PLATEN: KLASSIEK

Blazers Ensemble krijgt vleugels van Kevin Volans..

Kevin Volans: Concerto for Piano and Wind Instruments e.a. Nederlands Blazers Ensemble o.l.v. Daniel Harding en Wim Steinmann. Chandos 9563.

Stravinsky Volans, was de titel van een programma waarmee het Nederlands Blazers Ensemble niet lang geleden optrad. Wie de naam Kevin Volans nog niet kende, kon denken dat het NBE een avond lang 'vliegende Stravinsky' presenteerde. Voor snelheid, lichtheid en andere vormen van muzikale aviatiek is Stravinsky immers het juiste adres.

Maar Kevin Volans is dat ook een beetje. Was 'Volans' een pseudoniem geweest, dan had het niet beter kunnen worden gekozen. Volans' blazersmuziek wekt in timbre en beweging niet zelden de indruk zich met succes van de grond te verheffen.

Volans (48), een Zuid-Afrikaan die in Keulen studeerde en tegenwoordig in Ierland woont, is voor het Blazers Ensemble wat John Adams is voor het Schönberg Ensemble. Een rijpere jongere, die men graag over de vloer heeft. Beiden hebben een verleden als minimalist, allebei zijn ze met frisse moed het componeren opnieuw gaan uitvinden, en beiden hebben ze een heden als eclecticus.

Volans kan, wat het NBE betreft, niet genoeg voor blazers schrijven of herschrijven. Vier van de vijf stukken die het NBE op zijn nieuwe cd presenteert, ontstonden op verzoek van de Blazers. Bij drie ervan betreft het een verandering van bestaand, eigen werk. Volans doet daar niet geheimzinnig over, maar als hij het had verzwegen, hadden we het niet bespeurd. Zijn bewerkingen ontstijgen het métier van de arrangeur.

Het in zoetzure melodieën en begeleidingsfiguren voortvliedende, tijdelijk in dissonerende akkoordblokken tot stilstand komende This is how it is werd uit de context gehaald van een opera ('De man met voetzolen van wind'). Leaping dance, met zijn fijnvertakte ritmische patronen en hoquetus-achtige instrumentafwisselingen, was eigenlijk een stuk voor twee piano's. Als blazerscompositie heeft het een compleet eigen waarde.

In een elegisch gekleurd, maar Morton Feldman-achtig onderkoeld Untitled (In memoriam G.H.V.), geschreven voor piano en offstage blazersensemble, grijpt Volans terug op een dansstuk. Het is het mooiste nummer van de verzameling.

De openingsthema's van het twee jaar oude Concerto for Piano and Wind Instruments herinneren aan de zwaardere tred van Louis Andriessen. Zo is er meer waarmee Volans nu eens hier en dan weer daar op Andriessen lijkt in te haken: hoquetustechnieken, de procesmatige variëring van het ritme, de titel This is how it is, die naar Hoe het is klinkt. Maar Volans' hoquetusjes komen van de Ba-benzele-pygmeeën. Het ritme en de slotformule van Leaping Dance hebben een Xhosa-afkomst.

De componist die in het Concerto de blazers behandelt als een 'reuzenpanfluit', zag zichzelf met verbazing 'een van mijn meest conventionele werken' voltooien.

Volans schrijft in het cd-boekje dat hij rond '85 genoeg had van dogma's, en zoveel mogelijk verschillende stijlen wilde beoefenen. Deze soms postmodernistisch genoemde, je kunt ook zeggen Stravinskiaanse interesse bracht hem op het credo dat het uiteindelijk moet gaan om de keus van 'de juiste noot op het juiste moment'. Een ingewikkelde methode voor het ontdekken van een waarheid als een koe. Maar Volans' conclusie wekt vertrouwen: hij wil 'handgemaakte kwaliteit'.

Biber: Sonaten über die Mysterien des Rosenkranzes. Gunar Letzbor en ensemble. Arcana A 901 (2 cd's).

Stravinskiaans kan het oeuvre van Heinrich Ignaz Franz Biber moeilijk worden genoemd. Maar aan de houding van deze Boheemse vrijbuiter, die rond 1670 een cyclus van vijftien sonates voor viool en continuo voltooide die later de titel Mysterieën van de Rozenkrans zou dragen, had Stravinsky zich kunnen spiegelen.

Bekend zijn Bibers excercities in het genre van de bataille, waarin hij, enkele eeuwen voor Henry Cowell, de mogelijkheden van de tooncluster aftastte. Tata Mirando leefde al in de vermetele preludia van csardas-achtige sonates van Biber. Ook in de eerste van de vijftien Maria-sonates tracht een zigeunerkoning het hart van Jezus' Moeder te vermurwen met riedels en smeltende viooltonen.

Maar het grote mysterie van deze sonates ligt in het systematische experiment van de scordatura, de omstemming van de snaren van de viool. Waarbij Biber de muziek niet noteerde zoals ze klinkt, maar zoals de violist ze met de vingers van de linkerhand moet grijpen. Wat op papier als waanzin oogt, heeft na de omstemming volmaakte logica.

Bijna elke sonate heeft een eigen scordatura. Die maakt wonderlijke dubbelgreeppassages mogelijk, en verandert het timbre van de viool door verslapping of overspanning van de snaren. Associaties met Jezus' geboorte, passie en wederopstanding zullen misschien voor de hand hebben gelegen.

Willen ook wij er iets van opsteken, dan zullen we het jammergenoeg meer moeten hebben van Gunar Letzbors verklarende tekstboekje dan van het vioolspel van Gunar Letzbor. Met zijn saaiedonderensemble presenteert hij de vijftien Bibers als evenzovele blikken dominees. Misschien komen Ton Koopman of de Combattimento's van Jan Willem de Vriend nog eens op een idee.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden