Pop met een krulletje

De band speelt goed in Nijmegen, maar het voelt toch een beetje als ‘correct’.

Pablo Cabenda

Coldplay heeft een net verworven status te consolideren. Sinds het vorig jaar uitgekomen album Viva La Vida Or Death And All His Friends, en grootscheepse marketing is Coldplay gegroeid tot stadionband. Zorgvuldig gekweekt, dat wel, door platenmaatschappij EMI. Maar het is een wankele status, temeer omdat de jongens van Coldplay niet bepaald het prototype zijn van de rockgoden die heersen op duizenden vierkante meters grasveld en met een stuk dijbeen boven de geluidsmonitor hun fans in katwzijm kunnen laten vallen. Voorman Chris Martin vraagt liever beleefd hoe iedereen het maakt, en zegt alleraardigst ‘Dank je wel’ na elk applaus.

Het kan, met zachte kracht het publiek naar je hand zetten. In het Goffertpark in Nijmegen – goed gevuld, niet uitverkocht – is de show naar een minimum teruggebracht. Coldplay wil indruk maken met hun liedjes en de op ritme gesneden video’s dienen alleen ter illustratie.

Na het eerste nummer geeft de regen zich gewonnen en neemt de band het overtuigend over. In Clocks roept Martins tedere falset golvend op het repetitief pianolijntje een milde bedwelming op en met de percussie en strijkers in Viva La Vida straalt de band een uitbundig gevoel van welbehagen uit.

In die twee uitersten is Coldplay op zijn best. Daartussen in grijpt de band wel vaak terug op een idioom dat teveel als een comfortzone en recept is gaan dienen ofwel ‘Uitwaaierende galm en hoe daar een ritme onder te plaatsen’. Lost van Viva is zo’n kandidaat voor stadionklapper. De ingrediënten zijn er: het meezwaai midtempo, de brede akkoorden op kerkorgel: alles om het nummer uit te laten tot groeien tot een hoogmis van publieksparticipatie. En live groeit Lost ook, groter, groots zelfs, maar echt meeslepend wordt het nooit.

Ja, de band speelt uiterst strak en heel goed. Maar bij Coldplay live voelt ‘goed’ bijna aan als synoniem voor correct – het soort waar je een krulletje voor zet. De band maakt nergens grote uitglijers, behalve dan misschien bij een behoorlijk voortsukkelende versie van Yellow. Martin danst uitbundig op de catwalk tot diep in het publiek en doet alles wat je redelijkerwijs van een voorman van een stadionband mag verwachten, maar blijft qua charisma steken op het niveau sympathieke jongen van de postkamer. De bravoure, het lef om je van je sokken te blazen of tot in het diepst van je ziel te raken, ontbreekt. En dat in de wetenschap dat de band hoogstwaarschijnlijk alles heeft gegeven. Sympathiek heet dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden