‘Poëzie is geen entertainment’

De Soedanese dichter Taban Lo Liyong geeft voor het 37ste Poetry International in Rotterdam een ‘Defense of Poetry’-lezing. ‘Papieren dichters hebben weinig interesse voor hun sprekende collega’s.’..

Afrikaanse poëzie staat centraal tijdens de 37ste editie van het Poetry International Festival in Rotterdam. Dichters uit Ghana, Nigeria, Angola, Zimbabwe en Zuid-Afrika treden op, in het speciale programma gewijd aan orale poëzie. Pleitbezorger van deze traditie is de van oorsprong Soedanese dichter en essayist Taban Lo Liyong. Zondagavond houdt hij de tiende Defense of Poetry-lezing.

Liyong (1939) is een kleine, levenslustige man. Hij praat snel, met veel gebaren en als een echte academicus is hij niet te stoppen zodra hij op een van zijn poëtische stokpaarden zit.

Liyongs naam betekent in het Kuku, een van de vele talen in Zuid-Soedan, ‘de zoon waar de moeder uitgeput door raakte’. Als een van de drie vrouwen van een politieagent had Liyongs moeder het moeilijk, zeker omdat haar eerste twee kinderen dochters waren. In de hoop op een zoon reisde ze medicijnmannen af, met uiteindelijk succes, maar de uitputting nabij.

Liyong: ‘Al snel na mijn geboorte trachtten jaloerse familieleden mij te vergiftigen, waardoor mijn familie zich gedwongen zag naar Oeganda te vluchten.’ Daar groeide Liyong op, maar zijn studies volgde hij in de Verenigde Staten, onder meer op de Universiteit van Iowa, waar hij in 1968 de eerste Afrikaan was die afstudeerde.

Liyong keerde daarna terug naar Soedan, maar toen de burgeroorlog in 1993 verhevigde, vluchtte hij naar het buitenland. Sinds een jaar is hij weer terug in Soedan, en werkt hij als professor op de Universiteit van Juba: ‘Dat is niet ver van mijn geboortedorp Kajokaji, dat helaas onbereikbaar is omdat de weg nog altijd vol landmijnen ligt. Een weg die ik zelf nog ten tijde van mijn politieke carrière heb laten aanleggen.’

Opvallend aan de lezing die Liyong zondag zal houden, is dat hij niet over Afrikaanse poëzie spreekt: ‘Ik dacht, ik krijg een Europees publiek voor me, laat ik me op de Europese situatie richten.’ Het zegt veel over de westerse opvoeding die Liyong zowel in het nog koloniale Oeganda als later in de VS heeft gehad. Zijn ogen beginnen te glanzen zodra hij het over Homerus of het Nibelungenlied heeft.

‘In Afrika hebben we de oude orale poëzie en we hebben de moderne geschreven poëzie. Helaas hebben de papieren dichters weinig interesse voor hun sprekende collega’s.’ Hij verfoeit alles wat met rap en slam-poetry te maken heeft: ‘Dat is alleen geschreeuw. Er komt geen denken of reflectie aan te pas.’

De grote boosdoener is zonder twijfel het christendom: ‘En dan niet de woorden zoals die uit de mond van Jezus Christus kwamen, maar meer uit die van Paulus, of later Calvijn, dat is geen christendom, dat is kapitalisme!’ Hierdoor zijn we, volgens Liyong, ‘ongevoelig geworden voor alles wat heilig is, niet in de kerkelijke zin des woords, maar als respect voor het leven’.

En daar ziet Liyong de taak van de dichter, want poëzie is ‘niet alleen entertainment, het is een serieuze zaak die over moraal moet gaan, zoals in alle voor-christelijke literatuur. En als het westen zijn band met die traditie hernieuwt, zul je zien dat er weinig verschil is tussen wat wij als Afrikanen doen en wat jullie als Europeanen hadden kunnen doen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden