Postuum

Poolse filmmaker Wajda geloofde altijd in verandering

Andrzej Wajda, die zondag op 90-jarige leeftijd overleed, was een geëngageerde cineast die zijn neorealistische films inzette voor de democratisering van Polen.

Andrzej Wajda (r) ontvangt in 1981 de Palm d'Or uit handen van de Schotse acteur Sean Connery. Beeld null
Andrzej Wajda (r) ontvangt in 1981 de Palm d'Or uit handen van de Schotse acteur Sean Connery.

Soms durfde Andrzej Wajda zichzelf een optimist te noemen. De grote Poolse cineast, die zondag op 90-jarige leeftijd overleed aan longfalen, geloofde immers dat hij met zijn politiek beladen films daadwerkelijk iets kon veranderen. 'Geloofde ik dat niet, dan zou ik nooit de kracht hebben om zulke films te maken', zei hij in een interview uit 1984.

Uitspreken wat niet gezegd mag worden, onthullen wat verborgen moet blijven, de realiteit achter gebeurtenissen blootleggen: dat is wat een politieke film volgens Wajda moet doen. Een credo waardoor zijn 39 films omvattende oeuvre nooit aan urgentie verloor en een essentiële bijdrage leverde aan de maatschappelijke ontwikkeling van zijn land. 'Zonder Wajda was ik niet de man die nu tegenover u zit', zei Lech Walesa, voormalig leider van vakbeweging Solidariteit en ex-president van Polen, vorig jaar nog tegen de Volkskrant. 'Ik zag al zijn films, ook toen ik nog elektricien was. Wajda's films gaven ons, de arbeiders, hoop en kracht.'

Wajda schilder had schilder willen worden. 'Daarvoor heb je een buitengewoon geloof in jezelf nodig en moet je je aan eenzaamheid kunnen overgeven', zei hij in 1984. 'Daarom werd ik filmmaker. Ik kon nog steeds beelden scheppen, maar dan makkelijker en met mensen om me heen.'

Andrzej Wajda werd op 6 maart 1926 geboren in Suwalki, een stadje vlak bij de grens met Litouwen. In 1955, het jaar waarin hij ook zijn lange loopbaan als theaterregisseur zou aanvangen, debuteerde Wajda met Pokolenie, over een groep jonge verzetsstrijders tijdens WOII. Het eerste deel bovendien van Wajda's legendarische oorlogstrilogie, die werd voltooid met het in Cannes met de juryprijs bekroonde Kanal (1957) en Popiól i diament (1958): barokke, maar zenuwslopend realistische momentopnamen van de bloedige chaos waarin het tussen de nazi's, verzetstrijders en communisten verscheurde Polen van en na WOII verkeerde.

Met zijn Oorlogs-trilogie werd Wajda een van de grondleggers van de Poolse school, een collectief van jonge Poolse filmmakers die zich met hun frisse, door het Italiaanse neorealisme geïnspireerde films afzetten tegen de propagandakost van de gevestigde filmindustrie. De eerste cineasten die de Poolse cinema een eigen, nationale identiteit wilden geven.

Wajda, in 2000 onderscheiden met een ere-Oscar voor zijn oeuvre, bleef de Tweede Wereldoorlog opzoeken in zijn films, al wordt zijn werk vooral geassocieerd met Solidariteit, de vakbeweging waarmee Lech Walesa in de jaren tachtig de macht van de communistische regering brak. Wajda's Czlowiek z marmuru (1977) is zowel het Citizen Kane-achtige portret van een rebellerende metselaar als een epos over de opkomst van de arbeidersbeweging; in het vervolg Czlowiek z owiek z zelaza (1981) zit Wajda nog dichter tegen Solidariteit aan, tot en met scènes waarin Walesa optreedt als zichzelf. Toen de film, hier uitgebracht als De man van ijzer, in Cannes de Gouden Palm won, was dat volgens Wajda ook een politiek statement. 'Die prijs was ook voor Solidariteit', zei hij in een interview uit 2007.

Hierna werd Wajda het maken van speelfilms in eigen land onmogelijk gemaakt. De films die hij vervolgens in het buitenland maakte zoals de mislukte Franse Dostojevski-bewerking Les possédés (1988) waren ook wat de meester zelf betreft niet altijd geslaagd. Wajda moest Poolse grond onder zijn voeten voelen en ook in het buitenland werkte hij vooral voor het Poolse publiek: een kostuumspektakel als Danton (1983), met Gérard Depardieu als Franse-Revolutieheld, draaide Wajda vooral als boodschap aan het Poolse volk al zou hij dat zelf later bij hoog en laag ontkennen.

In 1989, na de val van het communistische regime, keerde Wajda terug in de Poolse filmscene. Nog elf bioscoopfilms zou hij er draaien, waaronder Katyn (2007), over de door de Sovjets gepleegde slachtpartij van april-mei 1940 waarbij ook zijn eigen vader werd vermoord, en het sluitstuk van zijn Solidariteits-trilogie, de Lech Walesa-biopic Walesa. Czlowiek z nadziei (2013). Met Powidoki (2016), over de door de stalinisten vervolgde avantgardekunstenaar Wladyslaw Strzeminski, legde de inmiddels fragiele Wajda het politieke Poolse verleden voor het allerlaatst op de ontleedtafel. 'Zou deze film nog actueel blijken, dan zou dat onze hoop een flinke opdoffer geven', zei hij begin dit jaar tegen het Duitse Der Spiegel. 'Ik zou nog graag zien dat de Poolse democratie een ontwikkeling doormaakt die me tevreden stemt.'


Andrzej Wajda in 2007. Beeld null
Andrzej Wajda in 2007.

Popió¿ i diament (1958)

De jonge Wajda liet zich liever inspireren door de westerse cinema dan door de logge sovjetpropagandafilms van zijn tijd, getuige deze onverminderd spannende mix van film noir, neorealisme en typisch Oost-Europese poëzie. Popiól i diament met een intense hoofdrol van de vroeggestorven en steevast een jack en zonnebril dragende Zbigniew Cybulski als oud-verzetsstrijder die een communist moet uitschakelen zou altijd Wajda's persoonlijke favoriet blijven.

(Tekst gaat verder onder de trailer)

Cz¿owiek z ¿elaza (1981)

Terwijl Maciek Tomczyk, de zoon van de arbeidersheld uit Czlowiek z marmuru (1977), een steeds grotere held wordt in Solidariteit, doet journalist Winkel namens de communistische regering heimelijk onderzoek naar hem. Wajda's drama zit het politieke klimaat van zijn land zo dicht op de huid, dat de spanningen tussen overheid en bevolking nog steeds van het scherm spatten. Visueel valt de film minder op, maar dat was een bewuste keuze van Wajda. 'Mijn rol was slechts weer te geven wat er gebeurde. Dat leek me belangrijker dan een bepaald idee van cinema. Ik had de film niet kunnen maken als ik was gaan zitten nadenken over de stijl.'

null Beeld null

Panna nikt (1996)

Dat Wajda niet alleen politiek geëngageerde films maakte, bewijst onder meer dit ruwe pareltje, naar het gelijknamige boek van Tomek Tryzna in Nederland uitgebracht als Meisje niemand. Op hoge leeftijd bleek Wajda ook met de ontsporende vriendschap tussen twee pubermeisjes prima raad te weten, terwijl de film ook een terugkeer naar zijn surrealistische roots betekende. Weinig films die je zozeer het gevoel geven dat het bloed je tijdens het kijken naar het hoofd stijgt.

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden