poëzie

Misschien was de oogst aan poëzie dit jaar minder rijk dan de gulzige liefhebber zou wensen, toch mogen we ons gelukkig prijzen dat er, in deze volgens Thomas Vaessens zo ‘onpoëtische tijd’, nog zoveel uitgeverijen zijn die zich wagen aan het uitbrengen van boeken waarvoor niet vanzelfsprekend een markt bestaat....

Als nieuwkomer in het illustere gezelschap uitgeverijen die serieus te nemen poëzie in hun fonds hebben, maakte Nieuw Amsterdam een vliegende start met een paar prachtige debuten. Twee daarvan behoren zeker tot het beste van wat dit jaar verscheen. Cineast Alex van Warmerdam schreef een bundel die naadloos aansluit bij zijn krankzinnige films (‘Door de brievenbus / zie ik heus wel de seizoenen’). Els Moors, die ten onrechte de Buddingh’-prijs aan zich voorbij zag gaan, overtuigde onmiddellijk met haar speelse beelden (‘de witte fuckende konijnen fucken’). De geestigste, maar tegelijk ook meest erotische bundel van dit jaar is die van Tomas Lieske (Beatrix tot de papegaaien in Artis: ‘Jullie zijn een kleurrijk volk waarover ik van hogerhand ben aangesteld’). Hans Verhagen voegde een volgend hoogtepunt toe aan zijn alsmaar sterker wordende oeuvre (‘We leefden in de greep van de gereformeerden’). Nachoem Wijnberg doet met Liedjes een poging het grote publiek te bereiken, wat niet betekent dat zijn poëzie aan diepgang heeft ingeboet (‘Dit is waarin ik goed wil zijn, / iets ontdekken wat er altijd al was’). Hans Tentije is in zijn nieuwe bundel als vanouds een sfeervol verteller. Met name zijn visie op de Metamorfosen van Ovidius is verrassend (‘dus zag je je tong plotseling voor je voeten liggen / en nam hij je, heftiger, nog een keer’). Ook Anneke Brassinga is goed op dreef in haar IJsgang. Regels van Brassinga herken je uit duizenden (‘Vergeet niet het teiltje voor de handwas / in de opsomming te vogelen’), al lijkt ze haar hang naar woordspeligheid steeds meer te beteugelen. Benno Barnard bundelde zijn productie van een kwarteeuw in Het tongbotje. Lange, verhalende gedichten met een voorkeur voor 20ste-eeuwse Europese geschiedenis staan tegenover klassieke bondigheid. August Willemsen leverde weer een deel af in zijn reeks Pessoa-vertalingen (‘Al mijn kennissen waren altijd kampioen in alles’), en bij Vantilt verscheen een becommentarieerde facsimile van Van Ostaijens De Feesten van Angst en Pijn. Voldoende schoonheid om de donkere dagen door te komen, dunkt me.

Piet Gerbrandy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden