbeperkt de tijd heb en de opname achteraf beluister, al het interessante eigenlijk in het eerste half uur zit. Zo zijn wij afgericht.’

Waarom is dat standaard in de muziekwereld, zo’n half uurtje?

‘Persdagen van grote, internationale muzikanten zijn helemaal dichtgetimmerd met interviews. Het zijn meestal grote platenlabels die erachter zitten, zoals Universal, Warner of Sony, met grote kantoren in New York en Londen en kleinere in Europese landen als Nederland. 

‘Die kleinere kantoren krijgen door vanuit New York: je hebt een uur met die artiest, daar moeten drie interviews in, waarvan één tv en twee print – ga het maar regelen. We mogen al in onze handen knijpen dat wij als Nederlandse krant überhaupt in aanmerking komen.’

Je schrijft al lang over muziek, blijft dat interessant voor jou?

‘Als het niet meer boeit, stop ik er acuut mee. En ik wil ook altijd dienstbaar blijven aan waar het werkelijk om te doen is en dat is de muziek. Zodra ik dat niet meer voel, ga ik iets anders doen. Ik heb al een ander onderwerp, dan ga ik me daar op toeleggen.’

Net als May heeft Pot een tweede liefde: hij schrijft al twintig jaar over voetbal. ‘Ik moet er niet aan denken om een van de twee fulltime te doen. Afwisseling, daar blijf ik vrolijk bij.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden