Podium Noorderlicht weigert 'neokoloniale' foto’s met Ghanese stamhoofden van geëngageerde Jan Banning

Beeld Jan Banning

Internationaal fotopodium Noorderlicht hoeft ze niet meer, de beelden die fotograaf Jan Banning maakte van stamhoofden in Ghana. Terwijl ze hem de foto-opdracht twee jaar geleden zelf gaven en tevreden waren met de resultaten. Reden is een serie foto’s die Banning, eerder winnaar van onder meer een World Press Photo-prijs, op eigen initiatief nam – naast de opdrachtenreeks. Daarop is hij zelf te zien tussen de stamhoofden en hun gevolg.

Projectleider Marc Prüst van Noorderlicht beschuldigt Banning ervan ‘de neokoloniale beeldvorming van Afrika voort te zetten’, terwijl ze die met het maatschappelijke project Society and Social Change in Northern Ghana, waarvan de fotograaf onderdeel was, ‘juist wilde verbreden en uitdiepen’. Hij verwijt Banning dat hij Afrika voor de zoveelste keer verbeeldt als jachtterrein voor de witte man met foto’s die bijna identiek zijn aan de beelden die hij in opdracht voor Noorderlicht maakte. Ter verdediging zegt de fotograaf met zijn beelden juist de koloniale fotografie te willen ‘ironiseren’.

De foto’s van alleen de stamhoofden waren bedoeld voor een boek en een tentoonstelling in Ghana waaraan ook tien andere fotografen meewerkten. Noorderlicht (een organisatie die een fotofestival organiseert, een expositieruimte heeft en projecten zoals deze initieert) schrapt die foto’s nu om niet te worden geassocieerd met Bannings ‘neokoloniale’ freelancefoto’s. Bij de eerste oeuvre-tentoonstelling van Banning in het Fotomuseum Den Haag zijn de foto’s met Banning vanaf 5 mei wel te zien, onder de noemer The Sweating Subject.

Bannings intentie

Banning betreurt de keuze van Noorderlicht en legt uit dat het destijds de uitnodiging was van één van de stamhoofden om met hem op de foto te gaan, waardoor hij op het idee kwam voor The Sweating Subject. ’s Avonds op zijn hotelkamer ontdekte Banning dat deze werkwijze ‘veel interessantere en gelaagdere foto’s’ opleverde dan van louter de stamhoofden zelf, legt hij uit. ‘Het is een knipoog naar de selfie en een absurd commentaar op oude koloniale fotografie waar witte mannen tussen inheemse bevolkingen poseerden met dode tijgers en geweren. En het is een verwijzing naar ons witte fotografen en journalisten die een weekje langskomen om te laten zien hoe het er in elders in de wereld aan toegaat.’

De ironische intentie komt op Noorderlicht niet over. Volgens Prüst vonden destijds in Ghana ook de lokale fotografen – zowel Ghanese als niet-Ghanese fotografen waren betrokken bij het project om het stereotype westerse beeld van Afrika te doorbreken – de foto’s niet respectvol. Banning erkent dat één Ghanese fotograaf moeite had met de beelden, maar vond dat deze hem destijds niet goed kon uitleggen wat het probleem was. Volgens Banning komt Noorderlicht nu erg laat met de klachten. ‘Twee jaar geleden heb ik de foto’s in Ghana gemaakt, als eigen project. Ik begrijp pas sinds een maand of twee dat Noorderlicht daar niet blij mee is. Pas anderhalve week geleden hoorde ik van ze dat ze mijn foto’s zonder The Sweating Subject niet gingen publiceren om redenen die ik nooit eerder had gehoord.’

Wel een hit in Den Haag

Hoofdconservator van het Fotomuseum Den Haag Wim van Sinderen zegt geen moment te hebben getwijfeld om de beelden met Banning en de stamhoofden te tonen in de oeuvre-expositie die 5 mei opent. Hij noemt de foto’s ‘hilarisch’ en de reactie van Noorderlicht ‘overgevoelig’. ‘Er zit veel zelfrelativering in deze zelfportretten’, vindt Van Sinderen, die Banning in de foto’s meer ziet als een kwetsbare toekijker dan als een koloniaal. ‘Het is knap dat hij zichzelf zo durft neer te zetten. Hij is immers zelf ook een product van ons koloniale verleden (Bannings ouders zijn Nederlands-Indisch, red.).’ Zelf wil de fotograaf zich niet op zijn komaf beroepen. ‘Mijn ouders komen weliswaar uit Nederlands-Indië, maar mijn grootouders waren Nederlanders. Ik ben gewoon een witte man. Het zou flauw zijn me hierachter te verschuilen.’

Banning maakte eerder foto’s van gevangenen in Noord-Amerika en van hoogbejaarde, in de Tweede Wereldoorlog tot prostitutie gedwongen troostmeisjes in Indonesië. ‘Jan is altijd een geëngageerd fotograaf geweest’, zegt Van Sinderen. ‘Kritisch, observerend, onthullend.’ Het past volgens hem niet in het oeuvre en de persoon van Banning dat hij nu ‘verkeerde bedoelingen’ zou hebben. Samen met de fotograaf nodigt hij Noorderlicht dan ook uit in het museum in het openbaar te debatteren over de kwestie.

Conclusie: neokoloniaal of niet?

Zijn de foto’s van Banning neokoloniaal te noemen? Marta Zarzycka, die doceert over rassenvooroordelen aan de universiteit van Texas en die een boek schreef over postkoloniale fotografie, bekeek de beelden van de Nederlandse fotograaf. Ze geeft aan de ‘tongue-in-cheek’-aanpak van Banning te begrijpen, maar noemt het resultaat desalniettemin een ‘misser’.

‘De foto’s geven me een zeer ongemakkelijke gevoel’, laat Zarzycka per mail weten. Banning oogt er volgens de onderzoeker niet als gast, maar eerder als degene die de touwtjes in handen heeft – ‘die de scène bepaalt en regisseert’. Haar grootste bezwaar is echter de belichting van de foto’s. ‘Daardoor zijn de details de gezichten van de stamhoofden niet goed te onderscheiden en die van Banning wel.’ Ze wijst er daarbij wel op dat de meeste camera’s zich automatisch aanpassen aan een witte huidskleur naast een zwarte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.