PLATEN: KLASSIEK

Britten hield kleinburgerij lachspiegel voor..

Benjamin Britten: Albert Herring. Northern Sinfonia en solisten o.l.v. Steuart Bedford. Collins Classics 70422.

Bij het Britse label Collins Classics is de dirigent Steuart Bedford bezig aan een verbazingwekkende expeditie met het oeuvre van Benjamin Britten. Van de zeventien cd's die Collins tot nu toe uitbracht onder de titel The Britten Edition, stonden er twaalf onder Bedfords leiding. Bij de achttiende - een nieuwe, buitengewoon verkwikkende uitvoering van Brittens komische opera Albert Herring - is dat eveneens het geval, en het eind van de reeks is voorlopig niet in zicht.

Steuart Bedford hoort, met Oliver Knussen, tot de artistieke leiding van het festival van Aldeburgh, dat kort na de oorlog door Britten werd opgericht. Zijn affiniteit met Britten, wiens muziek in handen van niet-Engelsen (en helaas soms ook in handen van Engelsen) nogal eens tot kleurloze thee wil verwateren, is onmiskenbaar, en zijn liefde is onblusbaar. Iets anders mag ook bijna niet worden verwacht van Bedford, die als speler, dirigent en repetitor van Brittens English Opera Group al met de componist samenwerkte, met Britten op tournee ging, en in 1973 de première leidde van Brittens opera Death in Venice.

De English Opera Group, door Britten in 1947 opgericht als het vehikel van een nog te lanceren, Britse operatraditie met een eigen, specifiek-Brits vocaal idioom, was een reizend kamergezelschap. De afmeting mocht geen al te monsterlijk beroep doen op de speelruimte, op beschikbare financiën en op Brittens eigen organisatorische vermogens.

Wat Britten klaarspeelt met tien zangers, drie kindertjes en twaalf musici in Albert Herring, het eerste stuk dat hij voor zijn gezelschap componeerde, dwingt niet alleen respect af voor Brittens onbegrensde handigheid in het omgaan met schaarse instrumentale middelen, maar spreekt ook in andere opzichten tot de verbeelding.

Herring kan gezien worden als de lachspiegel van Brittens Peter Grimes, de groot bezette opera die eerder in Londen in première ging, en waarin het dorps- en zeemansleven in zijn somberste vorm is getoonzet. In Albert Herring neemt Britten de kleinburger met satirische middelen te pakken, spottend met de overheid en met de sterke arm, met een opgeblazen dorpsdirectrice, een hulpslager, een bakkersdochter en wat er zo nog meer kan rondstappen rond een verlegen kruidenier met overdreven moederbinding, genaamd Herring.

De burgers van Loxford, lees Aldeburgh, doen hun roddels in een partituur die merkbaar de spirit wil ademen van de beste Mozart-, Rossini- en Verdikomedies, en die ook een heel eind in die richting komt. Brittens originaliteit drukt zich uit in gedurfde instrumentale bokkesprongen en tegendraadse harmonieën. Zijn Britsheid zit in een vloeiend quasi-parlando (met de piano als tingeltangel en eigentijds clavecimbel). Opvallend is de 'orkestrale' lay-out, waarin praktisch elk scènetje een eigen klank heeft. De klarinet, de contrabas, de fluit, de kleine trom, de fagot, de harp en het strijkkwartet, beurtelings treden ze als solist op de voorgrond - waarbij Britten, gehoorzamend aan de beste komische traditie, de schaduwzijden niet vergeet.

Aan hooggestemd klagen of lyrisch voortzeveren, de plaag van menige vocale Britten-partituur, komt de componist van de spitse Herring nauwelijks toe. Christopher Gillett (Herring), Josephine Barstow (Lady Billows), Felicity Palmer (huishoudster), Robert Lloyd (bromsnor), Gerald Finley (Sid), Ann Taylor (Nancy). Stuart Kale, Susan Gritton, Peter Savidge en Della Jones vormen een cast om in te lijsten.

Manchicourt: motetten, chansons en Missa Sancte Spiritus. Huelgas Ensemble o.l.v. Paul van Nevel. Sony SK 62694.

Tot de jongste ontdekkingen van Paul van Nevel, de Vlaamse oude-muziekspecialist en koorleider van het Huelgas Ensemble, hoort Pierre de Manchicourt. Een zestiende-eeuwer uit Arras, wiens werk op de moderne hitlijsten van de renaissance tot nu toe niet voorkwam.

Grote kans dat dat verandert. Met het Nederlands Kamerkoor reisde Van Nevel een paar maanden geleden rond met een grandioos Manchicourtprogramma, dat ook op tv kwam. Pech voor het Kamerkoor, is dat Van Nevel zijn platen liever maakt met zijn eigen, schitterend getrainde en stilistisch ook wat beter toegeruste vocalistengroep.

Van Nevel heeft Manchicourts missa Veni Sancte Spiritus ook op deze plaat weer doorspekt met motetten en wereldlijke polyfonie, wat een enigszins dubieuze mentale hinkstapsprong oplevert. Aan de grenzen van het verantwoorde, of wellicht daaroverheen, komt Van Nevel ook met zijn voorliefde voor (zelf aangebrachte, destijds gewoonlijk maar spaarzaam genoteerde) kruis-molverbindingen, in de meest radicale varianten. Manchicourt, zestiende-eeuwer of twintigste-eeuwse zestiende-eeuwer? Klinken doet het. En prachtig.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden