Poezië van Bernard Wesseling is bijzonder in taalgebruik

Bernard Wesseling - & de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal

In de gedichten van Bernard Wesseling (1978) stormt het voortdurend. Hij staat wel eens stil bij hoe de koeien in de wei liggen als banken, of toch staan te drinken uit de sloot. Is hij slordig of heeft deze man gewoon haast? Liggen die koeien nu, of staan ze, of kan dat gewoon allebei wanneer het leven je op de hielen zit?

Beeld .

Een dorpje werpt zich op. Runderen liggen


in het land als banken, schonkig staan ze


te drinken uit de sloot. Een gekapseisde trein raast


over het wolkendek. Langs het spoor de volkstuintjes,


keurig verkaveld. Een scheef kerktorentje windt zich


om de zon, recht zich dan braaf. Tegen het geel


van boterbloemen, niet meer uit een veld weg


te denken. En de luchten snellen over voor je


oude meesters kunt zeggen.

POEZIË


Bernard Wesseling
& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal
Querido; 59 pagina's, €17,99

Beeld .

Een intens verlangen om wat voorbij gaat te volgen, zet de woorden van Wesseling onder stroom. De dichter schrijft met veerkrachtige, geestige en wijze taal over wat het is om in de 30 zijn, over wat het is om een vrouw te worden - omdat hij 40 zal worden en altijd een man dreigt te blijven. Hij leeft voluit, met de dood rondom. Voortdurend beseffend dat het leven anders had kunnen zijn. Wesseling observeert vanuit een onderhuids verlangen de werkelijkheid op onregelmatigheden en uitzonderingen te betrappen.


Vaak lukt hem dat. Met een oude schoolplaat vol amfibieën waarvan hij opmerkt dat het leven er eindelijk tot stilstand is gebracht. Met het 'lekker vieze buurmeisje Nancy', of het onaangekondigde natuurfenomeen in de vorm van een opkomende maan.


Bijzonder is het wanneer de taal het van het verstand overneemt, zoals in Ritueel, onderbroken. Een zee speelt zich af, zoals eerder een dorp zich actief opwerpt. Een meisje in het water speelt voor lijk. De moeder snelt op het kind af.

Nadat ze het op het strand heeft gehesen begint ze


het uit te foeteren; 'Mama was zich doodgeschrokken!'


terwijl het onafgebroken huilt.


Het lidwoord in de slotregel dat naar het kind verwijst, wordt door de afstand van enkele regels van het meisje losgeweekt. Hierdoor huilt 'het' in het algemeen. Het verdriet, groter dan van het kind, koeler dan van de moeder en de dichter, wordt niet letterlijk beschreven maar meesterlijk veroorzaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.