Politiek gevangene

Opeens komt het gevoel binnendenderen

Boer Wineke

Moeders kunnen veel fout doen. Op school langskomen om je vergeten gymspullen te brengen. Je knuffelen waar je vriendinnetje bij is. Bellen omdat het eten klaar is terwijl die spannende film waarnaar je bij een vriendin (en haar oudere broer) zit te kijken nog niet is afgelopen: 'Je komt nú naar huis!'

Allemaal goed voor traumatische jeugdervaringen. Gelukkig hebben ze meestal geen ernstige schade tot gevolg.

Echt fout doen de moeders het in de recent verschenen romans van Aukelien Weverling (1977) en Naima El Bezaz (1974): hun dochters, hoofdpersonen in die romans, kampen nog jaren met de ellende die ze opliepen in hun kindertijd. Aukelien Weverling schreef haar tweede roman, Naima El Bezaz haar derde. Beiden beginnen met het beschrijven van de weinig opwekkende verjaardag van hun hoofdpersonen.

Er zijn meer overeenkomsten. De verstotene van El Bezaz is een somber verhaal over de jonge moslima Mina, die zich verzet tegen de strenge regels van haar moeder. Die moeder, een Nederlandse, bekeert zich na de scheiding met een Marokkaanse man tot een orthodoxe tak van de islam: romans zijn voortaan verboden in huis, Mina en haar zusje moeten zich net als zij van top tot teen bedekken als ze naar buiten gaan en de hele dag klinken Arabische verzen uit een oude cassetterecorder.

Mina, die bij mama toch al nooit iets goed kon doen met haar kroezende 'jodenhaar', gaat ertegenin. Stiekem werkt ze aan een opstel waarin ze zoekt naar antwoorden op de vragen die ze heeft over de islam en de Koran.

Wanneer haar vader die velletjes papier ontdekt, verstoot hij haar uit de familie. Vanaf dat moment is Mina dood voor hen.

In Politiek gevangene van Weverling is de moeder van Beuk en Seringe, een tweeling, ook gegrepen door iets waar ze helemaal in opgaat: actievoeren. Haar twee kinderen ziet deze babyboomer als onhandige ballast in haar strijd tegen kernwapens, de kap van het regenwoud, racisme en de bio-industrie. Haar kinderen moeten mee naar demonstraties voor abortus, bezettingen van Onkruit, kamperen bij Woensdrecht tegen de kernwapens, en liggen urenlang te tekenen op de vloer bij de redactie van Bluf!, het radicale weekblad waarvan hun moeder een actief redactielid is.

Anders dan de hoofdpersoon van El Bezaz kiest Seringe er zelf voor om, zodra ze het huis uit is, zo min mogelijk contact hebben met haar ouders en haar broer.

En verder doet ze ook zo min mogelijk. Seringe wil niet slagen in het leven, haar broer Beuk wel. Die werkt op kantoor bij hun vader, een rijke zakenman van wie ze een huis aan de Amsterdamse Prinsengracht krijgen. Ze wil zich nergens druk over maken, zoals haar moeder dat nog altijd doet. Haar angstaanvallen bestrijdt ze door het met een van haar twee 'Tommen', mannen van een jaar of veertig, op een zuipen dan wel snuiven te zetten.

Weverlings aangenaam springerige stijl contrasteert met de narigheid in het verhaal, en dat is fijn. Hier en daar zitten er wel wat slordig- en leukigheidjes in, en af en toe meent ze te moeten uitweiden om levenslessen uit de doeken te doen die veelal clichés blijken te zijn. De dialogen daarentegen zijn erg goed, theatraal. Seringe en haar beste vriend Tijn blijven onbegrijpelijk voor de rest van de wereld, maar als ze samen zijn, hebben ze aan een half woord genoeg.

De verstoten Mina van El Bezaz heeft niemand om haar gevoel mee te delen. Zelfs zichzelf niet. Met voelen is ze opgehouden, het deed te veel pijn, lezen we herhaaldelijk. In plaats daarvan wilde ze slagen op het materiële vlak. Maar wanneer haar façade van successful living instort, komt het gevoel ineens haar leven binnendenderen. Dat valt niet mee: ze meldt zich ziek, hangt voor de tv terwijl ze zich te goed doet aan zoetigheid, alcohol en slaaptabletten. Om Mina in de epiloog, op de balkonrand te kunnen laten balanceren - twijfelend of ze wel of niet zal springen - moet deze uitzichtloze situatie, af en toe doorbroken door een avondje zuipen met vriendi

n Elsa, het hele boek lang voortduren. De afschuwelijke herinneringen aan vroeger, die op een gegeven moment tóch boven komen, vormen voor de lezer paradoxaal genoeg een welkome afwisseling.

Dat El Bezaz het volhoudt pagina's vol te schrijven over de naargeestige gedachtewereld van de depressieve Mina is niet erg, maar ze doet dat op nadrukkelijk moralistische wijze: 'Jarenlang had ik maar doorgeraasd omdat ik een droom najaagde, een droom die klaarblijkelijk niet voor mij bestemd was. Ik deed dat omdat ik dacht dat ik het wilde, maar nu ik meer tijd besteedde aan denken, wist ik dat het bevestiging was waar ik zo naar snakte, naar hunkerde, maar die ik niet kreeg.'

In vergelijking met De verstotene zou je Politiek gevangene van Weverling misschien zelfs amoreel kunnen noemen: Seringe en haar vriend Tijn voeren geen klap uit, zonder dat er een haan naar kraait. Heerlijk. Het gelukkige einde neem je op de koop toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden