Platen: Nederlandstalig

Davids en Pruis zingen over sores van kleine luiden..

Louis Davids. FAV.

Kees Pruis. FAV.

In de serie Amusement Klassieken verschenen eerder onder meer cd's met werk van Willy Derby en Fien de la Mar. Met de huidige technische verworvenheden is het mogelijk krassen en gekraak weg te werken, opdat een alleszins acceptabel product tevoorschijn komt. Op het Theater Instituut Nederland heeft men nu de kasten opnieuw doorgeploegd. Louis Davids en Kees Pruis zijn aan de serie toegevoegd.

De cd van Louis Davids is vooral interessant vanwege de nooit eerder verschenen opname van 't Is voor de bakker uit de gelijknamige jarentwintigrevue van producent Frits Stapper. In dit nummer is een couplet te horen met antiparlementaire gedachten die in de jaren dertig gevaarlijk populair werden. Davids heeft zich, al dan niet geholpen door de woorden van de briljante, opportunistische tekstdichter Jacques van Tol, regelmatig opgeworpen als verdediger van het gedachtegoed van de angstige burgerman. Die was als dubbeltje geboren en hoefde er niet op te rekenen dat hij ooit een kwartje werd; overal zag hij gevaren opdoemen die zijn bescheiden bestaan bedreigden.

De Kleine Man is daar het duidelijkste voorbeeld van. Het lied is op de cd te vinden, evenals een aantal geestige familieruzie-stukken, zoals We gaan kamperen. Davids zingt ook De Kleine Hond, een onschuldige parodie op zijn grote succes.

Heel wat indringender is de variant die Kees Pruis op dezelfde melodie maakte. De zanger-humorist is vooral bekend vanwege het opgewekte vertier van Konstantinopel en Heb meelij Jet. Maar De Kleine Vrouw uit 1930 is een gedurfd sociaal-feministisch lied: 'Dat is de kleine vrouw, die hele kleine vrouw, die ploetert als slavin voor haar gezin voor dag en dauw. Ze is altijd moe en ziekelijk van honger en van kou. Zo'n prullenkoopster, lommerdloopster van een kleine vrouw.'

In diezelfde tijd zong Davids er schande van dat er vrouwen waren die gingen dansen en autorijden, terwijl er thuis nog zo veel eerbare arbeid te verrichten was.

Alex Roeka: Wildernis. Willibrord.

Krang: Roes. Virgin.

Alex Roeka debuteerde een paar jaar geleden met een album dat rook naar de zeeën die hij had bevaren. Een romanticus met hese stem die ervoor waakt dat hij niet overdrijft met zijn zeemansverhalen. Ook op Wildernis zijn stukken terug te vinden die aan zijn tijd op 'de mannenwoestijn' en in de havens herinneren. Zoals het mysterieuze Steeds dichter bij de grond, waarin een dwaaltocht door een Japanse stad wordt beschreven. Hij gaat tot op de bodem in Schotwond in m'n ziel en Dronken Ochtendkade. Muzikaal heeft Roeka een grote sprong voorwaarts gemaakt. De composities zitten hechter in elkaar en zijn jarenzeventig-gitaarstijl wordt door een kleine, maar felle groep muzikanten mooi aangevuld.

Ook André Manuel is een romanticus van het zuiverste water, maar in tegenstelling tot Roeka lijkt hij er alles aan te doen om het grote publiek zo veel mogelijk op afstand te houden. Als cabaretier doet hij geen enkele concessie aan de algemene smaak, en ook als kopman van de groep Krang stelt hij zijn gehoor weer behoorlijk op de proef. Roes is met minimale middelen opgenomen ten faveure van de rauwheid. In de ruige melodieën weerklinken folk en anarcho-rock, de begeleiding is behoorlijk agressief en de associatieve teksten zijn meestal moeilijk te volgen, maar dwars door alles heen klinkt een klein stemmetje dat constant lijkt te roepen: 'Luister goed, want ik ben eigenlijk heel lief en zacht.'

Ruth Jacott: Vals verlangen. Dino.

Nederland heeft in Ruth Jacott de enige echte show-zangeres met Amerikaanse allure. Zij kan als Tina Turner de longen uit haar lijf zingen en een zaal helemaal gek maken, om vervolgens heel klein een innemende ballade als Leun op mij (van Blf-zanger Paskal Jakobsen) te zingen.

Het album Vals verlangen is strak geproduceerd door Humphrey Campbell; geschikt voor de beschaafde disco. De teksten zijn over het algemeen niet al te diepzinnig, maar dat geeft niets in het glamour-genre van Jacott. Met teksten als 'Kop dicht en kus me' krikt ze haar stoerheidsgehalte nog wat extra op. Klaarblijkelijk vond men 45 minuten net iets te weinig voor een cd en wilde men ook nog een filosofisch tintje aan het showgeweld toevoegen. Een andere reden is niet te bedenken waarom Ik zou wel eens willen weten van Jules de Corte erbij is gehaald. Misplaatst en ook nog overdreven pathetisch gezongen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden