Matthijs van Nieuwkerk kiestEllen Deckwitz

Poëzie is echt iets voor jou, fluistert Ellen Deckwitz iedereen toe

Ellen Deckwitz geeft prikkelende, geestige, originele en inspirerende richtingaanwijzers bij elk denkbaar dichterlijk avontuur.

Beeld Floor Rieder

Alle gedichten die ik geschreven heb, schreef ik onder de nom de plume Hugo Walker. Het zijn er twee. Het eerste heet ‘Helaas’ en gaat zo:

Cruijff!
Cruijff!
Cruijff!
Naast.

Het tweede gedicht heet ‘Dansje’.

Fransje Thijssen
En maar kappen
En maar draaien
Fransje Thijssen
Knap gedaan.

Ik leverde deze gedichten in 1980 in bij mijn docent poëzie aan de Universiteit van Amsterdam, Tom van Deel. Ik studeerde neerlandistiek. De vraag was om een paar van de modernste Nederlandse gedichten te kiezen en uit te leggen wat je er zoal in aansprak. Van de dichter Hugo Walker had Tom van Deel nog nooit gehoord. Van Fransje Thijssen ook niet. De gedichten vond hij interessant. In ‘Helaas’ was ook de typografie opvallend, zei hij.

‘Poëzie is een daad’, schreef de grote Remco Campert al in 1955. Voor mij riep poëzie in die jaren vooral een daad van academische agressie op, tureluurs als ik was geworden van de modus operandi om bij elk vers een snijtafel te reserveren voor een anatomische les. Als het poëem er dan na een uurtje of wat snijden weer eens volkomen gesloopt bij lag, kon het werkelijk geen pap meer zeggen. Vond ik. Van Deel was van mening dat het gedicht pas na deze operatie zijn geheimen zou prijsgeven.

We werden het niet eens.

Van Deel was verder de kwaadste niet; een vriendelijke mandarijn, jureerde er iets te lustig op los, had ook veel te veel literaire vrienden voor een eerlijk oordeel in zijn recensies, maar achter deze zweem van nepotisme klopte een groot hart voor de Letteren. Dat Hugo Walker een voetbalcommentator met een eigen lingo was en Frans Thijssen een handige speler van FC Twente, lag ver buiten zijn atmosfeer. De twee gedichten waren mijn stille, baldadige verzet tegen zijn chirurgijnenwerk.

Dat was toen.

De studenten van vandaag hebben – als ze willen – de geweldige Ellen Deckwitz. Dichter en poëziedocent. Ik zeg er in het licht van het voorafgaande even bij: ik ken haar helemaal niet. Maar ik lees al jaren alles wat ze schrijft. Deckwitz geeft zeer prikkelende, geestige, originele en inspirerende richtingaanwijzers bij elk denkbaar dichterlijk avontuur. Veel zin krijg je ervan. In alles eigenlijk. De core van haar verleidingskunst is, denk ik, dat ze iedereen als het ware in het oor wil fluisteren: poëzie is echt iets voor jou. Ja, voor jou! Ja, jij!

En als je niet meteen wegrent, pakt ze je hand. In haar jongste bundeling Dit gaat niet over grasmaaien stelt ze de pas veroverde lezer direct op zijn gemak met de opmerking: ‘Je kunt een gedicht ook gewoon waarderen omdat het stoer klinkt.’

Dat klinkt al veelbelovend. Zo moeilijk is het misschien niet. De gids Deckwitz zal ons in ieder geval nooit uit het oog verliezen. Dat is het veilige gevoel bij haar magical mystery tour langs de planken van de Grote Poëziebibliotheek. Sterker: ik heb de indruk dat Deckwitz het liefst alle bundels uit hun nette boekenkasten zou willen kieperen. En eenmaal staand voor een berg verzen hoger dan de Mount Everest, zal ze ons wenken: laten we ’m gaan beklimmen, het uitzicht zal adembenemend zijn.

Ten slotte. Dit gaat niet over grasmaaien heeft een motto van Nico Scheepmaker: ‘Poëzie is als je het hart opent met een zilveren sleuteltje dat ook op een fietsslot past.’ Het is niet zozeer deze regel, maar dat de naam van Nico Scheepmaker weer eens zwart op wit staat. Nico Scheepmaker, wie kent zijn naam nog? Hij is door Ellen Deckwitz voor eventjes uit de coulissen van de vergetelheid geduwd. Ik zie hem weer zo voor me, de voetbalgekke Scheepmaker. Ajax-fan. Daar zat hij op de perstribune trouwens altijd naast Hugo Walker, de dichter.

Beeld Pluim

Matthijs van Nieuwkerk maakt wekelijks een keuze uit de stapel net verschenen boeken. Deze week is dat Dit gaat niet over grasmaaien  Hoe lees je poëzie van Ellen Deckwitz. ‘Ik heb de indruk dat Deckwitz het liefst alle bundels uit hun nette boekenkasten zou willen kieperen. En eenmaal staand voor een berg verzen hoger dan de Mount Everest, zal ze ons wenken: laten we ’m gaan beklimmen, het uitzicht zal adembenemend zijn.’

Ellen Deckwitz: Dit gaat niet over grasmaaien – Hoe lees je poëzie. Pluim; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden