Pleidooi voor bescheiden architectuur

Jan Hoogstad is een bescheiden man. Niet nederig, niet schuchter, maar bescheiden. Het is een kwaliteit die je niet bij elke architect aantreft, omdat bouwers nu eenmaal vaak een niet te missen punt willen zetten, iets beklijvends willen nalaten, en daarmee eerder de eigen onsterfelijkheid nastreven dan zoiets vluchtigs als...

De Rotterdammer Hoogstad - als hij wil, praat hij plat 'hoogbotersloots' - is zo'n architect die weinig opheeft met het moderne spektakelbouwen. Waardering voor een man als Frank Gehry, de architect van het uitzinnig-grillige Guggenheim Museum in Bilbao, heeft Hoogstad wel, maar het lijkt voor hem architectuur van een andere planeet. Want Hoogstad wil dat niet de architect 'spreekt', per gebouw een hoogstpersoonlijk statement maakt, maar dat 'de dingen vanzelfsprekend zijn', dat alles aan en in een gebouw dat is.

Deze terloopse opmerking is ongeveer de meest verhelderende die Hoogstad - vooral bekend van het VROM-ministerie in Den Haag - over zichzelf doet in de documentaire Ritme in ruimte, het vierde en laatste deel van een AVRO-Close-Up-serie over architectuur. Het verklaart ook waarom Hoogstad wel een vooraanstaand architect is, die bijvoorbeeld met het Unilever-gebouw op het Weena Rotterdam mede heeft vorm gegeven, terwijl hij juist niet de meest gezichtsbepalende architect in die stad is: de skyline (Erasmusbrug, Willemswerf, Architectuur-museum, Robeco- toren, wolkenkrabber van Nationale Nederlanden) is getekend door collega's met een manifester ego.

Documentaire-maakster Tineke de Groot had die tegenstelling best verder mogen uitwerken. Het had überhaupt geen kwaad gekund Hoogstad niet slechts met vriendelijke, zichzelf feliciterende opdrachtgevers te confronteren, maar ook met zijn critici. Of met collega-architecten die meer uitgesproken zijn, of wél worden geplaagd door 'het soort Messiaanse bevlogenheid' waarmee ze denken dat ze de wereld aan het verbeteren zijn - een hovaardige beroepsopvatting waaraan Hoogstad grondig 'de pest heeft'.

Omdat elke kritische benadering ontbreek komt Hoogstad uit het portret vooral naar voren als zo'n architect met het grootste respect voor vernieuwende Rotterdamse voorgangers als Maaskant. Een vormgever aan wie je kunt zien dat hij zowat opgroeide in de schaduw van het roemruchte Van Nelle-gebouw. En een man die twee uitersten, liefde voor muziek en een voorkeur voor mathematische patronen, in zichzelf verenigt. Het doet hem allemaal net iets bedaagder lijken dan hij is, want zo bescheiden kan Jan Hoogstad nu ook weer niet zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden