POLDERLANDS?

Kees van Kooten heeft de Groenman-prijs gewonnen omdat hij als tv-maker uitblinkt in goed en creatief taalgebruik. In Nederland wordt, volgens kenners, Nederturks, Polderlands en Nedermix gesproken....

Kees van Kooten, prijswinnaar: 'Ik ben vooral blij met de Groenman-prijs, omdat deze bestaat uit een prachtige prentenreeks van Jaap Vegter, mijn favoriete tekenaar. Aangezien de prijs bestemd is voor presentatoren die uitblinken in goed en creatief Nederlands zou ik hem eigenlijk in twee delen moeten knippen. Dan kan Wim de Bie de andere helft ophangen.

Er is veel te veel gesproken woord, waardoor het aantal taal- en grammaticale fouten navenant enorm is geworden. Mij ergeren het meest de gevolgen van de moderne schermblindheid door pc's. Bij het achterwaarts opeten van een zin blijven er oude flarden staan. Zoals deze: ''Bij de typemachine liep je nooit deze kans gevaar.''

Misschien is Ruigoord de enige, ongerept gebleven gemeenschap in Nederland waarbinnen men elkander nog begrijpt, omdat iedereen dezelfde taal spreekt. Maar heeft u gezien welke Toren van Babel ze daar aan het bouwen zijn?'

P. Smulders, directeur Genootschap Onze Taal: 'Er zijn allerlei dingen in ons taalgebruik aan het veranderen. Het Polderlands is een samenraapsel van regiolect en dialect. Sommigen vinden dat het Polderlands niet kan, sommigen vinden van wel. Het ABN bestaat niet meer, dat is zeker. '

Cisca Dresselhuys, hoofdredacrice van Opzij: 'Dat vooral jonge vrouwen koplopers zijn in het Polderlands, waarin ''tijd'' wordt uitgesproken als ''taaid'', zoals ook Paul de Leeuw doet, beweert dialectoloog J. Stroop al geruime tijd. Die meneer Stroop heeft ooit twee van mijn collega's op de radio gehoord en dat opgenomen. Hij constateerde dat ze geen Polderlands spraken. Verbaasd belde hij ons op en vroeg hoe oud de dames waren. Ze waren 44 jaar (viel niet in zijn onderzoeksgroep) en 35 jaar (viel wel in de onderzoeksgroep). Het taalgebruik van de 35-jarige strookte niet met zijn opvatting dat vooral veel jonge vrouwen Polderlands spreken.'

J.L. Heldring, columnist NRC Handelsblad: 'Ik heb helemaal geen bezwaar tegen Nedermix, Polderlands of Nederturks. Iedereen mag doen wat hij wil met taal. Er komen nieuwe woorden, er verdwijnen oude. Taal is een levend verschijnsel. Ik ben geen purist. In mijn columns over taal gaat het over onlogische zinsconstructies. Dat heeft niets te maken met neologismen.'

Han van Gessel, redacteur de Volkskrant en mede-samensteller van het Groot Dictee der Nederlandse Taal: 'Jan Kuitenbrouwer noemt het Dictee een ''requiem voor krasse knarren''. Dat klinkt natuurlijk leuk, maar wat wil hij er eigenlijk mee zeggen? Met de normale betekenissen van 'requiem' kom ik er niet uit. Als hij bedoelt dat het Dictee maar een suf spelletje is voor ouden van dagen, dan heeft hij het mis. Het is elk jaar weer een heel vrolijke boel, waarmee jong en oud zich vermaken.

Of het taalgebruik bedroevend slecht is? Ik hou niet zo van die generaliserende uitspraken. Wat ik wel constateer is de invloed van de e-mail-cultuur op het taalgebruik. Vroeger besteedde je veel zorg aan het schrijven van een brief, nu tik je snel even een boodschap. Dat leidt al gauw tot slordigheden.'

Roelina Bolding, woordvoerster ING: 'We hebben het Engels als bedrijfstaal ingevoerd en denken niet dat het Nederlands daardoor een tweederangstaal zal worden. ING opereert wereldwijd. In het bedrijf wordt steeds meer Engels gesproken, want er werken ook steeds meer Engelstaligen.'

Nelleke Noordervliet, schrijfster: 'Ik kan me geen periode in de Nederlandse geschiedenis voorstellen waarin de toestand van de taal níet zorgelijk werd geacht. En dat is maar goed ook: zolang men zich er zorgen over maakt, gaat het goed met de taal.

Er is wel een verschil met vroeger: de openbaarheid van de taal is groter. Radio en televisie waren vroeger veel meer het domein van mensen die ABN spraken. Nu is het: hoe gewoner, hoe liever. Waar is I.A. Diepenhorst gebleven? Die was vroeger op radio en tv, waar hij werkelijk fabelachtige zinnen smeedde met drie ingebedde bijzinnen. Er zijn er nog maar een paar die dat kunnen. Degenen die zijn opgevoed met het Woord - en dan bedoel ik de bijbel - hebben nog altijd souplesse in hun taalgebruik, zij hebben taal inventief leren gebruiken.

Kritiek op het taalgebruik van jongeren is er altijd geweest. Toen wij jong waren, kregen we dat ook te horen. De krasse knarren horen nou eenmaal een beetje te mopperen, daarom worden ze op zulke congressen ook altijd gevraagd. Jóngeren komen hun taalgebruik nooit verdedigen, jammer is dat eigenlijk. Iemand als Raoul Heertje zou dat heel goed kunnen. Laat maar komen, zou ik zeggen. Niet alleen bedaagde oude mensen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden