Politieke Idols in Afghanistan

Een tv-show volgens de Idols-formule moet Afghanen leren dat ze ‘meer macht hebben’ dan ze denken. ‘We moeten niet alleen maar klagen.’..

KABUL Ajoba Daqiq, die ooit de eerste vrouwelijke president van Afghanistan wil worden, maakt grote kans deze week tot De Kandidaat te worden gekozen. Pakweg 50 procent is de kans, want er zijn nog maar twee gegadigden over in de politieke afvalrace die vooral de Afghaanse jeugd al weken in zijn greep houdt.

Donderdag is de laatste uitzending van Namzad (De Kandidaat), een volgens het format van Idols gemaakte tv-show waarin jongeren tussen 18 en 23 jaar het als politici in de dop tegen elkaar opnemen. De kijkers moeten ’s avonds per sms de finale keus maken tussen Daqiq (19) en de 20-jarige Mohammad Munir Farhmand.

Dat is een week voor die andere verkiezingen in Afghanistan, die voor ’s lands president. Maar de bedoeling van de makers van het programma is niet slechts om de betrokkenheid van de Afghaanse jeugd bij de verkiezingen te vergroten. De ambitie strekt verder, zegt directeur Jahid Mohseni van de onafhankelijke zender Tolo TV. Het gaat erom de politieke cultuur van het land te veranderen.

‘Afghanistan heeft een personalistische traditie. Dat moet veranderen in een op ideeën gebaseerde politieke cultuur’, zegt hij. ‘Het waren altijd de lokale leiders tot wie de mensen zich richtten. Van hen waren ze afhankelijk. Dat is steeds minder het geval, door de komst van televisie, internet, mobiele telefoons. Iemand midden in de provincie Helmand heeft nu dezelfde toegang tot informatie als iemand in Kabul. Alleen beseffen de mensen dat nog niet. Ze hebben meer macht, zonder het te weten.’

Een sociologisch inzicht dat de kijkers hooguit terloops wordt meegegeven: de uitzendingen zijn, naast leerzaam, vooral spannend en vermakelijk. Zes kandidaten begonnen in mei campagne te voeren, met geld van Tolo TV. Elk nam een schaduwkabinet en een campagneleider in dienst. Ze maakten posters en flyers. Ze trokken het land in, spraken aanhangers toe, schudden handen en namen zo mogelijk een duik in de massa.

Opnamen daarvan werden gebruikt in de wekelijkse uitzending van De Kandidaat. Verder gingen de jongeren met elkaar in debat en werden ze door deskundige panels doorgezaagd over hun aanpak van beleidskwesties. ‘Het gaat ook over het vinden van oplossingen’, zegt de in Australië opgegroeide Mohseni. ‘Wij Afghanen moeten leren dat we niet alleen maar kunnen klagen.’

Een andere les, volgens Mohseni: je verlies kunnen nemen. De eerste weggestemde kandidaat, de 18-jarige Poya, weigerde verontwaardigd zijn troostprijs en stormde de studio uit. Buiten gaf hij lucht aan zijn woede en brieste: ‘Dit bewijst dat Afghanistan niet klaar is voor democratie.’ Een scène die door Tolo TV onverbiddelijk in beeld werd gebracht, in de stijl die de kijker al kende van Afghan Star, de Afghaanse versie van Idols en tot nu de grootste kraker uit de korte televisiegeschiedenis van het land.

De twee resterende kandidaten stralen meer presidentiële waardigheid uit dan de ongelukkige Poya. Mohammad Farhmand ziet er, in blauw kostuum met rode stropdas, als een ambitieuze professional uit. Dat laatste klopt nog niet: sinds de middelbare school heeft hij nog geen baan gevonden. Is het mede daarom dat hij bestrijden van de werkloosheid als hoogste prioriteit heeft? Nee, zegt hij. ‘Het gaat mij om het belang van het volk, van de jongeren.’

Ajoba Daqiq, net afgestudeerd lerares scheikunde, somt de Afghaanse kwalen op die ze wil bestrijden: corruptie, de papavercultuur, het vertrappen van vrouwenrechten. En met de Taliban moet gesproken worden, behalve als ze bloed aan hun handen hebben. Helemaal mee eens, reageert Farhmand, die net als zijn tegenstrever verklaart liberaal te zijn.

Dat wordt dus moeilijk kiezen donderdag, indien de kijkers vooral op inhoud letten. Wat zien ze als elkaars sterke punten? Daqiq lacht. ‘Dat zeg ik niet waar hij bij zit.’ Farhmand: ‘Dat ze meedoet als vrouw. Daar ben ik trots op.’

De eindsprint nadert. Nog een paar campagnedagen te gaan. Farhmand trekt het land in, naar drie provincies in het oosten. Daqiq blijft in Kabul. ‘Ik kan niet naar de afgelegen provincies’, zegt ze. ‘Ik ben een vrouw.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden