Polen en zijn vuile verleden

Op 1 april behandelt het Poolse parlement een voorstel om de communistische partij tot 'illegale organisatie' te verklaren. Maar het is allang niet meer duidelijk wie ooit slachtoffer was en wie beul....

'Onder de staat van beleg, begin jaren tachtig, is in Polen niemand gemarteld.'

Prof. Longin Pastusiak kijkt zijn bezoeker indringend aan en gaat pas na een korte, dramatische pauze verder: 'In de stalinistische tijd, begin jaren vijftig, ja, toen wel. Dat waren de harde jaren. Maar niet onder de staat van beleg. Tenminste, niet dat ik weet. Heb jij ooit iets gehoord over martelingen onder de staat van beleg?'

Pastusiak draait zich om naar een man die geruisloos het kantoor is binnengekomen en die zwijgend vanuit een hoek het gesprek volgt. De man haalt zijn schouders op en schudt vaag van nee.

'Natuurlijk', vervolgt Pastusiak op vaderlijke toon, 'natuurlijk werden er wel mensen gearresteerd en geïnterneerd, maar dát is geen martelen. Dat zijn normale maatregelen onder een staat van beleg. Is het niet?' Weer knikt zijn secondant.

Als er tóch wandaden zijn gepleegd, wil Pastusiak die uiteraard niet verdedigen: 'Wie tegen de wet gehandeld heeft, moet boeten. Communisten, niet-communisten, geheim agenten, collaborateurs...'

'Maar', vraagt hij dan retorisch, 'wat was tegen de wet onder de staat van beleg? Is het voor een geheime dienst verboden informatie te verzamelen? Is het abnormaal dat een geheime dienst informanten heeft? Is het in strijd met de wet als mensen hun geheime dienst informatie geven?' Het antwoord staat op zijn gezicht te lezen. Wat in de jaren tachtig in Polen is gebeurd, was destijds niet verkeerd en kan nu dus niet alsnog veroordeeld worden.

Edmund Krasowski schokschoudert van het lachen als hij hoort wat Pastusiak heeft gezegd. 'Ach ja, wat is martelen.' Hij grijpt de interviewer bij zijn armen: 'Als ze je dag in dag uit met twee man zo bij je armen vastpakken, je mond openwrikken, een plastic slang door je strot naar beneden duwen naar je maag, en dan door een trechter een papje naar binnen gieten, dan is dat natuurlijk geen martelen. Dat is het voeden van een hongerstaker. Dat was allemaal volgens de regels en volgens de wet.'

Twee keer werd Krasowski, als in een spionagefilm, op straat vastgegrepen en een auto ingesleurd, gekidnapt. Twee keer belandde hij in de gevangenis, twee keer in het ziekenhuis - een keer vanwege zijn opzienbarende hongerstaking van 1985/'86 die vijf maanden had geduurd, een keer met verlammingsverschijnselen omdat bij de kidnapping zijn rug door agenten was beschadigd.

'Pastusiak was een hoge communist. Hij wil niet weten dat mensen werden gemarteld en zelfs gedood. Hij wil niet weten dat ze, zelfs als ze niet fysiek werden gemarteld, geestelijk werden gebroken. Dat kun je niet zomaar vergeten. Ooit zal Polen daarmee moeten afrekenen. Het land ontkomt er niet aan. En hoe langer het duurt, hoe slechter het zal zijn voor Polen.' Maar er zijn al acht jaar verstreken en de mensen verliezen hun belangstelling. Er zijn niet zoveel echt geëngageerde mensen als Krasowski: 'De ondergrondse was in de jaren tachtig niet overbevolkt.'

De communistische partij daarentegen was groot, en groot is daardoor ook het aantal mensen dat nu net als Pastusiak hardop denkt: 'Wat los je op als je de archieven van een geheime dienst opengooit? Wat heeft Polen aan een commissie zoals de commissie-Gauck die in Duitsland de Stasi heeft doorgelicht? Wat heeft dat Duitsland uiteindelijk opgeleverd?' Pastusiaks gezicht antwoordt: 'Niets.'

Edmund Krasowski en Longin Pastusiak kwamen in 1990 in het Poolse parlement: Pastusiak, vooraanstaande ex-communist en voormalig hoofd van het invloedrijke Nationaal Instituut voor Internationale Betrekkingen, Krasowski, de leider van het kleine ondergrondse verzet in Elblag. Als Krasowski's partij, de rechtse en anticommunistische ROP (Beweging voor de Reconstructie van Polen), niet bij de laatste verkiezingen was weggevaagd, zouden ze nog steeds samen in de Sejm hebben gezeten, de 'vrijheidsstrijder' en de 'apparatsjik', het slachtoffer en de...

Was Pastusiak een beul? Nee, natuurlijk niet. Hij was een communist, een hoge zelfs, maar verder? Een informant van de geheime dienst? Pastusiak zelf zegt van niet: 'Ik heb een schoon geweten. Ik was geen informant. Al waren er natuurlijk ook op mijn instituut spionnen; de geheime dienst zou wel gek zijn als ze er in die internationale ontmoetingsplaats geen zouden hebben. Ik heb zelfs mijn vermoedens wie...' Maar zeker is niets zolang het niet bewezen is.

Wie weet of Pastusiak de hele waarheid spreekt? Wie weet of zelfs de onkreukbare Krasowski zelf wel zuiver op de graat is? Niemand, want in Polen is nog altijd niets bewezen. En zolang niets bewezen is, is niets zeker.

En zo zal het voorlopig blijven. Polen wil zijn vuile verleden liever niet kennen. Acht jaar lang wringt het land zich krampachtig onder een afrekening uit. Het aarzelt tussen de 'dikke streep' die de eerste niet-communistische premier Tadeusz Mazowiecki in 1989 onder dat verleden had willen trekken, en de grote zuivering, de 'decommunisering', die hier de eufemistische naam 'lustratie' heeft gekregen wat zoveel als reinigingsritueel betekent. Het woord fungeerde vorig jaar opnieuw prominent in het verkiezingsprogramma van het zegevierende rechtse blok AWS.

Omdat verkiezingen verplichten, wordt op 1 april in het parlement een nieuw voorstel behandeld om de communistische partij (of de 'Verenigde Poolse Arbeiders Partij' zoals ex-lid Longin Pastusiak haar liever noemt) tot 'illegale organisatie' te verklaren. 'Weet u wat dat betekent?', vraagt Pastusiak. 'Dat betekent dat negen miljoen Polen, als lid van een misdadige organisatie, op slag misdadigers worden.'

Rechts hanteert het getal van twee miljoen en bezweert critici dat het er niet om gaat miljoenen ex-leden te straffen met een Berufsverbot. Alleen de 'apparatsjiks', de drijvende krachten van de partij zouden - net als in Tsjechië - uit het publieke leven verwijderd moeten worden.

Maar deze geruststellende woorden ten spijt zal het voorstel het hoogstwaarschijnlijk niet halen. De nieuwe rechtse regeringscoalitie van AWS (het grote rechtse blok rond de vakbond Solidariteit) en de kleinere Vrijheids Unie (de partij van de intellectuele elite uit het vroegere Solidariteit) is daarvoor te verdeeld: de Vrijheids Unie (Mazowiecki's partij) is al altijd tegen een 'heksenjacht' op communisten geweest. En de AWS zelf blijkt na de verkiezingsoverwinning een stuk gematigder dan ervoor.

Het debat over het pijnlijke onderwerp zal niettemin fel zijn, is de verwachting, en misschien zal het zelfs leiden tot afsplitsingen in het nog jonge AWS. Maar vervolgens zal er - alweer - niets gebeuren. Want zo gaat dat nu al jaren in de Sejm, waar allang niet meer duidelijk is wie ooit slachtoffer was en wie beul. Acht jaar aarzelen en schipperen heeft bijna alle partijen een beetje medeplichtig gemaakt, een beetje besmet, of op zijn minst verdacht, zodat steeds minder mensen te vinden zijn voor een echte afrekening. Als ze dat al ooit geweest zijn.

Toen Tadeusz Mazowiecki zijn uitspraak deed dat Polen een 'dikke streep' onder het verleden moest zetten, kon hij weinig anders: toen hij premier werd, was de sterke man van de jaren tachtig, generaal Jaruzelski, nog altijd president, en in Mazowiecki's kabinet zaten mensen als minister Czeslaw Kiszczak, die verantwoordelijk was voor de staatspolitie toen die in december 1981 een bloedbad aanrichtte onder demonstrerende Silezische mijnwerkers. Mazowiecki's regering was een compromis, uitonderhandeld in de beroemde Ronde Tafel Gesprekken van 1989.

Daar aan die tafel werd de soepele geweldloze overgang van Polen geregeld. Aan die tafel raakten het lot van Solidariteit en dat van de communisten met elkaar verstrengeld, zegt Krasowski bitter. 'Dit is het grote kwaad van Polen: er is nooit een echte breuk met het verleden geweest. In 1989 besloten Solidariteit en de communisten in de Ronde Tafel Gesprekken de macht te delen. Ze maakten een deal, en dat heeft de hele politiek van de jaren daarna bepaald. Het verschil tussen de postcommunisten en Solidariteit is helemaal niet zo groot gebleken.'

Terwijl in Duitsland de commissie-Gauck aan de slag ging en de Stasi-archieven opende, en terwijl in Tsjechië de belangrijkste communisten rigoureus uit het openbare leven werden verbannen, begon in Polen het gedeal en het gemodder. Met op de achtergrond voortdurend de geheime dienst, waarvan de eerste daad in 1989 een grote dossier-verbranding was: een onbekend deel van het archief werd vernietigd.

De rook van de brandende dossiers zou het begin vormen van een dichte smog die sindsdien boven het Poolse verleden is komen te hangen. Een mist waarin 'goed' en 'fout' steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn, en waar zelfs de grote held van de jaren tachtig, Lech Walesa, besmeurd uit tevoorschijn zou komen.

Wrang genoeg was Walesa zelf de eerste die ondanks Mazowiecki's streep-eronder werk wilde maken van een 'zuivering', 'decommunisering' of 'lustratie' van het Poolse openbare leven. Bij de eerste vrije presidentsverkiezingen in 1990 voerde Walesa als symbool een bijl die de 'dikke streep' doormidden sloeg. Walesa werd gekozen, Mazowiecki verloor, en in 1991 leek het inderdaad even tot een zuivering te zullen komen.

Een nieuwe rechtse (minderheids)regering van premier Jan Olszewski maakte aanstalten de hele geheime dienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken schoon te vegen. Edmund Krasowski was daar als parlementslid hartstochtelijk bij betrokken. Maar de zuivering werd niet doorgezet. Gematigde krachten in het parlement vreesden dat de geheime dienst onbruikbaar zou worden als te veel agenten werden ontslagen. De oude geheime dienst bleef voor meer dan de helft intact en zou - als leverancier van 'gevoelige informatie' - sindsdien een sleutelrol vervullen in de schandalen die de Poolse politiek het aanzien van een slangenkuil zouden geven.

Een poging van Olszewski ook de politiek te gaan zuiveren, kostte hem de kop. Hij liet een lijst maken van alle politici die 'in contact waren geweest' met de geheime dienst. Toen de lijst klaar was, zond hij hem aan de fractievoorzitters, en een dag later was zijn regering gevallen.

De lijst - die meteen in de Poolse kranten werd afgedrukt - bleek niet alleen de namen van ex-communisten te bevatten, maar vooral van leden van de voormalige oppositie - onder wie zeer prominente leden, tot in de naaste kringen rond president Lech Walesa. Walesa zelf riep nog dezelfde avond woedend op tot ontslag van de regering, parlementariërs briesten over de 'gek', de 'wraakzuchtige' Olszewski die een 'heksenjacht' onder politici wilde ontketenen. Tot diep in de nacht werd er tot op het allerhoogste niveau krijgsraad gehouden.

Olszewski moest gaan en Polen wist niet hoe gauw het de belastende lijst onder tafel moest werken. En er gebeurde niets. Afgezien van een onafzienbare reeks schandalen en schandaaltjes die voortdurend naar de Poolse pers lekten. Maar ook die leidden niet tot een zuivering. Zelfs niet het grote 'Oleksy-schandaal': in 1995 verloor Walesa de presidentsverkiezingen van de ex-communist Aleksander Kwasniewski.

Twee dagen voordat de verbitterde Walesa morrend het presidentiële paleis zou ontruimen, hield Andrzej Milczanowski, de nog net door Walesa benoemde nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, een verbijsterende toespraak voor de televisie, waarin hij verklaarde dat 'de geheime dienst na maanden onderzoek onomstotelijk had bewezen dat er een Russische spion in de regering zat: te weten premier Jozef Oleksy'. De ex-communist Oleksy ontkende in alle toonaarden, maar moest toch opstappen en Walesa had zijn kleine zoete wraak.

In de schaduw van Oleksy's vertrek werd overigens ook Longin Pastusiak oneerlijk ten val gebracht. Op een haar na had hij het in de regering na Oleksy tot minister van Defensie geschopt. Zijn kandidatuur was al beklonken. Maar toen begon de pers te citeren uit zijn geschriften van voor 1989, waarin hij Amerika bij voorkeur betitelde als 'de lange arm van het imperialisme' en waarin hij tekeerging tegen de NAVO. 'Hoe kan een man die zulke teksten schreef Polen naar de NAVO leiden?', vroegen de Poolse commentatoren in koor. De publiciteit kostte hem het ministerschap, wat hij nog steeds beschouwt als een groot onrecht.

'Waarom zou ik Polen niet de NAVO binnen hebben kunnen leiden? Ik ben nota bene vice-voorzitter, én enig lid uit een niet-NAVO-land, van de Werkgroep voor Noordelijke Veiligheid van de NAVO. Dat word je niet zomaar' Hij is zelfs in de jaren van het Warschau Pact nooit tegen de NAVO 'als zodanig' geweest, zegt hij nu. 'Ik was nooit tegen een pan-Europese defensie-organisatie. Ik was alleen tegen het massaal inzetten van kernwapens bij een conflict met het Sovjet-blok. De Polen zouden daarvan de eerste slachtoffers zijn geweest. Wist u dat de NAVO plannen klaar had liggen om atoombommen op Polen te gooien, om zo een radioactieve muur tegen de Sovjet-Unie te creëren? Daar was ik tegen, en dat ben ik nog.'

Dan glimlacht hij fijntjes: 'Javier Solana zelf was vroeger een felle tegenstander van Amerikaanse bases in Portugal. En nu is hij secretaris-generaal van de NAVO'

Pastusiak is er heilig van overtuigd dat de toenmalige president Lech Walesa de geheime dienst en de media heeft gebruikt om hem af te schieten. Het is niet ondenkbaar, maar ook niet bewezen, en Pastusiak kan dat openlijk zeggen. Zolang de archieven van de geheime dienst gesloten zijn, kun je in Polen alles zeggen. Jozef Oleksy is nooit veroordeeld. Hij zit nog altijd in het parlement, net als trouwens Milczanowski, die evenmin is veroordeeld, of zelfs maar berispt. Een parlementair onderzoek naar de zaak leidde tot niets, en de officier van justitie voelde er niets voor de zaak aanhangig te maken.

Bogdan Borusewicz zat destijds in de parlementaire commissie die de zaak-Oleksy onderzocht. In Polen bleken de bewijzen niet te vinden. 'We hadden naar Moskou moeten gaan om daar de KGB-archieven in te zien. Dat was natuurlijk niet mogelijk.'

Meer kan Borusewicz over die zaak niet zeggen. De behandeling in de commissie was geheim, en bovendien is Borusewicz tegenwoordig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, het ministerie dat over de geheime dienst gaat en over de 'lustratie'. Hij zit in een gevoelige positie.

Borusewicz is een gematigd man, lid van de Vrijheids Unie, en een oud-strijder van Solidariteit in Gdansk. Hij was in 1990 al tegenstander van het oprollen van de geheime dienst, en is dat nog: 'Niet de agenten zijn belangrijk, die voeren als het goed is alleen bevelen uit. Belangrijker is de vraag wie de geheime dienst leidt. De geheime dienst is nu onder controle.'

Hij is wel voor een zuivering, maar dan een beperkte. Van het parlement bijvoorbeeld, maar grenzen zijn zo moeilijk te trekken. 'Je kunt de regering, het parlement, het regionaal bestuur en bijvoorbeeld ook de topfuncties in de financiële sector zuiveren van oud-partijleden. Misschien ook rechters en officieren van justitie. Maar waar houd je op? Er zijn politici die ook een zuivering in de kerk willen, onder advocaten, zelfs leraren. Dan heb je het niet meer over een paar honderd, maar over misschien tienduizend mensen: de nog levende ex-informanten en agenten van de geheime dienst. En alle ex-leden van de partij zou je veroordelen tot tweederangs burgers: ze zouden voortdurend blootstaan aan beschuldigingen. Dat is het niet waard.'

Het gaat niet slecht zo, zonder forceren, en Borusewicz is niet de man om nu haast te gaan maken: 'Het zal tien, twintig jaar duren voordat met het verleden is afgerekend.' Gezien de gebeurtenissen van de afgelopen acht jaar is dat ook het tempo waar de meeste Poolse politici zich het prettigst bij voelen. Een wet die de communistische partij tot 'criminele organisatie' bestempelt, past daar niet in.

Wel bijvoorbeeld de lustratie-wet van vorig jaar: die verplicht alle politici zwart op wit te verklaren of zij met de geheime dienst hebben samengewerkt. Van de duizenden parlementskandidaten hebben er volgens Poolse kranten welgeteld zeven die vraag met 'ja' beantwoord. Alle anderen ontkenden. Die zeven zitten nu evengoed in het parlement, want collaboreren is niet strafbaar. Liegen wel. Alleen wie gelogen heeft, kan volgens de wet gestraft worden met uitsluiting uit de politiek.

Maar zelfs dat is theorie. Een 'Hof van Lustratie' had de verklaringen van de politici op waarheid moeten gaan toetsen. Maar dat hof is er nooit gekomen, omdat in heel Polen niet genoeg rechters te vinden waren om daarin zitting te nemen. Borusewicz: 'We denken er nu over de taak van het hof over te dragen aan de hogere rechtbanken.' De staatssecretaris zegt het op een toon alsof het er allemaal niet zo toe doet. En uiteindelijk kan hij niet verhullen dat hij dat ook vindt. Polen heeft belangrijker zaken aan het hoofd. Het moet naar de NAVO, en naar de Europese Unie. Niet de lustratie, maar de overgang naar het Westen zal pas een grote verandering teweegbrengen.

Borusewicz: 'We hebben ons tot nu toe in het grijze gebied tussen Oost en West bevonden. Het was onduidelijk waar we bij hoorden, een terugkeer naar het Oosten was nog steeds mogelijk. Dat hing als een schaduw over de Poolse politiek. Als we eenmaal definitief tot het Westen zijn toegetreden, zal dat een enorme invloed hebben op de Poolse mentaliteit. We zullen verlost zijn van het verleden en ons kunnen bezighouden met het ontwerpen van onze toekomst. En dan zal er in Polen honderd jaar lang niets meer veranderen.'

Borusewicz lijkt met zijn heilsvisie een aardig eind op weg naar het ideaalbeeld van de tot het Westen bekeerde Longin Pastusiak: 'De Poolse politici wilden historici, rechters en aanklagers zijn. Ze waren de gevangenen van het verleden. Maar politiek moet vooruit kijken. Dat is wat we van het Westen moeten leren: het voeren van pragmatische politiek.'

Het verschil tussen Solidariteit en de post-communisten is inderdaad niet meer zo groot. Edmund Krasowski gelooft daarom niet meer dat het Poolse parlement ooit nog aan een echte zuivering zal toekomen. Op zijn manier heeft ook hij nu zijn hoop wat dit betreft op de NAVO gevestigd: misschien dat die ten slotte de schifting zal maken tussen goede en foute Polen: 'De Amerikanen zijn niet gek, die weten allang wie agenten van het communisme waren en wie niet.'

Krasowski moet een oprisping onderdrukken. Sinds de gedwongen voeding tijdens zijn hongerstaking heeft hij dat: dat hij altijd moet kokhalzen. Ook dat zal niet meer overgaan.

Michel Maas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden