Poëzie als een toverbal die eindigt in het niets

null Beeld
Beeld

Poëzie. Wat is het? Er zijn hele boeken over volgeschreven, maar poëzie ontwijkt. Echt de vinger erop leggen is niet goed mogelijk. Poëzie ontsnapt aan elke theorie en viert zijn vrijheid in de taal.

In Ilja Leonard Pfeijffers onvolprezen bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw (Prometheus, 2016) tref ik het gedicht 'Programma' aan, geschreven door Tom Lanoye:

Weet ik veel hoe poëzie eruit
moet zien. Niet dat statische,
dat uniforme. Daar houd ik niet
zo van. Dezelfde toon herhaald
tot in den treure, en dat dan
'vormvastheid' noemen, of 'een
eigen stem', dat soort gelul.
Nee daar houd ik niet zo van.

Geef mij dan maar het favoriete
snoepgoed uit mijn jeugd. De
toverbal. Je zuigt en zuigt
maar, telkens komen er andere
kleuren tevoorschijn en voor
je 't weet, heb je helemaal
niets meer. Dát is het, vind
ik. Zoiets. Ongeveer.

Uit dezelfde bloemlezing nog een gedicht over poëzie. Het heet 'Aas' en is van Cees Nooteboom:

Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.

De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.
Nooit komt er een einde aan deze verslaving.

Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote district
van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare
vorm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden